Talkin’ bout my generation

Worden we dan toch nog eens wijzer?
Ik denk wel eens bij mezelf dat ondanks het vaak aangehaalde idealisme van de jaren zestig er nog geen generatie geweest is die zo’n geweldige puinhoop achterlaat voor volgende generaties dan de mijne; die van de zogenaamde babyboomers.

Gisteren las ik een aardig stukje in de krant van ene Lisette Thooft, een publiciste die zich tevens mythosoof noemt. Al is ze een stuk jonger dan ik (wel 2 jaar), toch behoren we beiden met nog een legertje anderen tot die vermaledijde generatie van de babyboomers die volgens sommigen ooit in een gespreid bedje terechtkwamen en aan wie je het potverteren wel kunt overlaten.
Dat kunnen ze namelijk als de beste. Verder zijn ze erg goed in rekenen, graaien en het eigenbelang vooropstellen. (lees als je dat vindt ook de reacties op deze eenvandaag eens)
In ieder geval gaan ze in de westerse wereld vanaf 2011 massaal van hun pensioen genieten en een stevige wissel trekken op de algemene middelen. De gezondheidszorg, sociale uitkeringsinstanties en de hele maatschappij zal weten en merken dat we er zijn!

Ook op het wereldwijdewebje kom je ze overal tegen; voor en tegengeluiden, resourceguide, een webring, een startpagina, blogs etc., het is een global issue aan het worden.

Maar even terug naar het artikelje van genoemde Lisette Thooft.
Zij is de auteur van het binnenkort te verschijnen boek: Spiritueel door de overgang. Over welke overgang dat dan gaat weten we natuurlijk nog even niet want het boek is nog niet uit.
Het VK artikel draagt in ieder geval de hoopvolle titel:

Babyboomer wordt wijzer

Laten we het hopen en werd eens tijd denk ik dan maar dat is misschien een beetje flauw of wat al te cynisch van mij.

Het stukje is een alleraardigste en relativerende reactie op een ander, mij onbekend, stukje over die babyboomers, maar laat zich uitstekend lezen zonder die voorkennis.
Ze haalt ondermeer een bekend gezegde aan, vooral geliefd onder mijn neo-liberale generatiegenoten die hun vroegere idealen vergeten zijn danwel vaarwel gezegd hebben maar vinden dat zoiets en het consequent najagen en laten prevaleren van het eigenbelang heus niets met harteloosheid te maken heeft:

Als je op je twintigste niet links bent, heb je geen hart maar als je het op je veertigste nog bent, dan heb je geen hersens.

luidde het dan. Ik heb dat altijd een nogal kromme en maffe bewering gevonden. Bovendien zou ik volgens die stelling geen hersens hebben. Maar zoals onze neo-liberale vrienden overduidelijk schromen en schroomden om hun nieuwe, ogenschijnlijk 180 graden bijgedraaide, kijk op het leven als harteloos te bestempelen, zo zal ik natuurlijk niet zomaar gaan roepen dat ik geen hersens heb. En al zeker niet tegenover zo’n stelletje pseudo-intellectuelen; in hoeverre ik mijn vermeende hersenen al dan niet gebruik is verder een privé-aangelegenheid die ik hier maar even onaangeroerd wil laten.

Hoe dan ook plaatst Thooft hier de veel zinniger en realistischer stelling van Goethe tegenover:

Het kind is realist, de jongeling idealist, de volwassene cynicus en de grijsaard mysticus.

Kijk daar lijkt tenminste wat mensenkennis uit te spreken. Dat is even iets anders dan dat nikserige neo-liberale geneuzel en gekrakeel. Daar kunnen we misschien iets mee!
Gaan wij babyboomers dan wellicht nog eens wijs worden? Volgens Thooft valt in ieder geval te verwachten dat onze generatie behalve pensioengerechtigd ook spiritueler zal worden en/of meer aandacht zal krijgen voor vragen van existentiële aard. Ze wijst daarbij als voorbeeld op de enorme belangstelling voor iets als mindfulness.
Terugblikkend op een (afge)leef(de)wereld waarin oude idealen vooral tot een vrijgevochten hitserig hedonisme en een materialistische Ik-cultuur verworden lijken te zijn gaan onze biologie en grijze haren het tij wellicht nog wat keren. Volgens Goethe en Thooft zou er nog hoop zijn voor ons babyboomers.

Zijn we op weg om mystici te worden, volgens Goethes ontwikkelingsleer? Wat betekent dat dan precies? Voor zover ik kan zien (maar ik ben pas 58) gaat spiritualiteit om het relativeren van het ‘ik’. Het doorzien van de vergissing dat je van een ik-project gelukkig wordt. Mystici zeggen zelfs dat het hele zelf een illusie is, dat er inwerkelijkheid alleen maar één stromende, vloeiende, veranderende eenheid van alles en allen is. Voor ons ik-gerichte babyboomers, een enorme ommezwaai. Maar als het lukt, en dat besef de tijdgeest gaat bepalen, kunnen we nog mooie tijden beleven.

Zei onze Bredero niet reeds: ’t kan verkeren?
Idealen, de geldende moraal en de heersende mentaliteit kunnen veranderen en zullen dat vast en zeker ook doen; maar ja welke kant op? … dat ligt toch echt aan onszelf.
Nou, ik ben benieuwd en wacht het maar weer even af.
Waar had ik het nu ook al weer over … o ja … I was talking ‘bout
my generation

text in english >>

Over Dick

What about me?
Dit bericht werd geplaatst in in mijn boekie, tegeltjes- en andere wijsheden, uit de nieuwsruif en getagged met , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s