Van genen- tot neuropraat

Malou van Hintum brengt in ‘Doe eeens normaal’ heel toepasselijk weer eens in herinnering hoe hooggespannen en veelbelovend onze verwachtingen ten aanzien van het genenonderzoek en het ontrafelen van het menselijk genoom tot voor betrekkelijk kort nog waren. En dat memoreren lijkt me niet geheel overbodig.
De mens zou dankzij zijn vernuft en zijn toenemende wetenschappelijke kennis (op met name biologisch en medisch vlak) op de drempel staan van een nieuw tijdperk. Een tijdperk van nieuwe wetenschappelijke inzichten en grootse doorbraken waarin we het geheim van het leven nagenoeg zouden ontsluieren en de mens zichzelf van een groot aantal ziekten, gebreken en beperkingen zou kunnen vrijwaren.
Zo wilden veel enthousiaste geluiden uit de populair-wetenschappelijke pers ons althans maar al te graag doen geloven.

Van wat daar dan van terecht gekomen is geeft van Hintum, in haar boek, een puntige samenvatting en geeft daarbij een heldere uiteenzetting van een aantal complicerende factoren die maken dat onze vaak rechtlijnige verwachtingen van simpele doorbraken op dit terrein achteraf op z’n zachtst gesproken toch wel weer wat naïef bleken.

Wat mij hieraan ook wel eens verbaasd is met welk een gemak we die opgeklopte verwachtingen en de misrekening daarin dan weer binnen de kortste keren volledig lijken te vergeten.
Laat er eens ergens in het maatschappelijk leven even iets mislopen en we roepen om onderzoeken of enquete-commissies maar dit soort misrekeningen talen we blijkbaar niet naar. We vergeten ze liever zo snel mogelijk om onze hoop (en geld) op een volgend wonderpaard te zetten.

Deze constatering sluit dan leuk en naadloos aan op mijn kijk op de zo in de belangstelling staande neuro- of hersenwetenschap. Onlangs begon ik op dit blog eens wat over neuropraat te leuteren met de bedoeling om naar mijn globale opvatting daarover in een notedop toe te werken. De tijd lijkt daar om die eens te spuien.

Ik denk namelijk dat het met onze verwachtingen ten aanzien van de zegeningen die de neurowetenschappen ons gaan brengen niet veel anders zal zijn gesteld dan met die schijnbaar plots vervlogen verwachtingen ten aanzien van het Human Genome Project.
Natuurlijk levert dat genoomonderzoek wel degelijk veel waardevolle nieuwe kennis op en dat doet de neurowetenschap natuurlijk ook. Over deze wetenschapsgebieden wordt ook wel gezegd dat onze totale kennis daarover voor ongeveer 90% in het laatse decennium werd opgedaan, om een idee van de exponentiële groei te geven.
Die nieuwe kennis zal ook ongetwijfeld tot nieuwe technieken en behandelmogelijkheden leiden en ons geleidelijk aan ook vast tot nieuwe inzichten brengen. Of die nieuwe inzichten heel erg zullen verschillen van wat sommige wijze lieden al eeuwen lijken te weten of daar steeds meer op beginnen te lijken, vraag ik me soms wel eens af.

Maar de kwintessens, dat lijkt me toch helder, is dat dergelijke nieuwe kennis de wereld, onze keuzemogelijkheden en verantwoordelijkheden daaromtrent bepaald niet eenvoudiger zullen maken. Integendeel, de wereld zal daardoor steeds ingewikkelder worden en die rijkdom aan kennis zal naast wellicht meer potentiële beheersbaarheid aan de andere kant betekenen dat we meer zullen moeten (be)sturen en beslissen op basis van subtielere onderscheidingen, meer detail en nuance. Kortom de werkelijkheid lijkt alleen maar in complexiteit toe te nemen.
En de vraag is maar of we daar op voorbereid en daar klaar voor zijn?

Onze hooggespannen verwachtingen ten aanzien van het genen- of het hersenonderzoek lijken namelijk toch vooral ook vaak ingegeven door de hoop op simpele en afdoende antwoorden op ongemakken, kwesties en verschijnselen die we doorgaans als mateloos irritant en hopeloos problematisch ervaren en waar we maar moeilijk geduld voor kunnen opbrengen.
Uit onmacht en/of gemakzucht lijken we onze hoop dan tegenwoordig vooral op de wetenschap te richten om ons van alle problemen en ongemak te verlossen. En het liefst zo snel, zo volledig en zo ongemerkt mogelijk; de quick-fix, het juiste pilletje en vaarwel depressie en zwaarmoedigheid.
Een pilletje voor dit en een pilletje voor dat graag of anders graag een andere simpele remedie die niet te veel van onze tijd en onze aandacht vraagt.

Die pilletjes en de vraag ernaar zijn een typisch fenomeen van het moderne leven maar bepaald niet van gisteren, getuige een hitje uit 1966 van de Stones:

Dit is wellicht een ietwat gechargeerde voorstelling van zaken maar als we onze gezamelijke wensen, verwachtingen en eisen zoals die zich in het publieke debat en de maatschappelijke werkelijkheid ontvouwen eens wat nader beschouwen, toch heus niet zo ver bezijden de waarheid.

Je hoort de laatste tijd wel eens over de neuromaffia spreken wanneer bepaalde lieden, als bijvoorbeeld Dick Swaab, het hersenonderzoek verdedigen of de resultaten ervan al roemend uiteenzetten. Ik zou dan gezien onze toch veelal hoopvolle verwachting en belangstelling liever van neuromania of neuromanie spreken. Als er al sprake zou zijn van een neuromaffia dan zou het toch niet uitsluitend op die onderzoekers slaan die hun bevindingen bekendmaken maar net zo zeer op ons allen als vragend consumentenpubliek en op de media die ons zo graag bedienen.

‘Wij zijn ons brein’ volgens Dick Swaab en daar heeft de goede man, neurologisch en wetenschappelijk beschouwd, natuurlijk volkomen gelijk in. Hij laat alleen na om er bij te zeggen dat … ons brein net zo zeer de weerspiegeling is van dat, vooralsnog wetenschappelijk ongrijpbare, zelf van ons.

De vraag in deze is uiteraard wat de wetenschap zoal vermag.
Bepaald niet alles, zou ik denken, en als we ooit al door de waarheid gered zouden kunnen worden, zal dat toch niet door de wetenschappelijke waarheid zijn. In dat opzicht volg ik graag de gedachtegang die Coen Simons in zijn boekje met de licht ironische titel ‘En toen wisten we alles’ zo alleraardigst uiteenzet.

Zoals in een vorig stukje vermeld, zijn wetenschappers erin geslaagd het genoom van de banaan te ontrafelen en in kaart te brengen. Dat levert onvoorstelbaar veel (vooralsnog abstracte) gegevens op die mogelijk zullen bij kunnen dragen aan bijvoorbeeld het resistent maken van deze voor de mens belangrijke voedselbron tegenschimmelziekten. Maar die, voor de meeste stervelingen, ondoorzichtige en onoverzichtelijke brij aan nieuwe data geeft ons nog altijd geen antwoord op de vraag waarom de bananen krom zijn.
Zo zal, dunkt me, ook de neurowetenschap ons tal van bevindingen en gegevens opleveren die eerst eens in een zinvol verband zullen moeten worden gebracht en ons dan tot mogelijk nieuwe of althans wat meer empirisch onderbouwde inzichten zal brengen. Dat dan in instrumentele zin als qua medische of psychische behandelwijzen, waarna zich ongetwijfeld weer nieuwe vragen en problemen zullen aandienen.
Maar ze zal ons heus niet als bij toverslag de antwoorden brengen op de meer wezenlijke vragen die de mens zich nu eenmaal van tijd tot tijd pleegt te stellen.
Dat voorrecht is geen enkele neurowetenschapper of andersoortige leuteraar gegeven, althans niet echt meer dan jij of ik.

Doe eens normaal, zeg >

Het brein op dit blog >>

Over Dick

What about me?
Dit bericht werd geplaatst in in mijn boekie, neuropraat, psychobabbel en getagged met , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s