Strange situation en hechtingstypen (5)

In dit stukje verlaat ik me eens enigszins gehaast en al knippend en plakkend op wat de Nederlandstalige Wiki zoal over dit onderwerp te melden heeft.

De ‘strange situation’ wordt in het Nederlands ook wel als de vreemde situatietest aangeduid.
Hier is de test schematisch weergegeven. De stresselementen zijn cursief gedrukt. Elk onderdeel duurt ongeveer drie minuten.

1. Opvoeder en kind in vreemde ruimte
2. Vreemde volwassene komt erbij en gaat met kind spelen
3. Opvoeder verlaat de ruimte
4. Opvoeder komt weer binnen
5. Opvoeder en vreemde volwassene verlaten vertrek, kind blijft alleen achter
6. Vreemde komt weer binnen
7. Opvoeder komt weer binnen.

De reactie van het kind op item 4 (of 5 in het schema hieronder) is met name interessant en ‘very telling’ i.v.m. de hechtingstypologie.

De 4 onderscheiden hechtingstypen zijn:

A. Vermijdend gehecht
B. Veilig gehecht
C. Afwerend gehecht
En later daaraan toegevoegd:
D. Gedesorganiseerd gehecht

Van groot belang voor een goed begrip van het fenomeen hechting en de hechtingstheorie is de alinea over:

Ontwikkelingstoornis?
De hechtingstypen zijn geen van allen ontwikkelingsstoornissen, het zijn de ideale aanpassingen van het kind aan zijn omgeving. Wel markeren ze het begin van een ontwikkelingspad waarbij B een protectieve factor is en A,C en D risicofactoren zijn. Wanneer er zich later in het leven pathologie ontwikkelt is deze verschillend voor de verschillende hechtingstypen. De typen A, C en D belemmeren een optimale werking van het exploratiesysteem van het kind. De gedesorganiseerde (D) groep loopt het meeste risico. Denk hierbij aan externaliserende problemen, een slechte aanpassing op school of dissociatieve stoornissen. De mogelijke problemen bij de vermijdende (A) groep zijn gebrek aan empathie, boosheid en agressie. De problemen bij de afwerende groep (C) daarentegen zijn angst, onzekerheid en passiviteit.

Een gemankeerde hechting kan wel zeker tot stoornis(sen) leiden. Er wordt dan over reactieve hechtingsstoornis gesproken, met een onderscheid naar het geremde- en ongeremde type. In de afgelopen decennia hoorde je in verband met hechtingsproblematiek van dergelijke aard vaak spreken over ‘bodemloos’ of ‘bodemloossyndroom’.
De diagnoses staan beschreven in zowel de DSM als de ICD10.
(Over het nut en de inhoud van de DSM heerst overigens nogal wat discussie en controverse.)

<< Mary Ainsworth | with a little help from .. >>

Over Dick

What about me?
Dit bericht werd geplaatst in een vak apart, pedagogie, psychobabbel en getagged met , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s