Eerder

Ja, ik weet het: vroeger is geweest, is voorbij en komt nooit meer terug!; maar toch even.
Hier een aantal stukjes zo uit een eerder blog overgenomen waarvan ik meen dat ze wel in de verhaal- en vertellijn van dit blog zouden passen danwel enig licht op mijn manier van denken en op mijn beweegredenen zouden kunnen werpen.

_________________________________________________________________

Nog eens even over het HIER EN wat NU weer 25-12-2009

Het hier-en-nu is bepaald geen begrip dat altijd prominent aanwezig was in of eigen is aan onze westerse cultuur.
Het speelt als thema geen rol van belang in onze godsdienstige of filosofische traditie, hoewel sommige mystici en wellicht wat verdwaalde hedonisten en existentialisten de uitzonderingen zouden kunnen zijn die de regel bevestigen.
In de hoofdstromingen van het christendom was het hiernumaals vaak vooral een door-en-door zondig en treurig tranendal en moest de blik en alle energie toch vooral gericht op het daar (= bij God) en dan (= het hiernamaals). En voor de islam zal in grote lijnen iets dergelijks gelden met dien verstande dat het er in het verleden vaak wat minder streng en fanatiek aan toe ging, dat God daar Allah heet en het verblijf in de hemel nog opgeleukt kan worden met een schare welverdiende schone maagden.

Het hier-en-nu als gegeven dat serieuze aandacht behoeft en als kunst en als kunde geoefend en beoefend kan worden om ons inzicht in de aard der dingen en ons zelfinzicht te vergroten speelt daarentegen wel een belangrijke rol in het boeddhisme.

Het begrip en de kreet hier-en-nu is vooral door de groei- en bloeibewegingen uit de zeventiger jaren onderdeel van ons vocabulair geworden. En dan m.n. door de gestalt-therapie van Fritz Perls.
Het uit het boeddhisme overgenomen begrip werd hier als technisch-therapeutisch middel ingezet om veelal onwelgevallige emoties niet weg te stoppen of weg te rationaliseren. En het werd én wordt in wat heet ‘lichaamswerk’ doorgaans geoefend door de aandacht te richten op lichamelijke sensaties zoals de ademhaling; evenals dat in veel boeddhistische stromingen het geval is.

Wie zich ooit wel eens wat in het zen-boeddhisme verdiept heeft of wel eens een paar haiku’s gelezen heeft, zal vast gemerkt en geproefd hebben dat deze richting van het boeddhisme doordesemd is van de hier-en-nu gedachte.
En langs de weg van het zen-boeddhisme en een off-shoot daarvan onder de naam van ‘mindfulness’ lijkt het hier-en-nu begrip weer een nieuwe opleving en opmars in onze westerse cultuur te gaan maken.

Enerzijds via de viëtnamese monnik Thich Nhat Hanh die nogal populair lijkt te zijn en zijn pleidooi voor bewuster leven vanuit Zuid-Frankrijk voert.

Anderzijds via het werk van Jon Kabat-Zinn die mindfulness in de reguliere geneeskunde en therapievormen heeft geïntroduceerd. Naar het zich laat aanzien is deze kruisbestuiving van blijvende aard en worden er m.n. bij (recidiverende) depressies goede resultaten mee bereikt.

In bovengenoemde gevallen is het bewust nastreven van de hier-en-nu ervaring bepaald geen sinecure en vereist het een dermate aandacht, motivatie, oefening en volharding van de persoon zelf dat het toch iets van een geheel andere orde lijkt dan wat er bedoeld kan worden met een cliënt in het hier-en-nu te brengen of te houden.
En mag van degenen die zoiets propageren toch wel enige toelichting over het hoe-en-wat verwacht worden.

Wellicht is het voor ons begrip van het een en ander ook nuttig om te bedenken dat wat ons mensen van het dier onderscheidt voor een belangrijk deel gegeven is met het feit dat wij, mede doordat we talige wezens zijn, niet gevangen zijn in het hier-en-nu en ons er los van kunnen maken middels onze verbeelding.

_________________________________________________________________

Nu dan eens iets over het hier-en-nu 25-12-2009

Over het hier-en-nu dus. Want het hier-en-nu lijkt zich in een stijgende populairiteit te mogen verheugen.
Ik hoor althans de term met enige regelmaat vallen en ook op mijn werk lijkt het ‘de cliënt in het hier-en-nu houden’ hard op weg een gevleugelde kreet te gaan worden.

Zo was er enige tijd geleden een commissie die de situatie en begeleiding van een bepaalde cliënt speciaal onder de loep nam en ons als begeleiders ondermeer de instructies/aanbevelingen meegaf de cliënt steeds in het hier-en-nu te houden en zo veel mogelijk succeservaringen te laten opdoen.
Dit zonder veel verdere nuancering of toelichting over het hoe, er blijkbaar van uitgaande dat dat ons als professionals toch wel helder zou moeten zijn.
In de praktijk bleek mij al snel dat de opvattingen over hoe dat gestalte te geven toch behoorlijk en soms verrassend onverwacht uiteen kunnen lopen.
Op enig moment en ruim een maand na dato schiet het mij te binnen dat de betreffende cliënt tijdens mijn vakantie naar een belangrijk familiefeest zou zijn gegaan en tijdens de koffie informeer ik daar dus eens naar.
Subiet word ik door een collega onderbroken met de mededeling dat wij het daar niet over mogen hebben gezien de opdracht deze cliënt steeds in het hier-en-nu te houden.
Op dat moment heb ik het erbij gelaten en het op een later tijdstip weer ter sprake gebracht tegenover de collega in een poging die tot andere gedachten over deze kwestie brengen. Dat laatste is vrees ik niet volledig gelukt, want de opdracht was toch helder en regel is toch regel en daar houden wij ons toch aan of niet soms?

Dit ingedikte doch waargebeurde verhaaltje memoreer ik hier omdat het mijn inziens in meerdere opzichten uitermate illustratief is.

Om te beginnen laat het eens temeer duidelijk zien dat het in ons vak van pedagogisch begeleider niet slim is om aanbevelingen te letterlijk te nemen en om opdrachten zomaar blindelings uit te voeren.

Vervolgens en aansluitend illustreert het klip-en-klaar dat de slag theorie-praktijk of instructie-uitvoering in het pedagogische werk niet zonder interpretatie en duiding kan.

In onderhavig geval werd te hooi en te gras gepoogd de cliënt in het hier-en-nu te houden door ’s morgens elke vraag en verwijzing naar tussen de middag en op dat moment weer elke vraag of verwijzing naar de middag te vermijden of af te kappen.
En bij ons op het werk ’s middags dito receptuur naar alles betreffende de leefgroep. Dat zoiets bijna per definitie tot mislukken gedoemd is en dan in niet onaanzienlijke mate van het inzicht en de willekeur van de begeleiding afhankelijk wordt lijkt mij helder.
Daarbij komt dat als je een dergelijke benaderingswijze al te strikt en consequent toepast je maakt dat iemand voor zover hij/zij niet al een beetje verknipt is dat alsnog met zekerheid wordt. Dat alleen al om reden dat je iemand weert uit elke vorm van normale en gangbare conversatie; ons aller conversatie bestaat voor minstens 90% uit wat we meegemaakt hebben en wat we daarvan vonden, wat we nog gaan doen en wat we van plan zijn.
Sluit iemand eens een half jaar in bovenstaande zin uit van normale omgang en ga dan zomaar weer eens normaal doen; dan voelt ie zich hoogst ongemakkelijk, wordt wantrouwig en/of slaat helemaal op tilt! Gek, he?
Dan gold in dit geval dat normale en voor beide partijen bevredigend lopende conversatie op dat moment zeldzaam was en zondermeer als een succeservaring voor de cliënt werkte; en dit betrof nu een uitgelezen gespreksonderwerp en geschikte gelegenheid daarvoor die nu voorbij ging.

Volgens mij werd er iets anders beoogd met ‘de cliënt in het hier-en-nu houden’.
En het komt me voor dat in pedagogische settings deze term wat nuance en toelichting behoeft en wellicht wat meer aan begrippen als taakgerichtheid en het sturen van de aandacht gekoppeld zou moeten worden.

Verder is het ook een mooi voorbeeld van de algemeen menselijke ervaring dat we soms iets anders of het tegendeel bewerkstelligen van hetgeen we aanvankelijk beoogden te bereiken.

Binnenkort nog wat losse flarden over het hier-en-nu, maar dat wordt natuurlijk wel daar-en-dan.

P.S. Meer aan mijn werk in de gehandicaptenzorg gerelateerde onderwerpen en kwesties zijn te vinden onder dat vak van mij of een vak apart.

_________________________________________________________________

Theorie en praktijk – Er is niets zo praktisch als ….. 8-11-2009

Ga ik dan nu eens vertellen wat ik zelf zo pleeg te zeggen? Nee dat moest ik maar niet doen!
Ik wil wel weer iemand citeren en nu eens geen familie maar een van de grondleggers van de sociale psychologie, te weten Kurt Lewin.
Van hem is de onovertroffen uitspraak: Er is niets zo praktisch als een goede theorie.
Nu heb ik doorgaans een broertje-dood aan one-liners maar dit is wat mij betreft toch een waarheid als een koe en een uitspraak die getuigt van praktische wijsheid en een verstandige pragmatische instelling. Kortom één om in te lijsten (in een gouden lijstje, uiteraard) en zo nu en dan de gedachten eens over te laten gaan.

Over de verhouding theorie-praktijk valt het nodige te zeggen en er zijn inmiddels vast wel een paar bibliotheken over volgeschreven.
De belangstelling en het belang vanuit wetenschapsfilosofisch perspectief zal duidelijk zijn.
Maar tegenwoordig wordt nagenoeg iedereen op enig moment en in enigerlei mate geconfrontreerd met kwesties rond de verhouding theorie-praktijk en de vermeende of gevoelde kloof tussen beiden. De huidige praktijk van onderwijs en scholing leunt zozeer op de theoretische leerweg en het toetsen op de theorie dat als daar geen nog grotere kloof mee gecreëerd wordt, hij in ieder geval vet onderstreept wordt.
In de meeste werksoorten en arbeidssituaties zien we vernieuwingen en veranderingen doorgevoerd worden in organisatie- en/of communicatiemodellen, werkmethoden, automatiseringsprojecten e.d. die dan, zoals dat dan heet, geïmplementeerd moeten worden en dan zomaar kan blijken dat de theorie van het management niet altijd strookt met de praktijk van de werkvloer. We hebben er allemaal mee te maken en vinden er allemaal wel iets van.

Een veelgehoorde maar weinig vruchtbare opvatting over theorie en praktijk is dat we de theorie beter maar zoveel mogelijk kunnen vermijden en links laten liggen als zijnde filosofisch geneuzel dat de praktijk alleen maar in de weg kan staan. Een tijdverdrijf voor witte boorden en luie mensen, maar niet voor ons pragmatici die van wanten weten.
Dit is uiteraard een niet serieus te nemen notie veelal gebezigd door cynische, domme of verbitterde lieden die vergeten dat hun particuliere opvattingen en verwachtingen ook maar theorietjes over de praktijk zijn en die allang niet meer van zins lijken om die theorietjes ooit nog eens aan de werkelijkheid te toetsen.

De meest gangbare en uitermate vruchtbare opvatting over genoemde verhouding sluit direct aan op de uitspraak van Lewin en getuigt van veel common sense.
Hierbij is de gedachte dat onze theorie(tjes), hoe omvangrijk of hoe miniem dan ook, hoe ingewikkeld en geconstrueerd of hoe simpel dan ook, hoe bewust of hoe onbewust dan ook, een weerspiegeling of model van de werkelijkheid poogt te zijn danwel is.
En dan blijkt er dus geen praktischer navigatiegereedschap om ons in deze wereld te bewegen dan een goede theorie. Simpel; een kind kan de was doen!
En als de dingen gaan wringen, we van koers raken of maar niet vooruitkomen moeten we of onze theorie of onze perceptie van de werkelijkheid blijkbaar eens herzien.
Quasi analoog aan de wil die wel sterk zou zijn maar het vlees dat zo zwak is, wordt nogal al eens gezegd dat de praktijk of de werkelijkheid weerbarstig is; nu toont de werkelijkheid zich vaak weerbarstig omdat hij zo complex is, maar het is natuurlijk ook een mooie kafkaiaanse wending om in geval van een krakkemikkige theorie de praktijk maar weerbarstig te noemen.

Dat verstandig en logisch redeneren en vervolgens de resultaten daarvan toetsen weliswaar noodzakelijk maar niet voldoende zijn om onze wetenschappelijke kennis te funderen betoogt David Deutsch hier op onderhoudende wijze:
De aard van wetenschappelijke verklaringen

Het gaat hier uiteraard over verklaringen betreffende de fysieke wereld en laat Lewin’s stelling dat er niets boven een goede theorie gaat natuurlijk onverlet.

In het werk van groepsleiding, verpleegkundigen, activiteitenbegeleiders en therapeuten in de gehandicaptenzorg, jeugdzorg, psychiatrie en aanverwante takken van sport speelt de vertaling van theorie naar praktijk en de terugkoppeling daarvan een grote en alom aanwezige rol in de dagelijkse praktijk.
Denk aan aan Bowlby, Freud of Piaget; denk aan hechtingsstoornissen of hoe iemand met een autistische stoornis de wereld zou ervaren etcetera; er hangt een lappendeken van theorie(tjes) over ons werk.
En dan houden we er nog veelal allerlei persoonlijke opvattingen en inschattingen op na over hoe iemand in elkaar steekt, waar hij of zij behoefte aan zou hebben of het meest gebaat bij zou zijn en welk effect ons gedrag en interventies zouden hebben. En dat zijn natuurlijk net zo goed theorietjes die bevraagd of getoetst zouden kunnen worden. Wellicht allemaal een beetje teveel om van een goede theorie te kunnen spreken.
Toch lenen bepaalde theoretische manieren van kijken naar je werk zich naar mijn smaak bij uitstek voor praktisch gebruik. Zo heb ik de laatste paar jaar, mede gestuurd door persoonlijke ervaringen op het werk, de gewoonte ontwikkeld om te kijken en denken in termen van beheersmodus en ontwikkelingsmodus.
Dat betekent dat ik behalve naar de vermeende behoeften van de client toch ook steeds naar de intentie en het effect van mijn eigen handelen moet kijken.
Ik ervaar dit als een bijzonder nuttig theoretisch kader dat een beetje als een socratische vraagmethode werkt en mijn zicht op de praktijk verheldert.
Daarbij geldt natuurlijk als algemene regel dat het hanteren van en het werken in de beheersmodus nodig kan zijn maar dan een noodzakelijk kwaad blijft en dat daar waar mogelijk onze aandacht en de energie naar de ontwikkelingsmodus gebracht moet worden.

Ik zou zeggen: collega’s wellicht is dit zo’n aardig theorietje dat heel praktisch kan blijken in het gebruik. Ik kan het ten zeerste aan bevelen en ik zou graag eens vernemen wat anderen als praktisch bruikbaar theoretisch kader c.q. richtlijn ervaren hebben.

P.S. Meer aan mijn werk in de gehandicaptenzorg gerelateerde onderwerpen en kwesties zijn te vinden onder dat vak van mij of een vak apart.

_________________________________________________________________

Regels, wie maken ze zo? 3-11-2009

Mijn vader placht te zeggen: het is een lui mens die zijn gemak niet zoekt en zo is het maar net.
De man kon zelf niet stil zitten en was altijd aan het werk, maar dat is een heel ander verhaal.

Gelukkig kunnen we ons op regeltjes en procedures verlaten en checklisten hanteren en wat iets meer zij om het ons gemakkelijk te maken, efficiënter te werken of fouten en gevaarlijke situaties te voorkomen.
Dat de wildgroei van regels dit stadium van handig en dienstbaar zijn, overal om ons heen ook ruim overschrijdt is voor een ieder zichtbaar. Wie heeft geen ervaring met of kent geen verhalen uit zijn/haar omgeving van absurde situaties ontstaan omdat men de regels maar blijft volgen ook als men ziet dat het fout loopt of het zelf belachelijk vindt?
En het wrange is dat we daar op zeker moment allemaal braaf aan meewerken; is het niet omdat de baas het van je eist (voor jou zo tien anderen), dan is het wel omdat als er ergens iets fout loopt we bijna allemaal hard beginnen mee te denken of er niet nog een regeltje bovenop te bedenken valt dat ook dit risico weer uitsluit.
Daarbij valt het me op dat in dit land de vanzelfsprekende bereidheid en eis in werksituaties om blindelings en zonder lastige vragen regels en procedures te volgen wel erg groot is. Een befehl-ist-befehl mentaliteit die we onze oosterburen graag toe lijken te dichten maar ze toch vaak ver in overtreffen.

Zoals Barry Schwartz betoogt ontneemt deze houding ons van onze wijsheid of onze kans daarop on our loss of wisdom en is praktische wijsheid het enige serum tegen dit kwaad.

Maar ja het zal je je baan maar kosten als je je niet conformeert wat doe je dan anders dan gedemoraliseerd doorploeteren als partner in het kwaad?
Zoals die arme zielen die op call-centers werken en voor de keus staan om mee te werken met de firma list en bedrog of op straat te komen staan.
Of die arme mensen die bij jeugdzorg of een vergelijkbare maatschappelijke hulpverleninginstantie (oeh nu komt het wel erg dichtbij!) werken en klagen niet zelden meer dan 60% van hun tijd kwijt zijn aan administratie en het invullen van allerlei formulieren. Hoe zou het met het moraal van die lieden en met de praktische wijsheid van hun superieuren gesteld zijn?
Ik zou daar toch wel graag eens iets over vernemen van de betrokkenen zelf!
En wat zou er allemaal in die administratie en in die formulieren komen te staan dat het zo noodzakelijk en onmisbaar voor het goed uitvoeren van het eigenlijke werk zou zijn?
Ik vermoed zomaar dat het leeuwendeel van doen heeft met indicatiestellingen mede i.v.m. geldstromen en wie wat moet doen, met controles op controles daarop, met verantwoording van tijden e.d., kortom zaken die niet of nauwelijks relevant, inzichtgevend of ondersteunend voor het eigenlijke werk zijn.
Hoe dan ook degenen die het werk zo georganiseerd hebben en in stand houden kun je mijns inziens moeilijk van praktische wijsheid beschuldigen.

De hamvraag is natuurlijk een oude bekende namelijk: hoe komt het kwaad in de wereld?
Zou dat door de duivel komen? Of door andere kwade geesten of entiteiten? Zou het puur en onvermijdelijk toeval zijn oftewel een speling van het lot? Zijn het altijd de anderen die het doen en voor ons verpesten? Of zouden we wellicht zelf vaak de aanstichters zijn en het veelal uit onmacht, onverschilligheid en luiheid voort laten bestaan?

Wederom: wie het weet mag zich melden en zijn licht hier eens over doen schijnen.

_________________________________________________________________

Wijsheid en zijn tegenhangers, zoals ongebreidelde regelzucht 1-11-2009

Mijn overgrootvader placht te zeggen: er komt nog eens een tijd dat we gebrek krijgen aan domme mensen.

Ik vermoed dat de goede man bedoelde dat bepaalde sociale groepen zouden emanciperen, zich niet meer zouden laten ringeloren en/of er een gebrek gevoeld zou gaan worden aan goedkope arbeidskrachten. En inzoverre kan ik, waar het ons land en wijde omstreken betreft, wel met hem meegaan in zijn uitspraak.
Mijn persoonlijke opvatting en observatie in deze is echter dat we nu juist een nijpend gebrek ervaren aan wijze mensen.
Of zijn ze er soms wel maar vallen ze niet op en wordt er niet naar ze geluisterd omdat we het te druk hebben met (net)werken, managen, regelen en recreëren.

Als ik mag verwijzen naar de links die ik eerder in dit Blog gegeven heb zoals die naar de Human Givens, naar John Seddon, naar de Equality Trust en naar TED Talks dan lijkt het er op dat er wel degelijk veel zinnig- en weldenkende lieden rondlopen die wel degelijk wijsheid in beleid en overleg nastreven.
Maar we willen blijkbaar niet luisteren naar dergelijke vermeend moeilijke of elitaire geluiden en dat verklaart dan wellicht ook waarom ik niets van deze lieden of hun ideeëngoed terugvind in het dagelijkse mediageweld van onze infotainmentmachinerie; of aan een van onze nationale borreltafels zoals die van Pauw en Witteman.

Zou het dan toch zo zijn als Plato reeds bevroedde dat het pas goed met deze wereld kan komen als de filosofen koningen worden en/of de koningen filosofen?

Het is mij in ieder geval duidelijk dat we door de bank genomen zelden gebrek aan goede bedoelingen of aan technische middelen en mogelijkheden hebben maar tegelijkertijd een bijna chronisch gebrek aan wijsheid en inzicht lijken te vertonen.
Eerherstel voor het vergeten ideaal van Adel van de geest zoals op voortreffelijke wijze aanbevolen door Rob Riemen lijkt me bijvoorbeeld een voorwaarde om daar enige verandering in aan te brengen.
Rob Riemen

Maar een pleidooi voor wat wijsheid hoeft bepaald niet per definitie een bevlogen toon te hebben, hoogdravend te zijn of pas betekenisvol te kunnen worden als je belezen bent en je klassiekers kent.
Integendeel wijsheid steunt bovenal op levenservaring zo kennen we dus net zo goed wijze analfabeten als belezen en pseudo-intelligente lieden (denk bv aan een niet onaanzienlijk en ambititieus deel van onze huidige managers en bestuurders) die op kritieke momenten maar zelden wijze beslissingen willen nemen en maar niet moe lijken te worden om dat aan anderen of het systeem te wijten en zichzelf achter regels en regelgeving te verschuilen.

En met die regels en de huidige tendens tot overregulering stuiten we op een van de belangrijkste tegenhangers in praktische zin van wijsheid oftewel gewoon zinvol en zinnig gedrag.
Onze overheid roept al jaren dat ze allerlei soms groteske stroperigheid en stremming in haar bemoeienis met bedrijfsleven en burgers aan zal pakken door het aantal regels te verminderen en de regelgeving te stroomlijnen.
Het eindpunt van deze execitie lijkt nog lang niet in zicht en bij tussentijdse evaluaties horen we met regelmaat dat er her en der regels bij komen en de brij van regelgeving zeer ondoorzichtig blijft. Rara…. hoe kan dat?
Wie het weet mag het zeggen!
Maar ik zie zo om mij heen een pandemie van regeltjes-, protocollen- en proceduregeilheid groeien. Een pandemie waarbij de mexicaanse griep verbleekt en een sinecure wordt. Een pandemie die om zich heen grijpt van hoog tot laag en een ieder in de ban lijkt te hebben. zie Regelzucht.nl
Gaat er ergens iets fout vraagt iedereen, zowel in de directiekamer als op de werkvloer als aan de borreltafel, als in een reflex of de regels en de procedures wel strikt gevolgd zijn. En menigeen weet wel een aanscherping van de regels of een extra controleprocedure aan te bevelen. Het lijkt zo af en toe wel de nationale sport te worden waar heel wat tijd, energie, hersengekraak en gepuzzel in gaat zitten.
Als je dan eens wat concreter vraagt waartoe bepaalde regels en procedures dienen loop je gerede kans wat meewarig aangekeken te worden of gewezen te worden op wettelijke verplichtingen met eventueel vage verwijzingen naar kwaliteitswaarborgen, ARBOregelingen of iets van dien aard. Of de reactie is dat je toch wel zult snappen dat het een mooi zooitje chaos zou worden als we maar wat deden en de zaken niet tot in de puntjes zouden regelen.

Natuurlijk hebben we regels nodig, kunnen we niet zonder en natuurlijk zijn protocollen en procedures heel nuttig wanneer ze in de juiste situaties op de juiste wijze ingezet en toegepast worden.
Ze kunnen bv werken als shortcuts, automatismen, wegwijzers, controlemechanismen, instructie- en communicatiemiddel in ons handelen om maar eens een greep te doen uit de manieren waarop ze ons ten dienste kunnen staan.
En dat was lijkt me de bedoeling dat de regels ons ten dienste staan en niet dat we slaafs regels zouden volgen omwille van de regel zelf. Ergo we zouden in principe elk moment het doel en nut van regels moeten kunnen bevragen en uitleggen.
Regels bieden ook steun en geborgenheid in de zin te weten hoe te handelen zonder elk moment te hoeven denken over de volgende stap, het waarom of allerlei neveneffecten van een en ander. Dat weten hoe in welk geval te handelen verschaft ons een basaal gevoel van zekerheid.
Het kan ons echter ook schijnzekerheden bieden in bv ongemakkelijke situaties en ons voor ons gevoel ontslaan van de plicht om na te denken over of verantwoordelijkheid te nemen voor ons handelen.
Terwijl wijsheid ook wel gekenschetst wordt als het vermogen om te weten wanneer je de regels nu juist eens aan je laars zou moeten lappen.
Dat regulering wanneer gedachteloos en in overmaat gehanteerd perverteert en het zicht op het eigenlijke doel volkomen kan verduisteren, dit alles zo goed als analoog aan John Seddon’s bezwaar en argumentatie tegen targets als managementinstrument, lijken we ons nauwelijks te beseffen of liever te vergeten.

Kijk maar eens goed rond op uw werk; hoeveel tijd, energie en denkwerk er gestoken wordt in het maken, het administreren en archiveren en het controleren van regels, procedures en protocollen en in hoeverre dat de dagelijkse praktijk ondersteunt en verbetert of juist stagneert en verbetering in de weg staat. U zult versteld staan!

We kennen allemaal uit de krant, van de TV of van verjaardagsfeestjes talloze verhalen en voorbeelden van hoe domme en blinde regelzucht kan leiden tot absurde situaties. We zijn daar min of meer aan gewend geraakt en ik zou er al zo enkele uit mijn dagelijkse praktijk kunnen noemen en u waarschijnlijk ook.

Maar luister eens naar iemand die dat veel mooier en treffender kan verwoorden dan ik en het in een juist perspectief weet te plaatsen.

Barry Schwartz’s wijze woorden en waarschuwing onze kans op wijsheid en zingeving niet te verliezen:
On our loss of wisdom

Ter herinnering nogmaals John Seddon over targets:
on targets
met een introductie over overregulatie door Ivan Tyrrel
Memorandum aan een britse parlementaire commissie

_________________________________________________________________

Wetenschap en praktijk van beloning en motivatie 10-10-2009

De volkskrant kopte deze week: Bonus twistappel wetenschappers.

Dit naar aanleiding van een onderzoek aan de Erasmus Universiteit waaruit blijkt dat de hogere en extra beloningen van Nederlandse topbestuurders op geen enkele manier hebben bijgedragen aan de prestaties van de onderneming.

Volgens de verslaggever hebben steeds meer economen grote twijfels of bonussen wel aanzetten tot betere prestaties.
Terwijl traditionele economen nog steeds veel heil verwachten van bonussen en vergelijkbare prikkels of er gewoon geen alternatief voor zien, sluiten Hartmann en Mertens, twee hoogleraren van de Erasmus Universiteit, aan bij de kritiek zoals die door de Amerikaanse hoogleraren Bebchuk en Fried zo een vijf jaar eerder werd geformuleerd.
Mertens zegt hierover: Bij mij is er sprake van voortschrijdend inzicht en uit onderzoek blijkt dat de standaardtheorie niet werkt.
En zijn collega Hartmann zegt: Van huis uit ben ik hard economisch geschoold, maar ik heb gemerkt dat je een meer psychologische benadering nodig hebt om deze materie te bestuderen.

Nu denk ik dat economie bepaald nog geen volwassen wetenschap is en zeker geen harde wetenschap ook al kunnen economen vaak erg knap met cijfers gooien en goochelen.
Aan de psychologie kleeft natuurlijk het zelfde predikaat (of verwijt) geen harde wetenschap te zijn of zelfs soft en wollig.
Het komt mij voor dat de psychologie meer dan de economie kan bogen op plausibele verklaringen voor menselijk gedrag en op repliceerbare onderzoeksresultaten met voorspellende waarde.
En enkele van de meer robuuste (harde) onderzoeksresultaten hebben toevallig betrekking op beloning en motivatie.
Wellicht zullen sommigen zich verbazen over de uitkomsten van deze onderzoeken en over hoe mijlen ver de argumentatie van economen daar veelal op achter loopt.
Economen en andere geinteresseerden, laat Dan Pink u eens zijn zaak voorleggen:

Dan Pink over motivatie

Voor wat context en achtergrond bij het candle experiment van Duncker:

Functional fixedness

Tot zover enige wetenschappelijke argumentatie oftewel hoe werkt het een en ander.
Daarmee is nog niets gezegd over de ethische dimensie van deze kwestie en deze dimensie lijkt in huidige discussies steeds makkelijker terzijde geschoven te worden en in besluitvorming geen gewicht in de schaal te leggen terwijl dat nu net waar het onze menselijkheid aangaat toch het belangrijkste aspect lijkt te zijn.

_________________________________________________________________

Het ‘roze olifantjeseffect’ 1-9-2009


Psychologie van de koude grond
ter lering ende vermaak

Onlangs kwam op mijn werk in een specifieke casus iets ter sprake over de mate van verbaal zijn naar een bepaalde cliënt en welke voorzichtigheid of terughoudendheid daarbij te betrachten.
Daarbij probeerde ik een bepaald mechanisme te illustreren dat ik het ‘roze olifantjeseffect’ pleeg te noemen bij gebrek aan een ander bekend label plus beschrijving uit de psychologie. Ik kan althans niet zo gauw iets bedenken dat die lading dekt of daar op lijkt, maar ik hou me uiteraard aanbevolen voor betere alternatieven.
Het belang hiervan lijkt me dat het geen sporadisch verschijnsel is maar een veel voorkomende en in mijn optiek een van de grootste verborgen valkuilen in de omgang met matig en licht verstandelijk gehandicapte mensen.

Hoe werkt het?

Wel aldus:
Ik ga u op het hart drukken, nee sterker nog, ik beveel u om toch vooral niet aan roze olifantjes te denken.
Uit mijn stemgeluid en nonverbale signalen en de na-druk-kelijk-heid waarmee ik dit zeg kunt u niets anders dan opmaken dat het mij pure ernst is en dat het van groot belang is.
Over het waarom ervan kan ik op het moment niet al te duidelijk zijn maar neemt u maar van mij aan dat als u wel aan roze olifantjes denkt er van alles en nog wat fout kan en ws. zal gaan en het nog wel eens slecht met u af zou kunnen lopen. Dus het belangrijkste is, en ik kan u dat niet genoeg op het hart drukken, dat u vooral niet aan roze olifantjes denkt.
DUS NIET AAN ROZE OLIFANTJES DENKEN!!!!!!!
begrepen?
Wij gaan verder met wat aan het doen waren en misschien herinner ik u er het komende uur nog eens een of twee keer aan dat we toch vooral niet aan roze olifantjes moeten denken.

En voila bij een volgend samenzijn hoef ik u waarschijnlijk nog slechts te herinneren: u weet het nog wel, he?…sssstt… niet aan denken om u roze olifantjes voor de geest te toveren.
Of alleen al mij zien triggert de reactie: ojee daar heb hem weer met zijn roze olifantjes. Of simpelweg het horen van mijn naam of de gedachte aan mij blijken al genoeg.
Of allerlei associatieve elementen als, stel u voor, dat u eerste keer of meerdere keren dat ik het ter sprake bracht net suiker in u koffie deed of vul maar in wat dan ook uw aandacht trok; al die zaken kunnen bij een volgende gelegenheid zomaar even de gedachte aan die vermaledijde roze olifantjes weer even oproepen.

Misschien was u aanvankelijk nog zo welwillend en naïef om te denken: ok jij je zin, ik zal er niet aan denken, maar dat blijkt u doorgaans niet helemaal te lukken.
De wrange grap is natuurlijk dat u nooit aan roze olifantjes gedacht zou hebben als ik er niet over begonnen was.
En de andere wrange grap is dat als ik dit mechanisme niet doorzie, ik in alle ernst zou kunnen volhouden dat het niet mijn schuld is dat u in weerwil van mijn verwoede pogingen om u daar van te weerhouden toch aan roze olifantjes blijkt te denken. Nee ik heb u nou juist nog zo gewaarschuwd; maar u bent eigenwijs, niet luisteren, he!

En nu mag u voor ‘roze olifantjes’ zelf van alles en nog wat in vullen.
In geval van de betreffende cliënt ben ik ervan overtuigd dat hij in zijn leven talloze keren ondanks uitdrukkelijke waarschuwingen en donderpreken vooraf toch ongewenst gedrag vertoond heeft dat mede langs bovenbeschreven lijnen ontstond.

Het is natuurlijk meestal een duivels dillema in de zin dat je wilt of moet iemand soms iets duidelijk maken om hem/haar en de omgeving nare ervaringen te besparen maar de vraag is hoe dat te doen in specifieke gevallen.
Wie daar iets zinnigs over weet te zeggen is nu aan de beurt. Ik ben een en al oor.

_________________________________________________________________

Nog een argument voor Systems Thinking? 30-7-2009

Zojuist op donderdag 30 juli lees ik in de krant dat de Britse banken, ondanks de hen verleende miljardensteun van rijkswege, alleen geld willen uitlenen tegen een woekerrente. Dit tot groot ongenoegen van de Britse regering die met maatregelen dreigt. Iedereen begrijpt natuurlijk dat deze houding van de banken de economie niet vooruit zal helpen maar juist verder doet haperen.
Ook ik die altijd roept geen verstand te hebben van economie meen dit te begrijpen.
Wat mij de laatste tijd vooral treft en verbaast is dat lieden die beweren en geacht worden wel verstand van te hebben van deze ingewikkelde en ondoorzichtige materie soms en eigenlijk veel te vaak blijk geven er in essentie nog minder van te snappen dan ik.
En ik denk dat het velen moet verbazen dat wat voor financiëel-economische deskundigheid moet doorgaan zo wankel kan blijken en voor een groot gedeelte uit bla-bla en bezwering en soms gewoon uit laaielichterij blijkt te bestaan.

Het stukje in de Volkskrant meldt dat ook de engelse koningin Elizabeth tot de schare behoort die een beetje ‘flabbergasted’ zijn door de kredietcrisis.
Zij vraagt zich af: Hoe is het toch mogelijk dat niemand dit heeft voorspeld?
Een aantal hoogleraren economie zijn haar van dienst geweest en hebben in een inmiddels uitgelekte brief gepoogd haar het een en ander duidelijk te maken.

In het krantenartikel wordt geen melding gemaakt van het feit dat deze crisis natuurlijk wel degelijk voorspeld en gevreesd werd door wat verdwaalde enkelingen maar dat daar niet naar geluisterd werd en deze lieden als onheilsprofeten die de pret wilden bederven werden weggezet.
Dit lijkt mij geen onbelangrijk en oninteressant punt.
Maar wat ze wel te zeggen hadden is ook erg interessante kost voor leken zoals ikzelf:

Ze leggen majesteit bijvoorbeeld uit dat ‘financiële tovenaars’ dachten dat ze alle risico’s goed hadden gespreid. ‘Het is moeilijk een treffender voorbeeld te vinden van wishful thinking en overmoed’.
Samenvattend wijten ze de puinhoop aan het collectieve gebrek van ‘heel veel slimme mensen’ om de risico’s voor het systeem als geheel te onderkennen.

Als dat geen aanbeveling is voor systeemdenken en je aandacht vooral richten op de werking van het systeem!

_________________________________________________________________

Denken over (on)gelijkheid; een kwestie van politiek of van wetenschap? 16-7-2009

Een zaak van beide natuurlijk!
Een kwestie van de politiek voorzover zij keuzes maakt en sturing geeft in een van beide richtingen; en een zaak van de wetenschap of die in haar opdracht slaagt de feitelijke resultaten van dat politieke beleid zichtbaar en objectief te maken.
En dat de wetenschap in dat opzicht nog heel wat vermag voor wie het wil zien moge blijken uit de website van:

The Equality Trust

(On)gelijkheid wordt hier opgevat als de mate van inkomensveschillen binnen een samenleving.
Dit alles vloeit voort uit oorspronkelijk een studie naar de parameters van lichamelijke gezondheid in verschillende samenlevingen.
De mate van (on)gelijkheid leek en bleek een cruciale factor.
En dat bleek ook zo te zijn op tien andere terreinen van gezondheid en sociale preblematiek variërend van geestelijke volksgezondheid tot drugsmisbruik en van obesitas tot geweldpleging.
De cijfers zoals hier gepresenteerd zijn nogal consistent en veelzeggend.
Je zou bijna Friedman, Reagan en Tatcher bedanken voor het zo klip en klaar laten worden dat hun economische en politieke gedachtegoed aan alle kanten rammelt en ontegenzeggelijk schade berokkent aan de samenleving.
Helaas mogen we hun links-liberale of sociaal-democratische tegenhangers nog niet bedanken voor het ons op deze verbanden te wijzen en het tij te keren richting een meer egalitaire en samenhangende maatschappij.

Voor wat verdere kritische vragen en gedachten hierover:
FAQs on Inequality

In het laatste decennium voor de huidige financiële en daaropvolgende economische crisis hebben we door de hele westerse wereld een gestage toename in inkomensongelijkheid gezien.
Het aantal millionaires nam maar toe ofschoon niet zo hard als het aantal mensen dat nu armer blijkt te zijn dan toen. Top-managers en hedgefondsen hebben de laatst jaren miljarden naar zichzelf toe uit de economie geheveld middels exorbitante bonussen en perverse beursactiviteiten en doen dat nog steeds op bescheidener schaal.
Als deze onvoorstelbare bedragen nu eens naar 20% armste mensen waren verdeeld, dan zou dit geld nu nagenoeg allemaal door de economie vloeien ter versterking van een gezondere economie. Terwijl nu de rijken ofwel het op zitten te potten bang dat ze weleens wat armer zouden kunnen worden dan voorzien ofwel het uigeven aan buitensporige luxe en zo een zieke en kwetsbare economie bevorderen.
Nu moet ik de eerste econoom nog eens iets zinnigs horen zeggen over deze voor de hand liggende stelling.
Maar ja, economie is natuurlijk niet echt een wetenschap of dat ooit geweest, toch?

_________________________________________________________________

Managers en management, een ziekte of een zegen? 1-7-2009

Begin jaren negentig mocht ik eens getuige zijn van een diploma-uitreiking bij een managementcursus omdat mijn vriendin daar zo’n papiertje in ontvangst mocht nemen.
Daarbij hield een van bobo’s van de managementopleiding een toespraak over de zin en het belang van management. Nu kan ik mij inmiddels niets maar dan ook geen jota meer herinneren van wat ze daar ter berde bracht. Maar ik weet nog wel heel goed dat wat die dame vertelde mij voorkwam als baarlijke nonsense en als nogal zweverige en niet te staven beweringen en bezweringen. Het aanwezige publiek applaudiseerde na afloop netjes en ik zal nooit weten of men dit uit beleefdheid deed of deze uiterst onwetenschappelijke kletspraat serieus nam.
Mijn conclusie op dat moment luidde in ieder geval dat ik mij uit oogpunt van mentale hygiene maar beter verre van managementgeleuter kon houden en mijn tijd daar maar beter niet aan kon verdoen.

Zo vormt een mens dus zijn eigen overtuigingen en deze van mij heb ik op grond van simpele waarneming lange tijd niet kunnen weerleggen. Integendeel steeds meer wees erop dat het leeuwendeel van het gezamelijke managersvolk vooral zichzelf steeds belangrijker begon te vinden, vaak nauwelijks wisten waar ze mee bezig waren, wel steeds meer macht en invloed kregen, het contact met de werkvloer en soms met de werkelijkheid totaal verloren niet zelden een puinhoop achterlieten, waarvoor men zich dan buiten alle proporties liet uitbetalen.
En een voormalige koffieboer, zo heete het ooit, zou net zo goed een electronica-concern kunnen leiden, want managen is managen en daarvoor hoef je helemaal geen verstand van of feeling met het product of het werk te hebben; dit is volgens mij gewoon een onjuiste en zelfs perverse gedachte die inmiddels gemeengoed lijkt te zijn geworden in managersland.
Bijna iedereen kan tegenwoordig tal van belachelijke en onbegijpelijke voorbeelden aanhalen van wat managers en bestuurders bij tijd en wijle zoal weten te bekokstoven.
Mocht u mensen kennen die in een nederlands ziekenhuis werkzaam zijn moet u ze voor de aardigheid eens vragen wat hun ervaringen het afgelopen decennium zijn met de decreten van het management en de invloed daarvan op het werk en de sfeer op de werkvloer. De thuiszorg is ook een mooi voorbeeld van wat het managen van een sector zoal vermag.
Klap op de vuurpijl is natuurlijk het spektakelstuk dat de financiële sector ons wereldwijd geleverd heeft, de sector met ws. de meeste managers en met de meest exorbitante salarissen en bonussen.
Kwam die financiële crisis nu dankzij of ondanks de vele managers die ons daarheen geleid hebben? In ieder geval is het gevolg een diepe economische crisis waar weer heel wat aan te managen valt en zoals her en der opgemerkt wellicht een kans biedt een aantal zaken eens op wat gezondere en meer doorwrochte wijze te organiseren en aan te pakken. De tekenen zijn vrees ik vooralsnog niet erg hoopvol.

Het moge duidelijk zijn dat ik niet vooraan sta om de loftrompet te blazen over de zegenrijke werking en invloed van het managersvolk en de managementcultuur op ons aller welzijn. Daar zijn natuurlijk weer uitzonderingen op want de echte wereld is zelden zwart-wit.

In een nieuwsbrief van de Human Givens van anderhalve maand geleden tref ik een link naar een praatje dat ene engelse management-guru genaamd John Seddon gegeven heeft op het MindFields College.
Nou maar eens kijken dan… wat zou een management-guru voor bijzonders te melden kunnen hebben dat ze hem daar aan willen horen?
Na een korte inleiding van Yvan Tyrrell over o.a. de geweldige en fantastische Hirschmann-curve (die helaas nog niet op Google te vinden waar je dan wel weer de Kruithof-curve kunt vinden maar die is veel te ingewikkeld en bovendien in dit verband volslagen irrelevant) is het woord aan John Seddon.

John Seddon at Human Givens

Seddon blijkt een begenadigd spreker, boeit van het begin tot het eind, zegt uitsluitend zinnige en behartenswaardige dingen en verwoordt het een en ander op heldere en begrijpelijke wijze.
En bovenal hij heeft evident gelijk met zijn stellingen en inzichten. Ik sta perplex. Ik ben om, ik ben bekeerd!
Ik ben geïnteresseerd in en aanhanger van een mangement-theorie.
De wonderen zijn de wereld nog niet uit. (mijn partner voelt eens aan mijn voorhoofd…nee heus ik heb geen koorts)
Ik ga zijn boeken kopen en aanbevelen:
Freedom from Command and Control: A Better Way to Make the Work Work
en
Systems Thinking in the Public Sector: The Failure of the Reform Regime…. and a Manifesto for a Better Way by John Seddon

Zoals gezegd de wonderen zijn de wereld nog niet uit en dat geldt ook voor u dames en vooral toch nog altijd heren managers en bestuurders.
U heeft er de laatste decennia vooral een zooitje van gemaakt maar misschien kunnen we het tij nog ten goede keren.
Dus ik zou zeggen: managers en bestuurders aller landen verenigt u en wendt u tot de heer John Seddon; luistert naar hem, ga met hem praten, leer systeem-denken en laat uw bedrijf of organisatie eens door Vanguard doorlichten.

Vanguard Systems Thinking

Misschien kunnen we met zijn allen dan ook nog eens wat goed en fatsoenlijk werk leveren.

_________________________________________________________________

Pedagogische Wetenschap, Koorddansen tussen kunst en kunde 6-5-2009

Onlangs kwam ik op het web een oratie tegen met bovengenoemde titel.
Ik stuitte op deze oratie van Anna Bosman terwijl ik zocht op Alexandertechniek.
Ze voert hier nl. de Alexandertechniek op als een prototype van geslaagde interactie leren/lesgeven.

De betreffende lezing is hier te vinden:oratie Anna Bosman

En er doorheen snuffelend trof het me als een stuk vol wijsheden en behartenswaardige punten voor verscheidene kwesties in de gehandicaptenzorg en de GGZ in het algemeen.
Om eens kennis van te nemen ten zeerste aanbevolen voor werkers in de zorg.

Zo ondere andere een verhelderend en inzichtgevend stukje over de veelgeprezen DSM en ik ga nu een flink stukje knippen en plakken (citeren heette dat vroeger):

Onze neiging om zichtbaar (afwijkend) gedrag te labelen, heeft ertoe geleid dat we steeds meer categorieën onderscheiden. Een korte historische terugblik op de ontwikkeling van de Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (DSM) illustreert dit.
In 1880 wilde men in de Verenigde Staten informatie over het aantal mensen dat ‘geestelijk gestoord’ (insane) was. Deze telling leverde zeven categorieën van ‘insanity’ op. In de daarop volgende decennia zagen vijf verschillende concurrerende classificatiesystemen het licht. In 1952 publiceerde de American Psychiatric Association (APA) hun eerste uitgave van het nu bijna standaard geworden classificatiesysteem voor mentale problemen: de DSM. De DSM-I bevatte 106 verschillende diagnoses. In 1968 verscheen de DSM-II met 185 categorieën en in 1980 verscheen de DMS-III met 265 verschillende diagnoses. De vierde en tot nog toe de laatste DSM-IV, op een revisie na uit 2000 (DSM-IV-TR) waarin slechts fouten waren hersteld, verscheen in 1994 en bevatte 365 verschillende diagnostische categorieën. De ontwikkeling in het aantal diagnoses is vrijwel lineair.
Met elke heruitgave komen er gemiddeld 85 diagnoses bij. Gedurende de periode waarin
dit classificatiesysteem bestaat, namelijk 42 jaar, is het aantal officiële diagnoses ruim verdrievoudigd.

Nederland is het Europese land met de meeste kinderen met een diagnostisch label. Voor een deel heeft dit te maken met ons bekostigingssysteem. Geen diagnose, geen geld voor hulp. Toch moeten we ons hier ook de ‘kip-ei’-vraag stellen. Als wíj de overheid niet hadden wijsgemaakt dat we in staat waren om de bokken van de schapen te scheiden hadden we wellicht niet in deze ongemakkelijke
‘zonder diagnose geen hulp’-spagaat gezeten!

Tot zover het citaat.
Dat roept zo toch even een aantal interessante vragen op als:

Wat gaat de volgende versie brengen? Komen we dan dichter bij de 400 of dichter en mogelijk zelfs over de 500 diagnoses uit? En hoeveel betekenis heeft zo’n diagnose dan nog? Gaan we dat als fine-tuning of als haarkloverij beschouwen.

En op politiek en zorgorganisatorisch niveau dringt de vraag zich op hoever we hier mee door willen gaan en wanneer de wal het schip zal keren?
Op enige moment zullen sommige lieden en uiteindelijk ook politici zich weleens achter de oren gaan krabben en zich afvragen of we wel zorg willen financieren op grond van een diagnose die ons overwegend in het duister laat over oorzaak en te volgende behandeling ervan.

Nu volg ik toevallig net een cursus ‘psychiatrische ziektebeelden’ op mijn werk.
Deze cursus bestaat uit 5 dagdelen en voor de aanvang werd ons gevraagd met vragen te komen.
Een vraag van mij was of er bekend is of er binnenkort een nieuwe versie van de DSM te verwachten valt waarin de vele ontdekkingen uit het hersenonderzoek van de afgelopen decennia verwerkt zijn? En of er al iets te zeggen valt over welke richtingen dat uit zou kunnen gaan?
Bij de eerste bijeenkomst werd deze vraag als bijzonder interessant getypeerd, maar dat is alles wat ik er na inmiddels vier bijeenkomsten over vernomen heb. Dus ik ben benieuwd of men er op de komende en laatste cursusdag nog op terugkomt.

Een andere recente vondst op het web is die van de ‘Human Givens’benadering.

Ik struin wel vaker het net wat af op zoek naar iets nieuws of inspirerends op het gebied van gezondheid en welzijn. Daarbij stuit ik helaas meestentijds op allerlei vage inzichten en boute beweringen over een of andere wet van de aantrekkingskracht die ergens in het universum staat te trappelen om mij ontzettend gelukkig en rijk te maken als ik mij er maar voor open wilde stellen. Lieden als ene Rhonda, Bob Proctor, Patty Harpenau en een heel leger van gelijkgestemde en al net zo verlichte lieden staan klaar om mij tegen betaling de sleutels aan te bieden van het grote geheim van ons leven, van lifecodes en meer van dat soort vage gewauwel.
Er verkoopt tegenwoordig blijkbaar niets zo goed als gebakken lucht; zowel de vraag als het aanbod lijken erg groot te zijn.

De Human Givens benadering is van een heel ander kaliber en was en blijft een welkome en verfrissende afwisseling op bovengenoemde gebakkenluchtverkopers.
Het verbaasde me dat deze beweging of school al ruimschoots een decennium actief is en zo weinig bekend. Ik had er althans nog nooit van gehoord.
De human Givens presenteert zich min of meer als een nieuw paradigma op het terrein van onze emotionele gezondheid en welbevinden. En ik vind dat Joe Griffin en Ivan Tyrrel die claim ook goed weten te staven in de door hen geschreven boeken:
-Human Givens met de ondertitel A new approach to emotional health and clear thinking en
-Dreaming Reality met de ondertitel How dreaming keeps us sane, or can drive us mad.

Alles draait hier om een theorie over de functie van dromen en de functie van de REMslaap. Deze overkoepelende theorie wordt ‘an organising idea’genoemd en levert veklaringen voor angst, depressie, hypnose, verslaving, post-traumatische stress, psychose en meer. En zoals ik me i.v.m. de DSM al afvroeg, hier worden nadrukkelijk wel de uitkomsten en gegevens van recent hersenonderzoek verwerkt als sleutels in de verklaringsmodellen.
Naar mijn idee een benadering die meer bekendheid verdient en tot veel moois en nieuws zou kunnen inspireren.
Voor verdere info:
The Human Givens Institute
Human Givens Publicaties
Nederlandse HG site

Op eerstgenoemde site is onder Archive een flink aantal artikelen te vinden.
Zijn er mensen nader bekend met de Human Givens?
Reacties zouden zeer welkom zijn!

_________________________________________________________________

Zorgplan automatiseren?; of zorgplan robotiseren? 3-5-2009

Op mijn werk is men al enige jaren bezig met het implementeren en vormgeven van de zgn. ondersteuningsplanmethodiek; een electronische of digitale verslaglegging, opbouw en verwerking van zorgplan en clientendossier. Dit gebeurt hier met het programma Cura Unit4Agresso. Ik schreef hier eerder over.

Er wordt duidelijk stevig geinvesteerd in dit project en ik zie telkens weer met stijgende verbazing hoe men dit aanpakt en daarbij mijns inziens niet veel blijk geeft van inzicht in het reilen en zeilen op en het belang van de werkvloer in deze.

Mijn bezwaren tegen dit programma richten zich vooral op het feit dat het de werkers op de vloer (de dagelijkse en directe pedagogische begeleiding) niet ondersteunt in de uitvoering van hun werk en niet hun inzcht, creatitiviteit en professionaliteit stimuleert of bevordert.
Dit betreft volgens mij een kwestie die cruciaal en bepalend is voor de kwaliteit van en in de zorg.
Het kan en zal zo zijn dat men als management, inspectie of andere overheidsinstantie middels via dit programma desgewenst bepaalde gegevens snel boven tafel kan krijgen. Dat zijn zaken die zich sowieso wel zullen regelen en hun vorm zullen krijgen; en het lijkt me derhalve niet zo zinnig om zoiets het speerpunt en de hoofddoelstelling te laten zijn van het automatiseren van zorgplannen. Ik kan me niet aan de indruk ontrekken een dergelijke achterliggende gedachtegang samen met het voldoen aan certificeringseisen de drijfveer achter dit programma zijn; en oppervlakkig bezien misschien ook wel een voor de handliggend idee lijken.
Het lijkt me echter dat hier juist ook een kans ligt (of lag?)om middels de automatisering van zorgplan de professionaliteit op de werkvloer te stimuleren door snel inzage te geven, verbanden te tonen en overzicht te bevorderen.

Enkele voorbeelden van voor mij van de werkvloer af gezien kromme zaken:

– Unit4 wil rapporteren op doelen en werkt daartoe met de trits probleem-doel-actie.
Deze voldeed blijkbaar niet bij ons omdat de term probleem als negatief en problematisch werd ervaren en nu werken we dan met de trits:

vraag-doel-actie

Nu had men bedacht om deze vanuit het perspectief van de client te beschrijven. (Dit gebeurt wel vaker in bv. levensverhalen en andere geschriften waar het buiten dat het wel sympathiek overkomt vooral de functie heeft een appel te doen op het inlevingsvermogen van de lezer en of dat hier veel zin heeft is dan vraag 2) De mentoren binnen woondienst en dagbesteding moeten elk voor hun clienten deze trits invullen met werkdoelen, hetgeen veel tijd kost en vooral hoofdbrekens over wat dan en hoe dat grammaticaal vorm te geven.

Men wil uitsluitend op doelen rapporteren hetgeen volgens mij noch handig noch verstandig is en ook wel als selectieve waarneming te boek staat en voor zover ik het kan zien in de praktijk ook niet goed werkt.
De rapportage geschiedt in 6 of 7 categorieen, maar daar is geen algemene categorie bij.

– De trits vraag-doel-actie in combinatie met het op doelen rapporteren suggereert dat hier een vorm van interpretatie al of niet gecombineerd met een computerbewerking achter schuilgaat hetgeen niet het geval is. Wat hier gebeurt is dat men de trits zelf op de meest uiteenlopende (en soms malle) manieren invult dat vervolgens onder het dekseltje van de output propt en zie dan komt hetzelfde er weer uit als je het dekseltje weer open doet; en wat valt daar dan voor nieuws aan af te lezen denk ik dan. Er lijkt een suggestie opgeroepen te worden als zou de computer gegevens interpreteren en dat doet ie niet, dat kan ie ook niet en dat kan ik uiteraard veel beter.

Ook ordent het niet op een bepaalde wijze gegevens die dan weer nieuwe informatie oplevert. Ter vergelijking bij het surfend snuffelen door het leerling-volg-systeem Parnas-sys zie ik dat men op school bv sommen laat maken of een proefwerk geeft waarvan de uitkomst als een meting naar een doel kan gelden en als dat onder de maat is als actie een extra les of uitleg volgens andere methode geeft (dit alles welomschreven uiteraard) en dan weer een zelfde of vergelijkbare meting kan doen. Dit is natuurlijk het ideale experimentele onderzoeksdesign toegepast op een bestaande gangbare praktijk ws. ook een schoolvoorbeeld van hoe automatisering de praktijk kan ondersteunen en optimaal dienstbaar zijn.

– Na een jaar of twee komt men erachter dat wanneer wij doel stellen de client niet zomaar actie onderneemt en mogen alle acties herschreven worden vanuit het perspectief van de groepsleiding; laat dit zien hoe doordacht en doorwrocht het een en ander is.

– Naar ik aan neem omdat het allemaal niet zo erg wilde vlotten besluit men op enig moment om de doelen te standaardiseren d.w.z. ze zijn voorgebakken en genummerd en is er nu een lijst van als ik mij niet vergis inmiddels ruim 600 doelen. En er wordt of werd over gedacht om ook de akties te standaardiseren en al in te vullen. Dan vraag ik mij af hoeveel akties er per doel kunnen zijn; voor een autist, voor een ADHD-klant, voor een uitermate timide persoon die we juist wat losser willen krijgen en voor bedenk er zelf nog maar een paar zul je toch op uiteenlopende akties voor eenzelfde doel uitkomen of maak ik hier een denkfout? Krijgen we dan lijstjes van enige duizenden akties, nauwomschreven, genummerd en wel? Komt mij nogal Kafkaësk voor.
Een doel uit een lijst van honderden mogelijkheden (ook al zijn die gecategoriseerd) zoeken is sowieso al gekkenwerk omdat het de menselijke maat een beetje te boven gaat, maar wat dan als de doelstelling die jij op je client van toepassing acht daar net niet bij ziet? Moet je dan uit armoede maar kiezen uit de dichstbijkomende aanverwante artikelen terwijl je het gevoel hebt dat dat nou net de spijker toch niet op de kop slaat danwel de plank ruimschoots misslaat?

– Waar de computer wel weer heel goed in is en ons bij uitstek ten dienste kan zijn is in de grafische representatie van (soms moeizaam en over langere tijd) geturfde gegevens. Hier geldt regelmatig het adagium dat een beeld meer kan zeggen dan duizend woorden of zoals de engelsen zeggen: a picture paints a thousand words.
En hier ligt de kracht van de computer om ons nieuwe inzichten te verschaffen in patronen.
De mogelijkheid van turven is in unit4 aanwezig onder de tab metingen, maar wordt bij mijn weten niet proactief gebruikt maar uitsluitend als vervanging van de gangbare vocht- en temperatuurlijsten e.d.. Wat mij verbaast is dat men niet eerst met dit onderdeel begonnen is en de mogelijkheden ervan niet verder uitgewerkt heeft.

– Het programma is niet erg gebruikersvriendelijk of intuitief zoals het een goed computerprogramma toch zou betamen.

Ik vraag me af of ik mijn bezwaren hier een beetje duidelijk worden want ik raak steed meer in de bonen als ik over dit programma en de zin ervan nadenk; maar goed dat had ik in het gebruik ervan soms ook; dus misschien niet zo vreemd en reden om het een ander eens op een rijtje te zetten..
Wat ik wel als een nadrukkelijk pluspunt in het praktische gebruik moet vermelden is dat binnen een scherm en met een muisklik de in de tijd achtereenvolgende rapportage van de woning en de dagbesteding te volgen is zodat snel te zien is wat er vandaag, gisteren of vorige week aan bijzonderheden gepasseerd is. Dit is zondermeer een nuttig voordeel voor de werkvloer maar natuurlijk niet exlusief eigen aan dit betreffende programma/methodiek.

Laten we eens zien welke methodiek hiermee dan vervangen wordt.
Het eerdere zorgplan had de heldere structuur:
– anamnese
– perspectief
– hoofddoelen
– werkdoelen
waarin duidelijk de lijn loopt van waar komen we voor zover bekend vandaan, wat denken we dat de toekomstige mogelijkheden zijn, op welke punten willen we daaraan werken en hoe gieten we dat in concrete werkdoelen. Een samenhangend geheel waarin het perspectief een sleutelrol speelt.
De kracht en de charme van dit model is gelegen in de overzichtelijke onderlinge verbondenheid van de onderdelen en wanneer die onderdelen goed ingevuld zijn geven ze richtng aan het denken over en suggereren ze vaak al een gepaste handelswijze.

Wanneer men met een dergelijk model zou werken zou de aard van dat model volgens mij al stimuleren dat men op een professionelere wijze naar de client kijkt omdat zaken steeds in een groter verband zijn te plaatsen.
Als men daarbij de werkdoelen waar mogelijk in de vorm van Goal-Attainment-Scales zou gieten zou dat dunkt mij de professionaliteit en de onderlinge communicatie op de werkvloer nog eens sterk verbeteren. Waarbij GAScales zich wel eens heel makkelijk zouden kunnen laten scoren en verwerken op de computer en zo veel specifieke, concrete, harde en zinnige informatie kunnen opleveren.

Volgens mij moet elke zorgplanmethode waar het de doelen betreft ons telkens met de neus op drie vragen drukken en ons daar steeds weer mee bezig laten zijn. Die vragen, laten we ze bij deze de criteria van Kruithof noemen, zijn:

1. Wat willen we bereiken of welke richting willen we op met deze client?; deze groep, deze actie, dit plan of wat dan ook.

2. Hoe denken we dat te gaan bereiken?; langs welke weg, met welke middelen en hoe denken we dat een en ander in zijn werk zal gaan.

3. Lukt dat een beetje?; of moeten we iets bijsturen of het over een heel andere boeg gooien.

In het oude zorgplan lijken deze punten op een vrij vanzelfsprekende wijze ingebed in de hoofddoelen > werkdoelen en het cyclische karakter door evaluatiemomenten.
In het nieuwe ondersteuningsplan zie ik deze logische lijn niet zo terug tenzij middels kunstgrepen en verbrokkeld.

Uiteraard heb ik een aantal van deze punten her en der ter berde gebracht en uitgesproken. Meestal wordt daar wat schouderophalend op gereageerd of de nieuwe methodiek wordt geloofd of verdedigd zonder dat er op mijn argumenten ingegaan wordt.
Hetgeen mij het meest bevreemdt hierin is dat niemand een poging waagt om mij duidelijk te maken waar ik in mijn redenering een denkfout zou maken of de plank duidelijk mis zou slaan. En dat is uiteindelijk alles waar ik om vraag.
Kan iemand mij van dienst zijn?
Zolang dat niet het geval is blijft bij mij het boze vermoeden bestaan dat hier een log monster van een rapportagesysteem geschapen wordt. En het zou me niet verbazen als de wet van de remmende voorsprong zich hier te zijner tijd zou doen gelden en een nabijgelegen instelling die zich hier nu nog geheel niet mee bezighoudt straks een nieuw, slank en flexibel programma aanschaft dat ze naar wens kunnen indelen en laten werken terwijl we hier dan bezig zouden zijn met het eindeloos bijschaven van een programma dat toch maar niet echt wil voldoen. Dat zou toch spijtig zijn!

Wat ik verder ten node mis in de (niet alleen) geautomatiseerde rapportages/dossiers is een, desgewenst eenvoudig op of terug te zoeken, geschiedenis van reeds toegepaste/uitgeprobeerde strategieen van aanpak, bejegening of behandeling die al dan niet succesvol bleken.
Hiermee bedoel ik dat bepaalde ooit wel gedragsmoeilijk genoemde clienten steeds bepaalde reacties in hun omgeving lijken op te roepen danwel steeds zodanig verkeerd begrepen worden dat de interactie met de omgeving telkens op een zelfde manier vastloopt of in een negatieve spiraal belandt waar moeilijk uit te komen is.
En sommige clienten kunnen en zullen dus met enige regelmaat in hun leven meemaken dat men weer op dezelfde voor de handliggende manieren probeert hen te benaderen en het gedrag te beinvloeden.
Het lijkt me zinnig om in duidelijk georganiseerde en vooropgezette pogingen bepaald gedrag te beinvloeden of te bewerkstelligen beknopt verslag te doen van zo’n aanpak, de bedoeling ervan , de opzet en de bevindingen ook wanneer die negatief uitgevallen zijn.
Dergelijke verslagjes zouden duidelijk getagged of geoormerkt als bijlagen in een dossier aanwezig moeten zijn. Volgens mij kun je sommige clienten geen grotere dienst bewijzen dan hen een goed en volledig dossier in voornoemde zin mee te geven zodat door de dagelijkse begeleiding niet nodeloos dezelfde fouten en/of nutteloze aanpak herhaald hoeven worden.

Wederom de vraag: zijn er mensen uit het werkveld van de gehandicaptenzorg die ervaring hebben met dergelijke automatisering of daar gedachten over hebben en hierop willen reageren?

_________________________________________________________________

Werkers in de zorg: let op uw structuur en begrip(pen). 5-4-2007

In mijn werkveld zijnde de directe begeleiding van verstandelijk gehandicapten valt de term ‘structuur’ nogal eens. En ik heb steeds vaker de indruk dat men daar verschillende dingen mee bedoelt en daar ook steeds vaker iets anders onder lijkt te verstaan dan ik. Dat is natuurlijk lastig en verwarrend.

Daar ik al zo’n 15 jaar de vakliteratuur niet meer volg weet ik niet in hoeverre dit begrip nog in pedagogenland gebezigd, gepropageerd of besproken en uitgelegd wordt, maar ik wil hier even uit de losse pols wat van mijn gedachten daarover spuien.

Zoals elk woord kent het woord structuur natuurlijk ook zijn algemene of laten we zeggen woordenboek betekenis. Ik ga dat niet opzoeken, dat mag je desgewenst zelf doen, maar dat zal ws. iets zijn in de trant van: een al dan niet zichtbaar intrinsiek raamwerk of geraamte dat iets zijn kenmerkende vorm of eigenschappen verleent danwel die ondersteunt.
In de pedagogiek en de zorg heeft de term of het begrip structuur echter de specifieke betekenis van ‘structuur bieden’ als het structureren van de woon-, werk- en leefomgeving in tijd, ruimte en activiteiten. Dit vindt dan meestal zijn uitwerking in dagindeling, vaste routines, volgorde van activiteiten of handelingen en wat mag wel of niet en waar mag iets wel of niet e.d..

Het kan toevallig aan mijn situatie liggen maar steeds vaker als ik de term structuur hoor lijkt die verbonden met een strak regime en strikte regels die bij overtreding om nauw omschreven consquenties of sancties vragen. Het betreft dan blijkbaar een structuur met als doel disciplinering. En op zich ligt het ook wel voor de hand om bij structuur aan disciplinerende maatregelen te denken. En wat de vormgeving daarvan betreft hoeven we maar te denken aan het leger, de gevangenis, (Lubbers) opvoedkampen of gewoon een zeer strenge opvoeding om een scala aan ideeen op te doen. Ik zou dan echter liever spreken van ‘structuur opleggen’ om te disciplineren dan van ‘structuur bieden’.
En daarbij dienen we natuurlijk ten zeerste te waken voor te strenge of onrechtvaardige bejegening.

Een wat mildere en goedaardigere vorm of variant deze structuur ter bevordering en handhaving van discipline is een ‘structuur hanteren’ terwille van de gewoontevorming.
Een overzichtelijke dagindeling, vaste routines, wat sturing en soms wat lichte dwang zijn dan de gebruikelijk ingezette middelen om een goede gewoontevorming te stimuleren.
Het gewenste resultaat hiervan nl. het in de dagelijkse gang van zaken weten wat te verwachten en wat te doen, het je vertrouwd en op je plek voelen zijn niet te onderschatten voorwaarden voor een prettig woon- en leefklimaat, zeker ook waar mensen samenwonen.
En hierbij dienen we natuurlijk te waken voor een tekort aan stimuli, ondervraging en tekenen van hospitalisering.

Goede gewoontevorming lijkt mij o.h.a. een nastrevenwaardig doel en disciplinering zal bij tijd en wijle noodzakelijk zijn om tot een situatie te komen waar weer aan andere doelen gewerkt kan worden. Beiden kunnen dus legitieme middelen zijn om tot een gewenst doel te komen.
Voorzover we die doelen met structurele maatregelen proberen te bewerkstelligen of te bevorderen lijken de verschillen niet zozeer fundamenteel maar vooral gradueel te zijn.
Ik zie echter wel een fundamenteel verschil met wat volgens mij het orthopedagogische begrip ‘structuur bieden’ behelst.

STRUCTUUR BIEDEN

Het orthopedagogische begrip structuur bieden komt bij mijn weten uit de koker van de utrechtse fenomenologen, de erfgenamen van Langeveld. Het werd in pakweg de 70tiger jaren gelanceerd waarna de auteurs (die ik hier niet kan vermelden omdat ik me hun namen helaas niet kan herinneren) ruim een decennium doende geweest zijn om de goegemeente in woord en geschrift uit te leggen dat de beoogde structuur vooral niet zo strak en rigide opgevat en uitgewerkt diende te worden als in de praktijk soms bleek te gebeuren en dat het zeker niet als een restrictieve of disciplinerende maatregel gebruikt diende te worden.

De gedachte achter het structuurbegrip was dat onze moderne, geindustrialiseerde wereld erg ingewikkeld was geworden. (tja, in de 70tiger jaren al) Druk en gevaarlijk verkeer, industrielawaai, veel mensen bij en door elkaar op stations e.d., je moet kunnen lezen om je weg te vinden op onbekend terrein, bureaucratie met moeilijke regels en veel formulieren, werkdruk, haast, gestresste mensen en noem maar op. Ja wat moeten we nu dan, maar in ieder geval was de wereld toen voor ‘gewone mensen’ soms al moeilijk of niet te volgen en bij te houden; laat staan voor verstandelijk gehandicapten met vaak ook nog fysieke of zintuigelijke beperkingen.
Het is met de al moeizame of onvolledig verlopende ontwikkeling die eigen is aan de handicap heel begrijpelijk en invoelbaar dat deze mensen de wereld om hen heen vaak of veelal als eng en bedreigend zullen ervaren. Met veelal als gevolg angst en argwaan, een afwerende en teruggetrokken houding en een in de schulp kruipen. En in dat licht was het voorstel van de fenomenologen om een veilge structuur te bieden door de leefwereld van de client die toen nog meestal bewoner heette zodanig te structureren dat die als bekend, veilig en uitnodigend wordt ervaren.
Het belangrijkste doel is hier dus dat de client zich vooral veilig voelt, uit zijn schulp kruipt en vanuit die positie weer initiatief vertoont of ontvankelijk is om in contact te treden met de wereld om hem heen en de mensen daarin en die wereld wil onderzoeken en exploreren.

Hier ligt dus het fundamentele verschil met de eerder genoemde doelen van disciplinering en gewoontevorming. Deze eerste twee zijn naar hun intentie en uitwerking vooral beperkend, sturend en restrictief terwijl de laatste of het oorspronkelijk door de fenomenologen geponeerde begrip naar intentie en aard juist ruimtebiedend, uitnodigend en uitlokkend is.
Als wij voor beiden achteloos de term structuur hanteren vraagt dat natuurlijk om verwarring en misverstand.

Het lijkt mij dan ook zinnig om in de communicatie, in discussies of bij vermelding in zorgplannen (of welke nieuwe naam de plannen toevallig mogen hebben) e.d. bij tijd en wijle eens te vermelden welke structuur we voor ogen hebben en welk doel we ermee willen bereiken.
Enige bespiegeling kan nooit kwaad en in dit geval zou een gunstig effect kunnen zijn dat het je dwingt om na te denken over wat willen we in een bepaald geval bereiken en hoe zou dat dan kunnen.
Het zou ook al grote winst zijn als het wat helderheid schept in die gevallen waar ‘structuur’ vooral de begeleiders lijkt te dienen maar omdat het ‘structuur’ heet te zijn de suggestie wekt dat het ten behoeve van de client zou zijn.

En wellicht blijkt het hele begrip het lot van de dinosauriers tegemoet te gaan omdat de omstandigheden nogal veranderd zijn sinds de 70tiger jaren en andere inzichten en begrippen opgang maken (en dan nog zou helderheid geboden zijn wanneer de term wel gebezigd wordt), maar dat lijkt me nog niet gezien de frequentie waarmee ik het woord nog hoor vallen.
Waar ik nooit meer iets over hoor in dit verband is de roep uit de 80tiger jaren om een groepsgerichte of categorale benadering zoals bv. een structuurmodel voor de toenmalige structopaatjes die tegenwoordig conform de DSMterminologie ADHDers heten. Maar dit terzijde.

Beste collegae werkers in de zorg mijn boodschap luidt hier dus: Let op uw structuur, maar vooral ook op uw woorden en op uw begrip van het een en ander.
Laat je gedachten eens over deze materie gaan, reageer hier eens op en/of doe er je voordeel mee.

Dick

P.S. Meer aan mijn werk in de gehandicaptenzorg gerelateerde onderwerpen en kwesties zijn te vinden onder dat vak van mij of een vak apart.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s