Theorie en praktijk

Zo heb je het, naar aanleiding van wat onheilsvoorspellingen, eens wat over orakels en zo verzeil je door het vaderlandse voetbal-orakel Cruijff en via zijn kennen en kunn(st)en in allerlei overwegingen en gedachtekronkels rond het thema theorie en praktijk.

En voor ik het weet, heb ik daar zomaar één, twee, drie, vier, vijf blogjes over vol geleuterd. Welbeschouwd gaan natuurlijk wel meer van mijn blogjes over die spanning tussen theorie en praktijk.
Een thema dus dat mij klaarblijkelijk wel bezig kan houden.



Kennen en kunnen, denken en doen, theorie en praktijk
of welke woorden je eraan wilt geven, lijken vooral nauw met elkaar verweven, zich op verschillende niveaus voor te doen en zich als tegenstelling voor te kunnen doen maar ook naadloos in elkaar over te kunnen gaan. Dat laatste geldt doorgaans als het ideaal.

Het onderwerp leent zich uitstekend voor wat luchtfietserij en weidse beschouwingen maar wordt in concretere gevallen ook wel als problematisch en dicht op de huid ervaren.
Je hoort dan wel spreken over: ‘de weerbarstige praktijk’ of we zeggen: ‘het leven is sterker dan de leer’. In het Engels zegt men: ‘practice what you preach’, maar dat blijkt niet altijd even gemakkelijk en dat doen we ook bepaald niet altijd.

Bezie de politiek, de economie, de media, het openbare leven en het publieke debat. Voorbeelden ten over waar het één geroepen of beweerd wordt terwijl het ander wordt gedaan. We zeggen en vinden (bijna?) allemaal dat openheid en oprechtheid bevorderd en gestimuleerd zou moeten worden en zie hoe het zogenaamde klokkenluiders in ons landje vergaat! Toch een flagrant voorbeeld van het ene zeggen en het andere doen, nietwaar?
Één voorbeeld dat zich gemakkelijk tot een indrukwekkende reeks laat aanvullen.
Sommige politici spelen hier graag op in en willen ons wijsmaken dat daar onder hun bezielende leiding snel een eind aan zou komen. Tja .. en da geleufde gij ..?

Maar die scheurtjes en kloven tussen theorie en praktijk worden wellicht interessanter naarmate we ze dichter bij huis aantreffen en we zelf mogelijk nog een rol kunnen spelen in het verminderen van die ongerijmdheden.
Zoals in het dagelijks leven of bijvoorbeeld in je werk. Want welk vak kun je vandaag de dag nog uitoefenen of welk werk doen zonder een stevige theoretische op- of inleiding daartoe?

In mijn werk stuit ik in ieder geval met de regelmaat van de klok op een waaier van vragen en kwesties rond het thema theorie en praktijk.
Ik heb in de loop van zo’n slordige dertig jaar althans kennis mogen maken met een scala aan uiteenlopende min of meer omvattende theoriëen en allerlei deeltheorietjes die elkaar soms weerspraken en elkaar op andere momenten wel leken aan te vullen. Variërend van het quasi exacte strenge behaviorisme tot iets als het wat minder gemakkelijk te definiëren Gentle Teaching, dat overigens als een reactie op een rigide behavioristische benadering gezien kan worden. En dan natuurlijk de veelheid aan theoriëen daartussen en daar omheen; zoals theoriëen die zich richten op de dynamiek van de sociaal-emotionele ontwikkeling.

Op de werkvloer bestaat ook wel degelijk behoefte aan deugdelijke en dienstbare theorie in de zin dat er daar vaak gevraagd wordt naar handvatten en richtlijnen om een acceptabele en werkbare praktijk te realiseren.
Want om Lewin maar weer eens aan te halen: Er is nog altijd niets zo praktisch als een goede theorie!

En ook als wij op de werkvloer situaties met de cliënten in het geheel niet door de bril van Freud of Skinner, van Piaget of McGee of welke theoreutemeteut dan ook bezien, dan nog hebben we altijd wel gedachten en veronderstellingen m.b.t. waarom cliënten op enig moment doen wat ze doen, met welke intentie en uit welke beweegredenen. En dergelijke aannames werken samen met onze inschattingen over het karakter en temperament van de ander simpelweg als onze theorie over de werkelijkheid, zij het dat zulke particuliere theorieën geen mooie duren namen dragen en we ze eerder eufemistisch als theorietje zouden bestempelen.

Niet zelden meen ik dat wij onderling in teams dit soort particuliere theorietjes en gedachten wat te spaarzaam uitwisselen, bespreken en toetsen aan gangbare theoriëen en/of praktijk. Sommige mensen houden blijkbaar niet zo van teveel praten, zoeken en aftasen of vinden dat niet zo’n professionele indruk maken. Ik meen dat het juist de basis van onze professionaliteit vormt en bovendien onmisbaar om je te kunnen verantwoorden voor en verantwoording te kunnen en durven nemen door je handelen.
Voor mij vormt het simpelweg het antwoord op de vraag of je echt wilt weten waar je mee bezig bent en waar je naar toe wilt werken!

Vaak zie je echter dat inzicht in het werk van begeleiders wordt verward of ingewisseld voor het kennen en nauwgezet volgen van de regels en protocollen. Je ziet dan ook steeds vaker dat verantwoording afleggen soms niets meer te maken heeft met de vraag of je begrijpt waar je mee bezig bent en in specifieke situaties handelt met het oog op de belangrijke hoofddoelen maar steeds meer synoniem wordt met de vraag of je wel netjes volgens de regeltjes gehandeld hebt. Dat onderscheid lijkt soms aardig onder te sneeuwen met de tendens om alles dusdanig te reguleren, in protocollen te vatten en te controleren dat er niets meer fout kan gaan.
Dan vergeten we voor het gemak even dat het woud aan regeltjes dat we in het leven hebben geroepen en waar we ons aan dienen te houden bijna altijd allerlei subdoelen dient en we zo het paard vaak weer achter de wagen spannen. We laten dan en passant ook maar een paar alom aanwezige menselijke eigenschappen en neigingen buiten beschouwing, zoals onze moeite met onzekerheid of iets niet weten, het graag buiten schot willen blijven als er iets niet goed gaat en hoe comfortabel het dan is om je te kunnen verschuilen achter iets als regeltjes.

Nu kan het volgens mij niet anders dan dat je een beetje dom en/of apatisch wordt van het kritiekloos en wezenloos volgen van regels en bevelen zonder je af te vragen welk doel ze dienen. En ik vind me zelf wel dom genoeg; ik wil niet nog dommer worden en heb dus wel eens wat vragen.

In zo’n cultuur kan het toch niet bevreemden dat zaken af en toe wat uit de klauwen lopen en zomaar weleens in hun tegendeel gaan verkeren. Brederoo waarschuwde er al voor.
En kijk om je heen op je werk, in de economie, de politiek en hoe wij het leven willen managen; je ziet er overal voorbeelden van. Een bijzonder illustratief en inzichtgevend voorbeeld hiervan is het ijs- en sneeuwdebâcle onlangs op de Nederlandse Spoorwegen, dat helder aantoont welke belachelijke en onnodige ontsporingen een stelletjes systeemautisten met wat monomaan mismanagement weten te bewerkstelligen en hoe dat in zijn werk gaat.

De uitspraak van Lewin zou je dus evengoed om kunnen draaien: er is niets zo dom en onpraktisch als een halfbakken, ondeugdelijke slabberdewatski theorie.

Ik vrees echter dat er in ons maatschappelijk en economisch bestel nogal wat van dat soort theorie in omloop is. Bovendien steekt onze werkelijkheid zodanig in elkaar dat we vast nog heel lang en heel vaak en heel veel zullen horen over die spanning tussen theorie en praktijk.

Advertenties

Over Dick

What about me?
Dit bericht werd geplaatst in een vak apart, in mijn boekie, van schijn en werkelijkheid en getagged met , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s