Panta rhei; of de veranderlijkheid der dingen

Wie ben ik? Die vraag stelde ik hier ooit i.v.m. mijn identiteit en dan met name mijn nationale identiteit. Daarbij vroeg ik me impliciet een beetje af welke trots of inspiratie ik dan uit onze nationale geschiedenis zou kunnen of mogen peuren. Ergens plaatste ik daar de opmerking dat er niet alleen in de eeuw van mijn oma, maar ook tijdens mijn leven nogal wat veranderd is in de wereld en in dit land waarin wij leven. Ik wil hier, als vervolg daarop, eens wat door emmeren over een paar zaken zoals die tijdens mijn leven ofwel in ‘the time of my life’ aan soms bijna ongemerkt aan toch vrij plotse verandering onderhevig waren.

Panta rhei
of Alles stroomt wist Herakleitos ons zo’n 25 eeuwen geleden al te vertellen.

Ik ben een kind van het Nederland van na de tweede wereldoorlog. (ondermeer bekend uit de boeken en van televisie documentaires die nu ook alom op DVD verkrijgbaar zijn, hier ten lande vooral ook uit het werk van Loe de Jong en nog altijd in de hoofden van veel mensen nog niet echt voorbij, hoewel dat nu heel snel lijkt te veranderen)
Ik ben een kind van het Nederland van de wederopbouw.
Na de tweede wereldoorlog heette ons nationale project ‘de wederopbouw’ en dat was ook hetgeen ons als gezamenlijk doel verbond. Het Marshallplan was daarbij de aanzet en werkte als een flinke steun in de rug.
Die ‘wederopbouw’ was gericht op het genereren en stimuleren van economische bedrijvigheid en materiële welvaart. En zo groeide ik op in de tijd van de zg. hoog-conjuctuur; we werden steeds welvarender en luxe-artikelen als wasmachine, koelkast, televisie en automobiel kwamen geleidelijk aan binnen ieders bereik.
Panta rhei en ook luxe en comfort begonnen binnen te stromen.

Er was volop werk en er werden zogeheten gastarbeiders uit respectievelijk Italië, Spanje, Turkije en Marokko geronseld danwel met mooie beloften gelokt .
Dit proces werd door politiek-rechts (zoals de VVD) aangemoedigd, gesteund, vergemakkelijkt en gestimuleerd. De economie moest tenslotte optimaal draaien. Dit gastarbeiderbeleid werd door de vakbonden en politiek-links weliswaar niet ronduit bestreden maar toch wel met enige reserve en argusogen bekeken; vanuit deze hoek wilde men niet te hard van stapel lopen en vooral de werkgelegenheid voor de eigen bevolking garanderen. (vergelijk die opvattingen/houding voor de grap eens met de huidige links-rechts posities als het over migranten gaat!)
De opkomst van de gastarbeider speelde in de tijd dat ik op school zat. (wij zaten daar namelijk vooral te zitten, waarbij ik dan ook nog eens twee keer een jaar lang moest blijven zitten)
Toen ik van school kwam was er volop werk. Ik weet niet of het woord ‘jeugdwerkeloosheid’ toen al bestond maar ik had er nog nooit van gehoord. Een ieder die er geen problemen mee had om de handen uit de mouwen te steken kon zo bij de baas terecht en als het daar niet beviel met dezelfde vaart naar een andere baas uitkijken en overstappen.
Alles leek vooral de goede kant uit te stromen.

Ik groeide dus op in de destijds bijna collectieve illusie dat wij vanuit relatieve armoede of soberheid steeds rijker konden en zouden worden. Zoals in Amerika het al eerder gebeurde en zoals die Amerikanen het ons lieten zien in ‘the land of plenty where the sky is the limit‘ zouden vlijt, onze groeiende kennis en technologische vooruitgang ons naar een betere wereld leiden. Als de vaderlanden van onze gastarbeiders ons voorbeeld dan weer zouden volgen en als men in de recent onafhankelijk geworden koloniën, ook wel de derde wereld genaamd, niet al te lui en wel intelligent genoeg mocht blijken om dat voorbeeld ook te volgen zou er dus zoiets als een paradijs op aarde ontstaan.

Vooruitgangsgeloof heet zoiets. Alles wordt alleen nog maar groter, beter en meer! Het/ons leven kon ogenschijnlijk maar één kant uit: we weten steeds meer, we kunnen steeds meer en we krijgen steeds meer macht en mogelijkheden. Ja, het venijn zit wel eens vaker in de staart en heet hier dan rupsje of generatie nooit genoeg.
De afgelopen dertig jaar hebben een klein aantal slimme(?), doortrapte, rijke en ongekend hebberige lieden voor zichzelf een paradijsje geschapen met het kletsverhaal bij monde van lieden als Friedman, Reagan en Thatcher dat een ongebreidelde vrije markt het nut van ’t algemeen zou dienen en ons allen ten goede zou komen. Kijk om je heen, lees de krant, hoor het nieuws en zie het verbluffende resultaat van deze receptuur.
Panta rhei maar soms alles stroomt altijd hetzelfde kleine hoekje in.

Wegens een politieke machtsstrijd om de hegemonie op het wereldtoneel moest het paradijs nog wel even uitgesteld worden. Eerst moesten we zowel het vrije Westerse woord en de vrije Westerse markt met alle geweld (ook dat van bevriende dictators) verdedigd en beschermd worden tegen de dictatoriale macht en de duivelse doctrines van het Sovjet-communisme. De controverse had met name een ideologisch en een economische karakter en er werd een zogenaamde koude oorlog om gevoerd die soms op een derde wereldoorlog dreigde uit te lopen en dat zou volgens velen ook eens onvermijdelijk het geval zijn. Een ijzeren gordijn en een muur scheidde Oost en West.
Alweer zo’n twintig jaar geleden is dat gordijn opgetrokken en die muur gevallen en zijn het gezicht en de kaart van Europa drastisch veranderd.

Panta rhei riep Herakleitos en ’t kan verkeren wist ook Brederoo reeds.

(Werd midden in Europa ooit een muur gebouwd om ontevreden en wanhopige eigen burgers binnen te houden, nu bouwt men in Israël en de Verenigde Staten vergelijkbare muren aan de grens om wraakzuchtige vijanden of ongewenste vreemdelingen buiten te houden.)

Na het overwaaien van het doemscenario van de derde wereldoorlog, een oorlog die wegens de wapenwedloop en een arsenaal aan nucleair, biologisch en chemisch wapentuig denkelijk ook het einde van onze beschaving zou kunnen betekenen, konden we, zo zou je denken, alle aandacht en energie weer kunnen richten op het bouwen aan ons paradijs op aarde. Toch of niet dan?

Dat zou dan toch even buiten de waard gerekend zijn want er bleken toch nog wat andere zaken in de weg te zitten. En alles blijkt toch bijna altijd weer anders dan gedacht.
Toen het rode gevaar geweken was doemde het gele gevaar op en toen we eenmaal een bijzonder innige economische relatie met China aangegaan waren bleken er toch wel bedreigend veel moslims in de wereld te wonen. En met de olieprijs zat ook niet erg mee want een aantal lieden, die zich de club van Rome noemde, riep al geruime tijd dat de olie op zou raken en de olieproducerende landen, of althans een select gezelschap uit die landen dat de touwtjes in handen heeft, hadden ook al lang en breed ontdekt welke macht dat smerige kleverige zwarte goedje hen in handen gaf. Dat leidde in 1973 en 1979 tot een zgn. oliecrisis. Andere tijden, nieuwe machtsverhoudingen.
Wat dat laatste betreft zullen we binnen afzienbare tijd ongetwijfeld nog het een en ander meemaken.

Toen die oliecrisissen speelden werkte ik bij Hoogovens, IJmuiden. Daar werd na die eerste crisis op de blokwalserij waar ik werkzaam was een nieuw warmterecuperatiesysteem geïnstalleerd om energie te besparen. Toen ik tegenover een ingenieur mijn verbazing uitsprak over het feit dat zoiets er niet vanaf de bouw al toegepast werd zoals ook in een oudere blokwalserij, waar ik ook ooit gewerkt had, was het antwoord dat het gas en de olie hiervoor zo goedkoop waren geweest dat bouw en onderhoud daarvan niet loonde. Die oudere blokwalserij had een systeem met een opbrengst van 50% en hier werd een systeem ontwikkeld met een opbrengst van 30%! Waarom het met het oog op een schonere toekomst dan niet meteen goed gedaan was uiteraard mijn volgende vraag? Wederom omdat onderhoudskosten van dat oude systeem economisch niet opwogen tegen die extra besparing aan energiekosten.
Ja, zo leerde ik in de tijd dat ideeën als die van de Kleine aarde opgeld deden en, reeds bekend met het verhaal van de club van Rome, dat de economie van de markt simpelweg gedicteerd wordt door korte termijndenken. Toen het hele systeem gereed was en functioneerde volgde er al snel een tweede oliecrisis en klopte het eerdere rekensommetje niet meer en hadden de heren waarschijnlijk spijt als haren op het hoofd maar dat hebben ze toen niet hardop gezegd.
Het kan verkeren zei iemand een poos geleden al eens.

Maar los van deze en nog wat andere leeuwen en beren op de weg denk ik dat ik toch een groot deel en zeker de eerste 25 jaar van mijn leven in het meest optimistische tijdsgewricht heb geleefd dat ons land en dit deel van de wereld ws. ooit gekend heeft.
Ik ben van de generatie die tegenwoordig wel de babyboomers genoemd worden. Dus maakte ik als lagere schoolkind kennis met iets dat ‘de hoogconjunctuur’ genoemd werd en kon ik mij als tiener in het élan en de alles-zal-en-moet-anders-beter-eerlijker-vreedzamer-en-democratischer-mentaliteit van de sixties wentelen. Toen leek een groot deel van de mensheid wel en masse te roepen dat het vooral allemaal heel anders moest.
Ene Bob Dylan zong ervan en velen zongen het hem na waaronder ene Boudewijn de Groot in het Nederlands.
En er veranderde in en na die 60tiger-jaren schoksgewijs ook wel het een en ander in bv. de sociale en maatschappelijke verhoudingen.
En ook in de seksuele mores en seksuele moraal veranderde het nodige. En zoveel zelfs dat er van een seksuele revolutie gesproken werd!
Maar zowel de mens als het paradijs bleken toch wat minder maakbaar dan soms verondersteld.

Economisch gezien verging het mijn generatie ook bijzonder goed en steeds maar beter tijdens mijn jonge jaren. Tot verdriet van de zogeheten generatie X (of Nix) kwam daar tegen de 80-tiger jaren zomaar behoorlijk de klad in.
Nadat de overheid een paar hele mooie sociale vangnetten in het leven geroepen had bleek er van enkele daarvan wel erg enthousiast en niet zelden oneigenlijk gebruik gemaakt te worden. Zoals bijvoorbeeld de WAO die door werkgevers en overheidsinstanties gezamenlijk ingezet werd om velen duizenden vervroegd en financieel goed verzorgd van de arbeidsmarkt te lozen. Een riante afvloeiingsregeling was het jarenlang. De welvaartsstaat bleek niet in staat deze paradijselijke verzorgingsstaat nog langer te financieren. Het financieringstekort liep op en er waren te weinig productieve en teveel non-productieven mensen in dit land. En niet alleen hier. In die periode kon je ook voor het eerst de kreet ‘Europessimisme’ horen.
Alles verandert nu eenmaal en niets blijft ooit zoals het is.
Maar inmiddels lijken we opnieuw in grote getalen een generatie verloren te laten gaan.

Het roer moest politiek en economisch opeens rigoureus om. Bezuinigen werd het toverwoord en dat is sindsdien zo gebleven. Nu zou ik met mijn boerenverstand denken dat je op een gegeven moment uitbezuinigd bent omdat er van een kale kikker nog weinig meer te plukken valt, maar dat zie ik dus blijkbaar niet goed. Al dertig jaar lang roepen opeenvolgende regeringen dat er drastisch bezuinigd moet worden en dat we effe door de zure appel heen zullen moeten bijten. Dat is dus in ieder geval niet veranderd de afgelopen dertig jaar en als ik even op mijn eigen glazen bol af mag gaan, zal dat voorlopig ook nog even niet veranderen en zullen we de komende tijd nog wel wat zure appels voorgeschoteld krijgen.

Maar tezelfdertijd dat deze wel erg langdurige bezuinigingsgolf een aanvang nam, dus rond aanvang tachtigerjaren werd in het bedrijfsleven kostenbesparing opeens het toverwoord. De loonkosten werden te hoog bevonden en dus richtte men zich op automatisering en het verkassen van arbeidsintensieve klussen naar lage lonen-landen. Nadat we hier eerst gastarbeiders naartoe gehaald hadden, brachten we nu het werk, voor zover dat nog niet door robots gedaan kon worden, weg naar armere landen. Grootscheepse ontslagen in met name de zware industrie waren aan de orde van de dag. Daar werden de mensen natuurlijk niet vrolijk van; vandaar natuurlijk de term europessimisme. Ook vandaag de dag heerst er weer het nodige pessimisme over de euro, maar dat lijkt nu toch wel anders dan toen; of zou dat in de kern niet zo heel veel anders zijn?

I can't get no ..

I can't get no ..

Op een gegeven moment begon het me destijds op te vallen dat blijkbaar niet iedereen zo treurig werd van al die bedrijfssluitingen en massaontslagen. De beleggers leken hun vingers er wel bij af te likken. De kranten en op het nieuws maakten met regelmaat melding van weer een ontslaggolf in de Westerse wereld die dan prompt of bij aankondiging al gevolgd werd door een stijgende waarde van betrokken bedrijven op de beurzen. Dat heeft mij toch enige tijd bijzonder verbaasd, maar ja ik ben ook geen econoom. Toen begon ik toch te vermoeden dat wat wij economie noemen grote gelijkenis vertoont met een casino en dat economie niet echt een serieuze wetenschap is maar voornamelijk een spelletje gokken en graaien vergezeld van wat econoblahblah. En dat is nou sindsdien niet echt drastisch meer veranderd in mijn opvatting. Zo zie je maar weer dat heus in je beleving niet alles hoeft te veranderen in weerwil van wat Herakleitos zei.

Maar er staan ons de komende tijd, vrees ik, nog heel wat ingrijpender en drastischer veranderingen te wachten in maatschappelijk, economisch en (geo)politiek dan ik tot nu toe gezien heb. Waaronder naar alle waarschijnlijkheid een aantal zeer onaangename.
Niets blijft zoals het is en welke kant het dan uit zal gaan is toch van ons mensen afhankelijk zolang we het niet over natuurverschijnselen hebben!

Wat er in diezelfde dertig jaar wel duidelijk en spectaculair veranderd is, is onze manier van gegevens en informatie -opslag en -verwerking en daarmee samenhangend onze manier en middelen van communicatie. Deed de computer begin tachtiger jaren schoorvoetend zijn intrede in de Nederlandse huishoudens in de vorm van de zogeheten home computer, nu is dat apparaat, dat nogal wat gedaanteverwisselingen onderging en ondergaat, nauwelijks meer uit ons leven weg te denken. Probeer het maar eens! Toen deden we het ook nog zonder harde schijf en schreven we de data serieel weg op een cassettebandje moesten ze zo ook weer terug zien te vinden. Erg bewerkelijk, tijdrovend en vervelend zouden we nu vinden maar ach het was een andere tijd. Voor degenen die nog met nostalgie aan die tijd en het home computertje terug kunnen of willen denken is er altijd nog het Home Computer Museum online.
Niets blijft zoals het is en al zeker onze computers en de besturingssytemen daarvan niet.

Een speling van het lot wil dat wij in de familie geplaagd worden door iets dat wel familiaire hypercholesterolemie heet. In verband met die kwaal werd mijn vader, die verzot op vis als haring en makreel was, in naam van de (medische) wetenschap, na een eerste hartinfarct ten strengste en ten stelligste ontraden (zeg maar verboden) om nog zogeheten vette vis te eten. Dat was dokter’s voorschrift zo’n 40 jaar geleden. Sinds zo’n jaar of 15 à 20 wordt mij vanwege diezelfde conditie en in naam van diezelfde wetenschap dringend aangeraden en wordt mij van alle kanten verteld dat ik toch vooral en liefst tenminste driemaal per week vette vis zou moeten nuttigen. Ja, het kan verkeren zullen we onze vriend Brederode maar weer eens nazeggen, ook in een domein dat we zo stellig, zo onwrikbaar en zo zeker achten dat we het wetenschap zijn gaan noemen.

In mijn huidige werk verandert er natuurlijk ook regelmatig iets. Zomaar een voorbeeldje dat me de laatste tijd nogal opvalt. Zo’n dertig jaar geleden kreeg ik als leerling Z-verpleegkundige ondermeer het vak psychologie/pedagogiek waarbij het, als belangwekkend gekenschetste, onderwerp ‘observatie of observeren’ regelmatig ter sprake kwam. Daar werd ons diets gemaakt dat wij in ons werk als participerende observatoren vooral op ons hoede dienden te zijn voor het fenomeen van de selectieve waarneming.
Nu krijg ik de laatste tijd af en toe zomaar te horen dat ik inzake de omgang en bemoeienis met de cliënten, die ik tracht te begeleiden, niet zomaar alles wat ik belangrijk, bijzonder of vermeldenswaardig vind moet rapporteren. Daar schijnt ons rapportage-systeem niet helemaal op berekend of voor ontworpen te zijn. Ik moet, naar het schijnt, bij voorkeur alleen die dingen uit het echte leven melden die als hapklare brokjes in één van de niet zelden onbenullige, kunstmatig aandoende en soms irrelevante, voorgebakken vraag-doel-acties, waar ik geen enkele zeggenschap over heb, passen. Pure geïnstitutionaliseerde en dan ook nog eens opgedrongen selectieve waarneming dus, waar men mij toen zo voor waarschuwde en mij nu met nogal wat drang toe tracht te bewegen. ‘T kan zomaar verkeren dus!

Ook werd er, toen ik in onderhavige tak van zorg terechtkwam, heel veel en regelmatig gesproken over en gewezen op het zgn. hospitalisatiesyndroom. Dit gebaseerd op en al dan niet met een verwijzing naar het spraakmakende Total institutions van Erving Goffman. Dat was toen zogezegd een hot item, maar dat is wel even veranderd. Zou dat fenomeen dan zomaar uit de wereld zijn en zich niet meer voordoen? Ik hoor er hoe dan ook al jaren niemand meer over in het werk met als gevolg dat ik het zelfs zelf nog verzuimde te vermelden toen ik het eens over syndromen had.
Maar geen zorgen, hoor, daar is wel weer wat voor in de plaats gekomen. Ik hoor tegenwoordig weer erg vaak hoe alles moet of zou moeten volgens de organisatorische richtlijnen, de digitale verslaglegging, de protocollen, de regeltjes en dergelijke.
Alles stroomt, maar welke kant uit?

In de 90tiger jaren stuurden vele van mijn landgenoten boze briefkaarten naar de Duitse kanselier Kohl. Dit om uiting te geven aan onze bezorgdheid en verontwaardiging over de verneemde gevaarlijke verrechtsing bij onze oosterburen, zoals wij die meenden te kunnen aflezen aan een aantal brute en laffe aanslagen op asielzoekerscentra aldaar.
Ook nog niet zo gek lang geleden, we schrijven dan 2000, ontstaat er in ons land nogal wat rumoer vanwege het feit dat koningin Beatrix het niet nodig acht haar skivakantie naar Lech in Oostenrijk af te zeggen. Dit had zij volgens een groot deel van de Nederlandse bevolking toch echt wel moeten doen om het duidelijke signaal af te geven dat wij als beschaafde natie allerminst gediend waren van de toetreding van de o zo gevaarlijke ultra-rechtse FPÖ o.l.v. Jörg Haider tot de Oostenrijkse regering.
Inmiddels schrijven we 2011 en wordt onze vaderlandse politiek zo’n beetje gegijzeld door de Partei Von die Verloedering die op, voor een na-oorlogs westers land, ongehoorde wijze ondemocratisch wordt aangevoerd door een alleenheersende gebleekte witte kuifeend. Jawel de heer Wilders en zijn PVV; een vereniging met slechts één allesbepalend lid, waar de hele meute dan achteraan loopt. Een politicus die in de kamer zijn collega’s omwille van het effect voor o.a. knettergek, bedrijfspoedel en schoothondje uitmaakt; kwalificaties die hemzelf trouwens niet zouden misstaan. Die omwille van datzelfde effect quasi-komische termen bezigt als kopvoddentaks, haatpaleizen voor gebedshuizen en de partij van de Arabieren voor een wel democratische partij in ons parlement. Behalve rabiaat anti-islam, anti-multiculti is hij ook nogal anti-Europees. De gewiekste alleenheerser van een uit zijn voegen gebarsten one-issue partij die de dictatuur van de onderbuik lijkt na te streven of althans de gevoelens uit die regio knap weet te bespelen. Een partij waarbij de FPÖ van Haider een redelijk brave en niet zo extreem-rechtse indruk maakt en een partij van een dermate rechtse signatuur dat een dergelijke partij in Duitsland vooralsnog geen schijn van kans zou maken. (Dat kan natuurlijk ook zomaar eens veranderen. Bedenk nog maar eens hoe er ten tijde van de opkomst van het Vlaams blok in ons land smalend en hautain op onze zuiderburen werden neergekeken met een air van zoiets zou ons nou toch niet gebeuren; wij weten Janmaat en de zijnen wel adequaat te negeren, te isoleren en zonodig de mond te snoeren. En zie ons nu!) Een partij die het anno nu onlangs bestaan heeft om een lezing door een historicus te laten afblazen omdat de tekst de PVV (waar stond die laatste V nou toch ook weer voor?) onwelgevallig was; leve het vrije woord en de vrijheid van meningsuiting waar deze club zich anders zo vaak en zo gretig op meent te kunnen beroepen.
Nu zal er wel een hoop weerstand tegen een dergelijke beweging zijn in het vrijzinnige, tolerante en fatsoenlijke Nederland zou je wellicht denken. Wel dan blijkt er zo maar erg veel in 10 à 15 jaar te kunnen veranderen en blijken wij wel uiterst flexibel en elastisch in onze normen en denkbeelden te zijn. Twee iets meer traditionele partijen hebben, met de constructie van een minderheidsregering die afhankelijk is van de grote gedoger Wilders, hem tot een van de machtigste figuren van dit land gemaakt. En het Nederlandse volk?; ach een groot gedeelte lijkt de opmars van dit rechtspopulisme in tegenstelling tot zo’n 15 jaar geleden, opeens te bezien als een soort geuzenactie tegen alles dat, niet gehinderd door enige nuancering of kennis van zaken, als belemmeremd, elitair en veel te genuanceerd gezemel aangemerkt wordt en Wilders aan te hangen danwel te gedogen in naam van de absolute vrijheid, de ware democratie, de emancipatie van de onderbuik en/of lekker in het gehoorliggende kort-door-de-bocht kretologie met als bottom-line: wij zijn toch wel erg goed, geweldig en tevreden met onszelf en de anderen zijn niet te vertouwen of deugen niet.
Als je deze wel zeer plotse wending in korte tijd toch eens nader beschouwt kun je behalve van de omvang en de aard van deze verandering toch niet anders dan tevens onder de indruk te raken van het knappe staaltje zelf- en zinsbegoocheling en .. haha laat me niet lachen .. de tragi-komedie die het natuurlijk ook is.

En toen ik geboren werd was ik één van de ongeveer 2,5 miljard zielen die er op onze planeet geteld werden. Heel recent is dit aantal de 7 miljard overschreden. Die aanwas was geen geleidelijke of lineaire. En dat aantal mensen op aarde verandert letterlijk elke seconde.

En zo kan ik nog wel een poosje doorgaan, maar dat moest ik maar niet doen. Ik zou er bij wijze van spreken wel een boek over vol kunnen schrijven maar dat hebben wat oude wijze chinezen vroeger al eens gedaan en wat daar in staat gaat mij toch echt even boven de pet.
Het is me toch wat met altijd maar weer die veranderingen. Hoeveel verandering ga ik nog zien tot bv. mijn echte pensioen. Je zou er nog grijze haren van krijgen!

Om een lang verhaal kort te maken: er is toch wel het een en ander veranderd in de loop van mijn toch nog niet zo erg lange leven, zelfs al bracht ik die tijd in het rustigste en welvarendste deel van de wereld door en heb ik nooit volledig onbezonnen het wilde avontuur opgezocht.
Is de vraag of ik het nu vooral over die veranderingen heb gehad of meer over mezelf in een verkapt ego-documentje? In ieder geval was het een langer schrijvementje dan te doen gebruikelijk en kon ik er wel weer de nodige links naar o.a. eerdere eigen stukjes in kwijt plus nog wat weer opgedoken eigen tekeningen uit de zestiger jaren.

Advertenties

Over Dick

What about me?
Dit bericht werd geplaatst in in mijn boekie, van schijn en werkelijkheid en getagged met , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s