Mannheim

Onze eerste bestemming ditmaal was Mannheim. Het hotel bleek tussen het Planetarium en het Luisenpark gelegen. Daar checkten we rond half vijf in en een half uurtje later wandelden we via de Augustanlage en de Skulpturenmeile richting stad. We troffen een relaxte en aangename Altstadt of binnenstad met een zichtbaar substantiëel aandeel inwoners van islamitische huize.

Toen we bij stralend mooi weer dat centrum binnenwandelden via het Friedrichsplatz en de Wasserturm werden we en passant uitgenodigd plaats te nemen op een rode zetel en ons aldus te laten vereeuwigen op de gevoelige chip.

Het centrum van Mannheim wordt gekenmerkt door iets bijzonders: Die Mannheimer Quadrate.


Dat centrum heeft globaal de vorm van een halve cirkel en is bebouwd in een z.g. schaakbordpatroon vergelijkbaar met de indeling van onze Nederlandse polders. Midden aan de basis van de halve cirkel bevindt zich het Schloss (nu universiteit). De bebouwde blokken zijn, met het Schloss en de Breite Strasse (de voorwaartse as vanaf het slot) als referentiepunten, genummerd van A1 tot L15. Daarbij zijn de huizen in elk blok van 1 tot zoveel genummerd te beginnen bij de hoek het dichtst bij het slot en de buitenrand van de cirkel volgend. Zo kom je daar huisnummers tegen als bv. A3, 24 of L12, 7. Een uiterst rationeel en intuïtief goed te volgen systeem dat volgens de gangbare bronnen een unicum in de wereld is.

Vlak naast ons hotel lag het Luisenpark waarin zich het op alle stadskaarten en -folders vermelde Chinesische Teehaus zich zou moeten bevinden. Wij wilden wel eens een kopje chinese thee drinken en begaven ons dus naar het park. Voor het park bleek men €6 entree te heffen. We wandelden een ruim opgezet en aangenaam aandoend park binnen.
In het Luisenpark zagen we ondermeer diverse paviljoens vooral ten gerieve van de inwendige mens, en ook nog

wat fleurige bloemperkjes,

wat welgevormde boomstammen,

ook veel wortel en tak,

wat grillig gevormde boomstronken,

her en der wat modern beeldhouwwerk,

veel onbemand rondvarende gele bootjes,

een uitbundig spelende en vrolijk rondspringende Knabbel en Babbel,

die hun spel natuurlijk ook wel eens moeten onderbreken om voor de inwendige eekhoorn te zorgen.

Op weg naar het Chinese theehuis


kwamen we ook nogal wat al dan niet vreemde vogels van diverse pluimage tegen:





Nadat dit gezelschap van gevederde steltlopers ons voorbij zag gaan (zouden zij ons net zo bekeken hebben als wij hen?) bereikten we der Garten der vielen Ansichten, de chinese tuin rond het theehuis.
Theetijd dus.

Ook nog de Kunsthalle van Mannheim bezocht. Dat bleek een museum met hoofdzakelijk moderne kunst van het soort waar ik niet echt warm voor kan lopen. Een schreeuwende paus van Bacon, een groot doek van Legèr en een knap gesponnen beeldhouwwerkje vormden de weinige uitzonderingen op een wat slaapverwekkende vaste collectie. Gelukkig was er ook een sonderausstellung over het werk van rebelse vrouwelijke kunstenaressen uit de dahmalige DDR, die wel weer iets prikkelends had en vragen opriep.

Verder zette ik in Mannheim voor het eerst van mijn leven voet in een moskee, te weten de Yavuz-Sultan-Selim-moskee.

Over Dick

What about me?
Dit bericht werd geplaatst in in mijn boekie, Varia en getagged met , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s