Het (kromme) pillenverhaal

Vorig jaar volgde ik eens een bijscholingscursus ‘psychiatrische ziektebeelden’ op mijn werk. Door die cursus heb ik weer het een en ander geleerd, niet zozeer door wat mij daar verteld werd maar vooral door wat men mij daar niet wist te vertellen en dat houdt direct verband met mijn huidige belangstelling voor de ontwikkeling van de DSM en aanverwante kwesties.

In die cursus raakte ik op enig moment verwikkeld in een discussie over de macht en de mogelijkheden van de wetenschap en de farmacie. Het verbaasde en verraste mij enigszins hoeveel collega’s er een, naar mijn mening, nogal naïeve kijk op deze materie op na hielden. Zij betoogden nl. dat hele knappe koppen een (ontbrekend) stofje in de hersenen gevonden hadden dat de verklaring voor depressie zou zijn. Nu waren de knappe koppen inmiddels naarstig op zoek naar en bezig met de ontwikkeling van de juiste pil om dit euvel te verhelpen. En voilá, het lijkt slechts een kwestie van tijd te zijn. Even wachten tot ze de goede pil gevonden zullen hebben; een soort asperientje tegen neerslachtigheid en we hoeven nooit meer depressief te zijn.

Welk een rooskleurig perspectief! Chapeau voor de pillendraaier …… of ….

Mijn argument dat het teveel of te weinig van een stofje in de hersenen (ik neem aan dat men het over serotonine of iets in die geest had) niet wil zeggen dat dat de oorzaak van een bepaalde gemoedstoestand hoeft te zijn maar even zo vrolijk het gevolg van die toestand zou kunnen zijn, sloeg bij meeste mensen niet zo erg aan. (er werd toch echt in de krant gesuggereerd dat ….)

Ook mijn stelling dat een lichamelijke ziekte en een mentale kwaal of ontregeling toch niet helemaal hetzelfde zijn of op één lijn kunnen staan kon bepaald niet een ieder overtuigen. Ik zeg dan: je hebt toch vooral hoofd- of maagpijn, je hebt een onsteking of je hebt last van je hart en/of bloedvaten maar je bent neerslachtig, je bent in de war of angstig of wat dan ook. Hoe moeilijk soms ook, je kunt altijd enige afstand nemen van dat fysieke zelf en er naar kijken en toeschouwer zijn. In geval van je mentale toestand wordt dat toch iets moeilijker en van een andere orde want dat gaat veelal over hoe je naar de dingen kijkt en het gaat in die zin over je diepste zelf. (zie ook Szasz en Schaler hierover) Het lijkt erop of men in discussies over dit onderwerp meestal vrij snel belandt bij de vraag of iets al dan niet tussen de oren zit en dan doemen er direct vragen rond schuld en verwijtbaarheid op die dan vervolgens de discussie gaan beheersen. Zo ook in dit geval.

Nu lijkt de volgende analogie bijna gemeengoed: lichamelijk functioneren is zondermeer te vergelijken met mentaal functioneren en dus kunnen we daar op eenzelfde manier naar kijken, mee omgaan en op ingrijpen. De farmaceutische industrie maakt ook slim gebruik van die metafoor in haar sluikreclame. Ik denk dat die vergelijking soms niet helemaal en soms helemaal niet klopt. Maar als we hem toch willen hanteren, laten we het dan goed doen, zou ik denken.

Nu is het zo dat als ik mij niet helemaal lekker voel dat zich in nogal wat uiteenlopende variaties en gradaties pleegt voor te doen. En in ruim 90 van de 100 keer (eerder 99 dan 91) zal dat ws. in de categorie gaat-wel-weer-over-voor-je-een meisje-bent vallen. Denk aan ziek, zwak of misselijk al dan niet veroorzaakt door te zwaar tafelen, te diep in het glaasje kijken, te weinig rust nemen of andere en wat minder makkelijk te vermijden bronnen van verminderde weerstand. Daar verwittig ik de dokter gewoonlijk niet van. Ook bij een flinke griep verwacht ik doorgaans weinig direct praktisch heil van de medici en zoek ik mijn toevlucht liever bij een grog van hete citroen met cognac en misschien nog een sinasprilletje erbij. Als ik mijn hoofd of mijn grote teen weer eens stoot, bij het ophangen van een schilderijtje op mijn duim sla of weer eens uitschiet met de kaasschaaf zal ik, op een uitzonderlijk en ernstig geval na, ook zelden op het spreekuur of de eerste hulp belanden. En mocht ik dan toch eens op de eerste hulp belanden met zeg een verstuikte enkel of een gebroken arm dan zal het herstel in veel gevallen van dien aard niet langs chemische weg (pillen) bewerkstelligd worden maar langs mechanische weg (zetten en steunen middels spalk of tape). Mocht daar wel een pilletje of spuitje aan te pas komen dan is dat uitsluitend met het doel mij geheel of gedeeltelijk te verdoven om mij aldus iets tot uiterst vervelende gewaarwordingen te besparen.

Kunnen alle pillen dan maar de vuilnisbak in? Dat denk ik nu ook weer niet!

Zo slik ik zelf bv. pillen tegen hypercholesterolemie en hoge bloeddruk en uit het feit dat ik die slik mag u opmaken dat dat me ook wel verstandig lijkt. Wetende dat deze pillen niet de oorzaak van mijn kwalen verhelpen of wegnemen en het ook vrij zinloos zou zijn ze te slikken als ik niet tegelijkertijd mijn leefstijl in acht neem door bv. te stoppen met roken, op mijn eten te letten en dat soort zaken. Je hoort dan vaak zeggen dat het een ter ondersteuning dient van het ander; hetgeen impliceert dat alleen een pil niet voldoende of optimaal zal zijn. Soms zal dat overigens wel het geval zijn, afhankelijk van de aard van het euvel en de specifieke werking van het middel.

Verder hoor ik ook nog dingen; dat zijn geen (of zelden) stemmen maar dat is een fluittoon in mijn linkeroor. Tinnitus heet zoiets en mijn arts zegt dat daar geen pillen tegen helpen maar sommige pillenverkopers en artsen beweren weer van wel.

Een pilletje tegen de hoofd- of andere pijn of om de koorts even te onderdrukken lijken mij door de bank genomen ook nuttige en handige middeltjes, hoewel ik in het eigen gebruik daarvan nogal terughoudend ben. En ook een vitaminepilletje (slik ik ook regelmatig) lijkt me geen kwaad kunnen, hoewel het misschien wel handig is om te weten waar we eerder tekort van en waar we eerder teveel van binnenkrijgen.
En de effectieve en heilzame werking van antibiotica werd en wordt vaak zondermeer als een zegen ervaren, zij het dat ook die zegen door wat al te kwistig gebruik toch behoorlijk wat problematische en resistente rafelranden begint te vertonen. (Denk aan de MRSA-bacterie, het overvloedig gebruik in de intensieve veehouderij en het vervolgens terechtkomen in milieu en mogelijk drinkwater ervan.)

Kortom in het behandelen van fysieke kwalen en ongemakken is de chemische ingreep middels het pilletje vaak nuttig en soms wellicht onze enige hoop maar zelden straight-and-simple en zonder ongewenste bijwerkingen. Dit ondanks vaak behoorlijk gedetailleerde kennis van de werking van het menselijk lichaam en de rol en de aard van chemische processen daarin; tenminste als je dat vergelijkt met wat we aan ‘hard-facts’ over de menselijke geest op kunnen hoesten.
Dan denk ik toch dat het zonder veel verder na te denken maar vragen om en vertouwen op een pilletje in geval van ongemakken of problemen van mentale aard niet echt verstandig is. Het is vanuit het motief van gemakzucht (ons allen welbekend) alleszins begrijpelijk en invoelbaar maar je leert er niets van over hoe je in die toestand verzeild bent geraakt, hoe je er zelf uit zou kunnen komen of hoe hem bij een volgende gelegenheid te omzeilen.
Alle haken en ogen en onduidelijkheden die aan de medicamenteuze behandeling van ons fysiek kleven worden hooguit groter en ongrijpbaarder waar het onze geest betreft. Dat zou toch tot enige voorzichtigheid mogen manen.

Als we om te beginnen bij de toepassing van psychofarmaca een zelfde zorgvuldigheid in acht zouden nemen als, laten we zeggen, gebruikelijk is bij medicatie om ons fysiek weer op de rails te krijgen dan zouden we al een hele stap vooruit maken. Mij dunkt dat dan niet honderdduizenden nederlanders onterecht en overbodig aan de antidepressiva zouden zijn met niet zelden chronische afhankelijkheid en depressiviteit als gevolg.
Natuurlijk speelt de huidige cultuur van consumentisme en de mondigheid en de soms dwingende vraag van de patiënt hier ook een rol in en zijn de pillen in die zin bijna vergelijkbaar met alcohol, cannabis of coke.

Om iedereen die een labeltje in de vorm van een DSM-diagnose heeft (en dat aantal lijkt schrikbarende vormen aan te nemen) als, noem maar eens, ADHD per definitie en om te beginnen maar eens een pilletje voor te schrijven komt mij als dom en belachelijk voor en kan, dunkt me, toch niet evidence-based heten (tenzij je evidence als gewoonte of drijfzand wilt vertalen).

De essentie van dit hele betoog is natuurlijk dat er volgens mij vaak wat al te gemakkelijk naar de pillen gegrepen wordt met de intentie de beleving en het gedrag in een gewenste richting te beïnvloeden. Daarbij meen ik dat het in veel gevallen in feite een verlegenheidsoplossing en een onmachtsstrategie is. In de praktijk zie je doorgaans dat medicatie ingesteld, veranderd of verhoogd wordt wanneer de druk op de begeleiding te groot wordt of dreigt te worden. En in diezelfde praktijk heet het dan veelal dat de medicatie ter ondersteuning dient van een bepaald behandelingsplan maar in evaluaties hoor je dan weer weinig terug over die link maar wel van alles over of de medicijnen al dan niet het gewenste effect hadden.
Als we de, naar mijn smaak toch altijd wat kromme, analogie tussen fysiek en mentaal functioneren toch als metafoor wensen te hanteren (lijkt een beetje op het gladstrijken van vragen m.b.t. het lichaam-geest probleem) dan zou het toch om te beginnen zinnig zijn om in geval van mentaal (dys)functioneren eenzelfde mate van differentiatie en zorgvuldigheid in acht te nemen als bij fysiek (dys)functioneren. Ik heb niet de indruk dat we dat ook altijd doen.
Als ik verkouden ben, mijn teen stoot, hoofdpijn of een fikse griep heb, is dat iets van een geheel andere orde dan toen er hypercholesterolemie (waar ik wel pillen voor slik) en vaatlijden bij mij geconstateerd werd en dat is weer van een andere orde dan wanneer ik ooit met de diagnose kanker geconfronteerd zou worden en dan bv. voor de keus van al dan niet bestralen zou komen te staan, hetgeen zich weer niet laat vergelijken met een gebroken been om maar eens een dwarsstraat te noemen.

De rol van de farmaceutische industrie blijkt telkenmale uiterst dubieus en weinig transparant. Nu heb ik net ontdekt dat de grote boze en zeer machtige pillendraaier ook wel bekend staat als ‘Big Pharma’; en van deze ‘grote pillendraaier’ wordt beweerd dat hij nogal wat op zijn kerfstok heeft.

Dan nu het goede nieuws:
Er bestaat toch wel degelijk een wonderpil. Placebo (ik zal behagen) wordt dat ding wel genoemd; een pilletje met een niet werkzame stof die toch vaak blijkt te werken! Wil je het nog wonderlijker hebben?

Ik nodig mijn collega’s in de zorg weer uit: geef je mening eens of laat jouw licht eens over deze materie schijnen.

<< vorige

Over Dick

What about me?
Dit bericht werd geplaatst in in mijn boekie, psychobabbel, van schijn en werkelijkheid en getagged met , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Een reactie op Het (kromme) pillenverhaal

  1. wetenschaphomeopathie zegt:

    Heb het een en ander gelezen op je blog. Je zegt veel zinnige dingen. Stomme mensen trouwens, die zo simpel denken over een stofje en dat Pharma dat dus zo even oplost. Daar loop ik ook mijn hele leven al tegenaan, dat simpele denken. Zelfs bij academisch gevormden. Die kunnen heel “eendimensionaal” zijn.
    Je hebt hypercholesterolemie. Daar moet je wel pillen tegen hebben, heb ik altijd begrepen. In andere gevallen van cholesterolproblemen is het erg dubieus.
    Zie mijn website: http://www.infowebweistra.eu/cholesterol-statines.htm
    Hier vind je ook een link naar m.i een doorbraak in de reguliere geneeskunde: complexiteitsdenken, systeemdenken. De rode draad op mijn website.
    Vr.gr. RW

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s