College door een Hollandse bovenmeester

Op dit blog wil ik nog wel eens iets over dat vak van mij kwijt, zoals te zien onder het kopje: dat vak apart. Her en der zullen die stukjes blijkgeven van mijn opvatting dat ik hecht aan wetenschappelijke kennis en de orthopedagogiek beschouw als de wetenschap waar we het in mijn werk van moeten hebben.

100jaarOrtho

Het gesprek tussen een aantal Hollandse meesters dat op 22 november jl. plaatsvond lijkt mij in de kern te gaan over wat de wetenschappelijke bijdrage is danwel zou kunnen zijn aan een verbetering van de theorie en praktijk van ons werk.

HM_logo

Dat gesprek werd voorafgegaan door een inleidend college door Prof. Dr. J. Rispens.
Hij heeft het over de status, de aard en het belang van kennis in onze professie.
In de benadering van die kennis onderscheidt hij een ‘objectivistische’ en een ‘interpretatieve’ traditie en vraagt zich af hoe beiden recht te doen en bruggen te slaan.

Aanbevolen voor een ieder die werkzaam is of belangstelling heeft voor welke soort van agogisch werk dan ook en vragen over de aard en de geldigheid van onze zogeheten vakkennis niet schuwt.

Uit: Hollandse Meesters

Advertenties

Over Dick

What about me?
Dit bericht werd geplaatst in een vak apart, in mijn boekie, pedagogie, psychobabbel en getagged met , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

2 reacties op College door een Hollandse bovenmeester

  1. henk50 zegt:

    Een spanningsveld -parallel aan dat wat Rispens noemt- is of je je in de orthopedagogiek moet baseren op wetenschappelijke uitkomsten. Mijn ervaring is dat -als je dat doet- het altijd ten koste gaat van de creativiteit en dus ook van het unieke kijken naar mensen. De tendens is de laatste tijd weer meer: volg strakke protocollen en wat niet uit die werkwijze komt kun je niet voldoende onderbouwen en dus is het niet waar… (met als mogelijk gevolg: en dus krijg je er ook geen geld voor)….

  2. Dick zegt:

    Het zal je vast niet verbazen, Henk, dat mijn ervaring en mijn opvatting ook die kant uit wijzen. Als je in dit onderscheid Duker op de ene pool plaatst en lieden als Heijkoop en van Gemert op de andere pool, voel ik me toch vooral verwant met die laatste twee.
    Maar daarmee kunnen we wetenschappelijke bevindingen natuurlijk niet ontkennen of negeren. Het lijkt me meer een kwestie van wetenschappelijke uitkomsten op hun geldigheid, hun gewicht en hun relevantie voor de theorie en de praktijk in te schatten en in het juiste of gewenste perspectief te plaatsen. De huidige tendens tot protocollisering en de bovenmatige focus op neurowetenschappelijk deelonderzoek lijken me op zich al een teken van zaken uit z’n verband en uit perspectief trekken van een wenselijke praktijk.
    De roep om het ‘evidencebeest’ zal, naar het zich laat aanzien, toch nog wel even aanhouden. In dat verband ben ik wel erg benieuwd hoe onze werkgever die algemene tendens wil gaan rijmen met de intentie om de organisatie tegelijkertijd wat ‘gentler’ te maken. Ik hoor daar eigenlijk nooit expliciete of heldere uitspraken over.
    De vraag die Rispens zich stelt iets dichter bij huis en in een misschien wat minder theoretisch aandoend jasje.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s