Nog wat losse (onthechte) flarden (9)

Zoals gezegd is de attachment- of hechtingstheorie tot een bijzonder belangwekkende en invloedrijke theorie binnen de huidige psychologie uitgegroeid. Dat wil niet zeggen dat iedereen evenzeer onder de indruk is en er geen onderbouwde kritiek mogelijk zou zijn. Volgens Jerome Kagan een gerenommeerd Harvard psycholoog zijn we gewoon wat te gehecht geraakt aan de gehechtheidstheorie; een theorie die zijn aantrekkingskracht vooral zou danken aan een plausibele eenvoud, maar waar nogal gemakkelijk teveel ongefundeerde conclusies aan verbonden zou worden. Zo meent Kagan dat temperament een betere voorspeller voor later functioneren is dan hechtingstypologie.
(zie hier pag. 5 voor een samenvatting van Kagan’s bezwaren)

Zelf ben ik wel gecharmeerd en onder de indruk van Bowlby’s attachment-theorie. Maar daarnaast zou ik toch ook de waarschuwing van Kagan en de zijnen om niet al te licht tot ongefundeerde conclusies te komen, bijvoorbeeld in de richting van psychopathologische labels ter harte willen nemen.

Dat een vermijdende gehechtheid bindingsangst en een ambivalente gehechtheid verlatingsangst zou faciliteren, lijkt mij een gerechtvaardigde stelling maar dat betekent natuurlijk niet dat je de zaak zomaar om kunt draaien en dan in oorzakelijke zin recht evenredig hetzelfde zou gelden. Vroegere hechtingservaringen zijn niet de uitsluitende en onveranderlijk bepalende factoren voor ons mentaal functioneren en gedrag.

Neem nou bijvoorbeeld eens bindingsangst; dat is toch iets waar, bij mijn beste weten, veel vrouwen de meeste mannen wel enigszins tot ernstig van verdenken, terwijl dat andersom toch zelden het geval schijnt.
In verschillende onderzoekssamples van vermijdende hechting (zo rond de 20%) wordt nergens melding van een dergelijke ongelijke verdeling op grond van sekse gemaakt. Zouden man-vrouw verschillen hier echt een rol spelen en dergelijke observaties of gangbare opvattingen aan iets anders dan het fenomeen hechting toe te kennen zijn?
Al even of nog iets ingewikkelder wordt het als we gaan differentiëren naar bv. autisme of ADHD.

Evenzeer als elders moeten we hier natuurlijk ook oppassen met labelen en het opplakken van etiketjes. De vraag blijft natuurlijk waar het uiteindelijk toe wil dienen. Ik denk dat de attachmenttheorie in het begeleidingswerk een bijzonder nuttig heuristisch en richtinggevend instrument kan zijn in de zin van waar, wanneer en hoe zoekt iemand veiligheid en geborgenheid en hoe kunnen wij dat bieden.

Dat moet dan om met Winnicot te spreken, en als het effe kan, wel goed genoeg zijn; perfectie is in ons werk niet haalbaar, perfectionisme niet gewenst en werkt doorgaans contra-productief.

Soms lijkt de belangstelling voor hechting toch wel een beetje die kant uit en wat ver te gaan.
Laten we het er even op houden dat men in de hoek van de psychotherapie soms wat meer behoefte aan diepgravende nuancering heeft dan wij op de reguliere werkvloer van het instellingswerk.
Met het woord therapie komen we tevens op de hamvraag.

De hamvraag is uiteraard of er nog iets recht te breien of bij te spijkeren valt in geval van een (al dan niet vermeend) verbroken, verstoord, gemankeerd of anderszins onbevredigend verlopen hechtingsproces.

Wat dan te doen? Bestaan er therapieën of behandelingswijzen die mij en mijn collega’s enig inzicht kunnen verschaffen?

Hoewel ik bepaald niet goed thuis ben in deze materie wil ik er toch iets over vermelden en daarbij weer wat links slijten. Als ik eens wat rondgoogle naar hechting, attachment en therapieën zie ik nogal eens de termen holding, bonding en rebirthing in beeld verschijnen en gelukkig ook de nodige waarschuwingen in verband daarmee.
Holdingtherapie of vasthoudtherapie, in sommige gevallen en combinaties ook bonding genoemd steekt al enkele decennia regelmatig de kop op als vermeende remedie bij autisme en/of hechtingsproblematiek bv. in relatie met adoptie. Het betreft een zeer controversiele praktijk, sooms ingebed in wat dan heet rebirthing.

Ik herinner mij van zo’n kwart eeuw geleden een artikel onder de klinkende naam:
‘Het onding bonding, waarin Herman Baartman principieel stelling nam tegen dergelijke praktijken.
Recent las ik op het www het relaas van een Engelse vrouw met Asperger die dergelijke praktijken als slachtoffer had ondergaan en het typeerde als: sensory rape.
Een Nederlandse lotgenote, gediagnosticeerd als autist en zich profilerend als schrijfster en blogster kwalificeert het als: marteling als therapie. De stem van ervaringsdeskundigen lijkt me hier toch wel bijzonder overtuigend.
Onder aan het stukje op haar blog geeft Sarah Morton een link naar clips van deze praktijk en één naar een lijst met slachtoffers hiervan. Naar ik begrijp heeft met name het geval van Candace Newmaker opschudding gewekt en het nodige losgemaakt in vooral de Angelsaksische wereld. (zoals hier Jolanda Venema of Brandon)

Ook veel deskundigen waarschuwen in woord en geschrift nadrukkelijk tegen dergelijke pseudo-therapeutische, gevaarlijke en mensonterende praktijken.

Wat er wel aan deugdelijke, aanvaardbare en wetenschappelijk onderbouwde therapie voorhanden is, ben ik wel nieuwsgierig naar maar te weinig bekend mee om daar iets zinnigs over te melden. Hier iets van een vingerwijzing in die richting.

Op dit blog heb ik al eerder redelijk uitgebreid aandacht geschonken aan de benadering die gaat onder de naam van Gentle teaching. Nu is deze benaderingswijze zoals verwoord en uitgedragen door John McGee niet echt een therapie hoewel ze wel beoogd ‘helend’ te zijn.
De focus van Gentle teaching ligt op onze onderlinge en wederzijdse verbondenheid, ook wel de psychologie van wederzijdse afhankelijkheid genoemd en krijgt gestalte middels wat dan heet companionship.
Pouwel van de Siepkamp schrijft in zijn boek Gentle teaching Een weg van hoop voor mensen met bijzondere kwetsbaarheden wat het gevoel van companionship inhoudt:

– het ervaren van veiligheid en geborgenheid
– het ervaren van verbondenheid met elkaar
– het ervaren van gevoelens van liefde van de ander
– het kunnen uiten van genegenheid jegens de ander

Het lijkt me dat de raakpunten en dwarsverbanden met het fenomeen hechting of attachment hier voor het oprapen liggen. Waarvan bij deze akte. In genoemd boek worden ook regelmatig hechting en gehechtheid aangehaald of genoemd.

En mijn eigen gehechtheid dan? Na mijn geboorte heeft mijn moeder, omdat ze me niet aan een kindertehuis wilde afgeven, een half jaartje met mij rondgezworven, waarna ik voor zo’n twee jaar bij pleegouders belandde om na hun bruiloft definitief bij mijn biologische ouders te komen wonen. Zelf ben ik dus hoogstwaarschijnlijk op z’n minst een beetje rommelig gehecht; en enige rommeligheid lijkt mij soms ook wel een beetje aan te kleven.

‘Onveilig gehecht of een hechtingsstoornis’ van Stor, Storsbergen en anderen is een genuanceerde uiteenzetting in boekvorm, met een hoofdstuk Vragen vanuit de praktijk zeer informatief voor werkers op de vloer en hier te lezen/downloaden.

Dan rest mij slechts te wijzen op het bestaan van nog vele andersoortige hechtingen, maar die vallen toch echt buiten dit bestek. Dat zou zelfs mij te rommelig worden dus zet ik er nu maar weer eens een punt achter.

<< Attachment

Advertenties

Over Dick

What about me?
Dit bericht werd geplaatst in een vak apart, pedagogie, psychobabbel en getagged met , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Een reactie op Nog wat losse (onthechte) flarden (9)

  1. henk50 zegt:

    Bijzonder verhaal over je moeder, Dick!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s