Vlaams-Hollandse sofa-sofie

Filosofie Magazine vroeg drie Vlaamse zielenkenners en/of zielenknijpers om de Nederlandse samenleving eens op de sofa te leggen, waarvan verslag in het septembernummer.

FiloMaglogo

Met het oog op het ideaal van ‘zelfkennis’ hier wat citaten daaruit voor de landgenoten die dit magazine niet lezen:

Paul Verhaeghe:

In reactie op de maatschappelijke omwentelingen van de zestiger jaren:

Maar zoals wel vaker voorkomt bij maatschappelijke omwentelingen, kwam er een overcorrectie. De Nederlandse uitdrukking ‘moet kunnen’ geeft heel mooi de paradox weer van ‘de bevrijding’. Moet kunnen. Alles wat voorheen verboden was, werd nu verplicht.

Het verdacht maken en ondermijnen van elke vorm van autoriteit doet zich ondermeer sterk voelen in de opvoeding:

Een crisis van de opvoeding is vaak het symptoom van een maatschappij in crisis. En dat is ook wat er in Nederland aan de hand is, stelt Verhaeghe.
‘Waar autoriteit verdwijnt, komt er macht voor in de plaats. Onze politieke en economische situatie levert daarvan een gevaarlijke illustratie.’

en

‘Een groot probleem hierbij is dat het fundament voor autoriteit weliswaar is weggevallen, maar dat de piramides er nog steeds zijn. Daar zien we hoe autoriteit verdwijnt, en macht ervoor in de plaats komt.We zitten in pirimidale machtsbolwerken. Kijk naar politiek; daar is geen autoriteit, het is pure macht.
Dat wordt nu des te duidelijker als we kijken naar de EU en Griekenland. Het recht van de rijkste die de eisen op tafel legt regeert. En dat is gevaarlijk.’
‘Een gevolg hiervan is dat politici en leidinggevenden arrogant worden, en de ‘gewone man’ onderschatten. Religie en traditie zijn mede verdwenen omdat steeds meer mensen toegang hebben tot opleiding en kennis.’

Om uit dit doodlopende spoor te kunnen geraken bepleit Verhaeghe ‘horizintaal georganiseerde autoriteit’ en een vorm van politiek gebaseerd op ‘deliberatieve raadpleging’.
En zijn advies voor Nederland:

Nederland moet naar een andere politiek, die niet meer volledig in dienst staat van de economie, maar terug is in de handen van de mensen.

Tot zover de man van eerder de Identiteit en nu de Autoriteit.
Dan Dirk de Wachter:

Hij wist in ons land eerder een gevoelige snaar te raken met zijn Borderline Times.
Zijn nieuwe boek Liefde. Een onmogelijk verlangen? gaat over de wenselijke illusie van ‘de enige ware’ en verbondenheid vinden in het gewone.

De Nederlandse samenleving is een boeiend voorbeeld van die universele drang naar liefde. ‘In jullie kleine landje zijn enorm grote verschillen. Enerzijds heb je de VPRO-kijkende, bakfiets-rijdende, grachtengordel-wonende mens, anderzijds de gereformeerde, toch wel streng-denkende mens uit de Bible Belt. Ondanks de verschillen vindt mijn nieuwe boek weerklank bij beide groepen.’

en

Het is een paradox. Liefde bestaatin de dagelijkse gewonigheid, maar wel in haar onwaarschijnlijke schoonheid. De mens is gedoemd tot duurzame hechting, en die vind je als je samen op de bank zit te kijken naar een buitengewoon oninteressant tv-programma, maar je toch uitverkoren voelt omdat je met die ene bent. Waar mensen slecht mee om kunnen gaan is datgeluk in die gewonigheid onvermijdelijk is. Nederlanders hebben de neiging tegenslagen te ordenen in psychopathologische hokjes en dan die hokjes op te lossen met professionele hulp. Ik stel juist ont-psychiatrisering voor. Tegenslag verbindt mensen vaak meer dan vrolijkheid. In het delen van de kleine verdrietigheden toont zich juist de ware liefde.’

Damiaan Denys borduurt nog wat door op nederland en het abnormale.
In ons land voldoet bijna de helft van de bevolking aan de officiële criteria voor een psychische stoornis (42 van de 100). Dat is volgens Denys niet omdat we opeens allemaal zo gek geworden zijn maar omdat Nederlanders moeite zouden hebben om abnormaliteit te verdragen ofwel met het afwijkende om te gaan.
Maar ja, wat mag dan de norm zijn of heten?
De nieuwe norm is dolelmatigheid en controleerbaarheid geworden; alles moet snel en makkelijk oplosbaar zijn. En we passen die criteria nogal rigide toe.

‘Die ontwikkeling naar efficiency zagen we al opkomen in de jaren zestig, waarin we afstand namen van religieuze betekenissystemen en politieke ideologieën in de overtuiging dat wij als individu het centrum van het heelal zijn en alles zelf doen. Die individualisering is alleen maar toegenomen. We zijn allemaal Mark Ruttes geworden: individuen die zichzelf centraal stellen en met een glimlach alles snel en pragmatisch oplossen. Zo ziet de Nederlandse samenleving eruit.’
Wat maakt onze samenleving zo problematisch? Voor Denys is het helder. ‘We kunnen niet in een wereld leven zonder dat daar betekenis aan toe is gekend. En omdat we zo geíndividualiseerd zijn moeten we plots zélf betekenis aan de wereld toekennen. Maar dat lukt niet, omdat betekenis het individu overstijgt.

en

Abnormaliteit is een restproduct van onze maatschappij. Het is de stront van onze begrijpelijkheid. Hoe meer normaliteit we vreten, hoe meer abnormaliteit we schijten. We hebben het begrijpelijke verengd tot een smalle strook waarop slechts een minderheid zich wankel staande kan houden. En wie buiten deze functionaliteit valt, die is abnormaal.’ We moeten niet onze wenkbrauwen fronsen om de abnormaliteit, concludeert Denys, maar om ons onvermogen om met abnormaliteit om te gaan.

Dat weten we dan ook weer.
Met dank aan de zielendokters van bij onze zuiderburen.

Over Dick

What about me?
Dit bericht werd geplaatst in in mijn boekie, psychobabbel, tussen "..." en getagged met , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s