Econohadjememaar

Volgens de Wiardi Beckman Stichting hebben wij behoefte aan economen als Jan Pen. Dat lijkt mij ook. Al was het maar om ons nu nog eens uit leggen hoe de economie op dit moment werkt en welke krachten en machten daarin op welke wijze werkzaam zijn. Zo rond de 80-er jaren deed hij dat bijvoorbeeld in het destijds vrij populaire boek: Kijk, economie.

economiejouwwereld
Nu ontwikkelde ik rond en sinds diezelfde tijd ook een knagend en niet aflatend wantrouwen tegenover de mooie en/of dreigende praatjes van economische en financiële experts en hotemetoten.
Dat was in de tijd dat de zogeheten hoogconjuncturele ontwikkeling stagneerde en dreigde vast te lopen. (om er maar eens wat economische taal tegenaan te gooien want als je dat niet doet word je, zo lijkt het, tegenwoordig nog nauwelijks serieus genomen) Hoewel ik, zoals ik vaak zeg, bepaald geen verstand van economie heb, werd het mij in die tijd toch echt wel duidelijk dat de economische werkelijkheid en de theorie of de blahblah daaromtrent zeker niet altijd hand in hand gaan of parallel blijken te lopen. Weer zo’n typisch gevalletje van discrepantie tussen theorie en praktijk of het archetypische schoolvoorbeeld ervan? Één van de hoofdoorzaken daarvan leek me ,zoals ene Marx toch ook al opgevallen was, dat de vitale belangen van de gewoon werkende, producerende en bescheiden consumerende mens blijkbaar heel andere zijn dan die van hen die grote kapitalen wisten te vergaren danwel toebedeeld kregen en, in het kielzog van dit selecte groepje, de aandeelhouders en speculanten die een dergelijke status ook ambiëren en nastreven.
De werkgelegenheid begon vrij abrupt te haperen en er vielen nogal wat massa-ontslagen. De jongeren van toen kwamen maar moeizaam of niet aan een baan en zouden de Generatie X of de Verloren Generatie gaan heten.
Kortom volop economische en andere malaise. De kranten stonden er vol van. Maar op de financieel-economische pagina’s werd er toch ook af en toe nog wel eens gejubeld en gejuichd. Wanneer een grote firma weer eens een nieuwe ontslaggolf aankondigde werd dat door financieel-, economisch- en beursanalisten welhaast steevast met hoera-geroep ontvangen en schoot de beurswaarde van het bedrijf weer wat omhoog. Ik vond dat destijds hoogstverwonderlijk en had de indruk dat, op een stelletje onversneden ‘rooie rakkers’ na, steeds meer mensen dit fenomeen met verwijzing naar iets als ‘modernisering of automatisering’ en wat economisch jargon en gemeenplaatsen die als gevestigde economische theorie moesten klinken wegrationaliseerden en accepteerden als betrof het natuurlijke wetmatigheden.
Wat het economenvolk, papagaaiende politici en de ‘corporate’ en financiële bobo’s ons sinds die tijd zo allemaal nog hebben trachten te vertellen is er bepaald niet veel samenhangender of duidelijker op geworden voor de doorsnee mens. Economische praktijk en theorie lijken vooral versmald tot statistische, wis- en rekenkundige abracadabra waarbij de link met ons dagelijks leven en algemene menselijke behoeften telkens moeilijker inzichtelijk maar des te onverbiddelijker bepalend zijn geworden. Voor elke theoretische of politieke stellingname in elk willekeurig economisch debat zijn dan ook altijd weer ‘geleerden en deskundigen’ te vinden die nu juist net iets anders tot het tegenovergestelde propageren. Ondertussen blijken deze zakelijk en technocratisch ogende discussies veelal doorspekt van verborgen ideologische standpunten.

expert
De roep om economen met een wat bredere en omvattender kijk op de samenhang tussen en de vervlechting van maatschappelijke en economische vraagstukken zoals hierboven door de Wiardi Beckman Stichting verbaast mij dus niets; ik vind hooguit dat die wat laat en wat te weinig klinkt.
En dan heb ik het niet over een echt alles en ook het spirituele omvattende visie als bijvoorbeeld aangestipt door Morihei Ueshiba maar eerder over de wat wijdere, open en inclusieve blik van onder andere lieden als John Maynard Keynes of John Kenneth Galbraith.

Correspondent
Uitgerekend op ‘de dag van de Arbeid’ publiceerde de Correspondent een stuk van de hand van Rutger Bregman dat naar mijn smaak wel weer eens op begrijpelijke en te volgen wijze enig licht werpt op de econometrische en -blahblah valkuil waar we met z’n allen zomaar ingerold lijken te zijn.
Want zoals de laatste zin uit het artikel luidt:

‘De economie,’ schrijft de Zuid-Koreaanse econoom Ha-Joon Chang, ‘is te belangrijk om aan economen over te laten.’

Over Dick

What about me?
Dit bericht werd geplaatst in econoblahblah, in mijn boekie en getagged met , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s