Denken of doen?

Mensen willen zichzelf nogal eens kenschetsen als bijvoorbeeld denkers of doeners. Zo zou ik mezelf bijvoorbeeld eerder als een denker dan als een doener typeren.
Ik heb sterk de indruk dat het meerendeel der mensen onder het motto ‘niet lullen maar poetsen’ zichzelf toch liever als doeners zien en profileren. Aan de gemiddelde stamtafel doen daarover doorgaans de nodige al dan niet sterke verhalen de ronde.
Zo figureren de denker en de doener bijvoorbeeld ook in het verhaal en de crikel van de leerstijlen van Kolb of in het enneagram om maar eens iets te noemen.

Maar wie kent niet het mooie gezegde ‘bezint eer ge begint’?; en het lijkt me toch dat ook de meest fervente en fanatieke ‘poetsers’ zullen erkennen dat het meestal wel zo verstandig is om die wijze raad ter harte te nemen.

Toch verdenk ik sommige, zich niet zonder enige trots en zelfvoldaanheid ‘pragmatici’ noemende, ‘doeners’ er ook wel eens van dat ze het gewoon vertikken om hardop of echt na en door te denken en ik weet dan niet of dat nu uit luiheid, domheid, gehaastheid of eigenbelang en opportunisme is. Wij gaan er als mensen toch veelal en gaarne prat op dat we methodisch, verantwoord of bewust zouden handelen en dat lijkt me toch niet echt goed mogelijk zonder af en toe enig denkwerk.

Hoewel er mensen zijn die dagwerk aan het een of ander kunnen hebben, zoals filosofen en theoretische wetenschappers aan denkwerk en lopende bandwerkers en vakkenvullers aan doewerk, en hoewel we ergens te lang of te weinig of niet over na kunnen denken en te weing of te veel kunnen doen is de vraag denken of doen meestal te simplistisch en is het zeer zelden of .. of .. en bijna altijd en.. en.. Volgens mij hoort de vraag iets in de trant van:
waar en wanneer, hoe en wat en waarom dan?
te luiden.

Over Dick

What about me?
Dit bericht werd geplaatst in in mijn boekie, van schijn en werkelijkheid en getagged met , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

2 reacties op Denken of doen?

  1. Wouter ter Heide. zegt:

    Genoeg is genoeg.
    Bij het lezen van het wijze gezegde ‘Bezit eer ge begint’, moest ik onwillekeurig denken aan de eerste EU-top van 2012 waarop de Europese regeringsleiders hebben besloten onze economieën te moderniseren, als antwoord op de crisis. Het antwoord dat helaas geen enkele soelaas biedt, omdat de crisis primair geen financieel maar een existentieel probleem is, dat alle facetten van ons (voort-)bestaan ernstig bedreigt. De bedreiging die met geld niet is af te wentelen. Was het maar zo eenvoudig.
    Wat het antwoord op de crisis betreft, zullen wij dan ook niet te rade moeten gaan bij onze economen, hoe groot hun economisch denkvermogen ook is. Maar voor dat antwoord hoeven wij ook niet aan te kloppen bij onze partijpolitiek gekleurde Europese regeringsleiders, de EU-top, aangezien de crisis geen subjectief partijpolitiek maar een objectief alomvattend probleem is, dus een dito aanpak behoeft. Daarvoor nu schiet het gangbare economische en partijpolitieke denken fundamenteel tekort. Sterker, dit denken vormt juist de kern van het probleem, waardoor de crisis met de dag meer uit de hand loopt. Alleszins begrijpelijk overigens, omdat het economische noch het partijpolitieke denken een natuurlijk verzadigingspunt kent en daardoor constant gericht is op groei, ofwel op meer/meer/meer. Vandaar dat het adagium ‘genoeg is genoeg’ op de EU-top geen item is.
    Toch ligt dáárin de oplossing, omdat ongeremde groei tegen de aard van het leven (dat gericht is op voortbestaan) indruist. Sluipenderwijs wordt daardoor de aarde met zijn levende have deeltje bij deeltje verwoest, gelijk de werking van een kankercel. Op een gegeven moment zal dat onherroepelijk leiden tot een onoplosbare permanente crisis, die niets en niemand zal sparen.
    Dit doemscenario is te voorkomen indien premier Rutte onder druk van onze volksvertegenwoordiging op de eerstvolgende EU-top de ontoereikendheid van het monetaire en parlementaire stelsel zou agenderen. Uiteraard zal politiek Den Haag daarvoor allereerst in eigen huis orde op zaken moeten stellen, door in alle openheid het deficit van het partijpolitieke en financieel-economische gedachtegoed (waar de samenleving op drijft) ter discussie te stellen in ’s lands vergaderzaal.
    Daarbij is de hamvraag welke partij in ons Haags regeringsbolwerk het vermogen bezit daartoe het voortouw te nemen. Die partij zal immers in staat moeten zijn over de eigen schaduw heen te springen, ofwel de moed moeten hebben haar bestaan aan de wilgen te hangen en vol te gaan voor het algemeen belang dat in economische noch in partijpolitieke kaders te vangen is en meer vraagt dan retorische kwaliteiten sec!

  2. Dick zegt:

    Interessant verhaal, Wouter. En ik moet zeggen dat ik bij het schrijven van bovenstaande weliswaar inderdaad het (soms vermeende) contrast tussen denken en doen wilde aankaarten en onder de aandacht brengen, maar dan toch op een wat basaler niveau en in wat minder politiek gekleurde en veelomvattende kwesties dan jij hier nu aanroert.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s