Variamoralia

Het kan verkeren!
Dat geldt ook voor de gangbare moraal en voor de dubbele moraal en voor elke andere moraal en voor onze beoordeling daarvan. Woorden als ‘moreel’ en ‘moraliteit’ lijken we niet graag of makkelijk meer te in de mond te nemen. Wellicht vanwege de associatie met het woord moraliseren?
Dat evenals het leven en de cultuur de heersende moraal aan verandering onderhevig is, lijkt me wel te begrijpen; de aard en de richting van die veranderingen valt dan, wat mij betreft, niet altijd even goed te volgen.

Twee jaar geleden zag ik ergens in Duitsland in een boekhandel een boekje liggen met een titel die me enigszins intrigeerde. Het was Warum Ökonomie Moral braucht van Hans Küng, een theoloog.
Het lijkt me tekenend voor onze huidige cultuur dat een theoloog zich geroepen voelt het waarom daarvan te moeten uitleggen en te beargumenteren. Terwijl ik dan denk dat de politici, economen en leidende figuren uit het bedrijfsleven die menen dat onze economie, ‘of all things’ ooit waardevrij zou kunnen heten en het zonder ethische regels zou kunnen stellen eerder iets uit te leggen en zich te verantwoorden hebben. Het lijkt de wereld wel op z’n kop! Welke merkwaardige veronderstellingen en denkbeelden zijn er toch in onze cultuur geslopen?
De verhouding economie en ethiek zal de komende jaren nog wel heel wat prangende vragen opleveren en daar krijgen we vast nog het nodige mee te stellen; de politiek lijkt voorlopig nog niet rijp of van zins om daar adequate antwoorden op te formuleren.

Wij mensen zijn zo’n beetje in een doorlopende morele conversatie met elkaar verwikkeld. We lijken elkaar, in weerwil van de ogenschijnlijke aarzeling woorden als ‘moreel’ of ‘moraliteit’ te gebruiken, in veel opzichten ook steeds meer de wet voor te willen schrijven en steeds strakker de maat te willen nemen. Soms tot in het absurde toe. Waarom we in het ene geval niet opkijken en in het andere geval verontwaardigd te hoop lopen is weleens wat ondoorgrondelijk en raadselachtig.

Naar aanleiding van het rumoer rond het te proclameren gedicht en een teruggefloten burgermeester met de laatste dodenherdenking op 4 mei en in het kader van de maand van de geschiedenis wordt er momenteel in de media onder Nederlandse historici een levendige discussie gevoerd over wat en wie te gedenken bij die gelegenheid en wat algemener of en hoe dan het verhaal van goed en fout in de tweede wereldoorlog verteld zou moeten worden zonder in al te gemakzuchtige oordelen te vervallen.

‘Moraal’ mag dan niet populair zijn, het duikt overal op en kruipt, bij wijze van spreken, waar het niet gaan kan. En er lijkt niets veranderlijker dan ….

Een frappante illustratie van de conjunctuur in de beeldvorming over het morele gehalte van publieke figuren en de rol van de media daarin vond ik toch altijd de aanzienlijke variatie in het publieke ordeel over de seksuele escapades van twee van de ooit machtigste mannen ter wereld in het doorgaans puriteinse Amerika. Ooit schudde deze twee mannen elkaar nog eens de hand. Dat was tijdens het presidentschap van JFK, die grapte dat hij geen drie dagen zonder seks kon omdat hij dan ernstige hoofdpijn zou krijgen en over wie de grap de ronde deed dat als ze een dynamo op de draaideur, waardoor zijn minnaressen in en uit kwamen, zouden zetten, het Witte Huis qua elektriciteit bijna zelfvoorzienend zou kunnen zijn.
Als je dan ziet hoe (overigens niet alleen) de meeste Amerikanen Kennedy op een voetsuk plaatsen en het nimmer zullen wagen om zijn morele integriteit ook maar in twijfel te trekken en je ziet vervolgens ziet hoe Clinton, in een poging hem uit het ambt te wippen, het hemd van het lijf (of moet je zeggen de broek van z’n kont) gevraagd werd om expliciet te worden over wat hij zoal tijdens een rookpauze met mevrouw Lewinski uitvrat.
Een flagranter verschil in beoordeling van morele integriteit kun je toch nauwelijks voorstellen.
Zoals de oude Brederoo al zei: Het kan ….., zeker in kwesties aangaande de seksuele moraal.

Maar echt niet alleen op dat terrein. Het lijkt mij 10 of 20 jaar geleden toch niet goed denkbaar geweest dat een gevreesde, gewelddadige en moorddadige misdadiger, in het huidige spraakgebruik opeens een ‘topcrimineel’ genoemd, zo’n podium in de media geboden zou worden als onlangs aan ‘de neus’.
Terwijl het medium televisie zo’n sluwe en doortrapte morele imbeciel, die overigens niets interessants te melden maar hooguit nog wel oude rekeningen te vereffenen heeft, juist in deze huidige tijd alle gelegenheid biedt zich, zoals dat tegenwoordig heet, als ‘brand’ of ‘merk’ te profileren. En daar kun je, als je je bewust bent van je marktwaarde en het wat slim aanpakt, je bankrekening voortvarender mee aanvullen dan met hard werken.

Over Dick

What about me?
Dit bericht werd geplaatst in in mijn boekie, van schijn en werkelijkheid en getagged met , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s