Gentle Teaching; mijn voorlopige kijk op (6)

De stand van zaken: Ik heb twee eerdergenoemde werkjes van John McGee gelezen, wat GT web-sites afgesnuffeld, een gesprekje op mijn werk over GT gehad en daar een boekje van de Prinsenstichting met DVD-verslag van John McGhee in actie ter inzage gekregen.

En ik kom vooralsnog tot de conclusie dat ik het onverminderd als een sympathieke en zinnge benadering zie en mijn argumenten en redenen daarvoor vind ik grotendeels uitstekend verwoord in dit korte en heldere pro-GT artikeltje in Zetnet.nl.

Het hele idee sluit, wat mij betreft, ook prima aan op mijn pragmatische werkmodel van beheersmodus versus ontwikkelingsmodus (zie ook gelijknamig stukje); maar soms wil ik ook wel eens aan iets meer of aan iets anders werken dan waar GT exclusief zijn pijlen op lijkt te richten.

Een bijzonder doortastende en evenwichtige samenvatting waar ik mij volledig in kan vinden kwam ik tegen in Behavioural distress; concepts and strategies by Bob Gates, Jane Gear and Jane Wray.
Daarin wordt gesteld:

The debate regarding whether Gentle Teaching is ‘behavioural’ or not has been misleading. In fact it can be easily demonstrated that it does use behavioural techniques and consequently there must be a demonstrated therapeutic effect. Gentle teaching evolved out of behaviourism and adopted those techniques considered useful, therapeutic and positive and abandoned the elements of the approach that were seen to be focused on behaviour and aversive. Although the advocates of gentle teaching have been reluctant to associate themselves with their behavioural history, there is an inherent strength in this association. For Gentle Teaching, this association actually offers hard empirical evidence to support its claims to effectiveness.

In hun conclusie stellen de auteurs dat GT begrepen kan worden als een reactie en een antwoord op het behaviorisme, dat zich overigens de laatse 40 jaar voortdurend ontwikkelde, veranderde en aanpaste. GT kan gezien worden als één therapie onder velen die die veranderingen weerspiegelen. Het verschil in gerichtheid en doelstelling tussen GT en behaviorisme wordt nog wat nader benoemd. Er wordt daarbij geopperd dat GT niet alleen uit het behaviorisme voortgekomen is, maar ook invloed heeft gehad op de richting die het behaviorisme de laatste 15 jaar heeft genomen met toenemende nadruk op en aandacht voor relaties, zelf-expressie en emotionele behoeften. (En voorzichtig wordt de wens/mogelijkheid geopperd dat er in de toekomst geleidelijk aan naar een samengaan zou kunnen worden toegewerkt??)

De verschillen tussen beide benaderingen worden in bovengenoemde conclusie in een notedop getypeerd als GT richt zich met name op de hele persoon en relaties terwijl het behaviorisme zich met name richt op specifiek gedrag. Dat lijkt me een juiste typering, maar het lijkt me ook helder dat er dan tussen die uitersten een vooralsnog braak of verwaarloosd terrein blijft liggen dat ook bezien, bewerkt en bewandeld hoort te worden. Naar mijn smaak dient deze witte vlek vooral ingevuld te worden met kennis zoals bv. (ortho-)pedagogische of (ontwikkelings-)psychologische kennis over relevante zaken als bv. motivatie, temperament, hechting, angst, agressie e.d..

In dat verband zou ik geïnteresseerden in dergelijke materie het Blog Onderweg van Henk50 willen aanraden; als je daar bv. op zoektermen als: temperament, hechting, kinderangsten, persoonlijkheidsstoornis of zelfbeeld zoekt krijg je gedegen en heldere uitleg over het betreffende onderwerp, op korte, verhalende wijze en in voor een ieder te begrijpen bewoordingen.

Zoals ik elders al opmerkte, ervaar ik het zelf als een manco dat ik in de uiteenzettingen en argumentaties tussen en over GT en bv. het behaviorisme het onderscheid tussen intrinsieke en extrinsieke beloning en dito motivatie nauwelijks of niet lijk tegen te komen. Terwijl dat naar mijn smaak toch vaak van doorslaggevend belang is, zowel in verklarende zin als in zijn uitwerking in de praktijk.

Al googelend zie ik overigens her en der de controverse GT – behaviorisme nog in volle scherpte en her en der zie ik ook tekenen van verzoening en van de combinatie van beide.
Een ander heet hangijzer is het onderzoek naar de effectiviteit van GT dat, voor zover te vinden, nogal diverse en tegenstrijdige resultaten laat zien.
Het Gentle Teaching Evaluation Network of G-TEN en andere GT-adepten beroepen zich veelal op kwalitatief onderzoek en een paradigmashift om hun zaak te bepleiten. (zie powerpointpresentatie)
Onderzoekers die de meer wetenschappelijk gebruikelijke en aanvaarde experimentele onderzoeksopzet hanteren komen veelal met resultaten die een beduidend minder zonnig beeld van de effectiviteit van GT laten zien. (google zelf maar even; u zult een paar onderzoeken met bijbehorende namen heel vaak terugzien)
Zo staat mij bij een onderzoek over 9 proefpersonen waarbij verschillende vormen van agressie, zelfverwonding en frequentie van afzondering als graadmeters werden genomen en 2 van de 9 een verbetering lieten zien bij toepassing van GT, terwijl 2 een verslechtering lieten zien en bij 5 geen meetbaar effect optrad.
Het lijkt mij dat dergelijk onderzoek replicatie verdient omdat bij dergelijke uitkomsten de vraag gerechtvaardigd is of zelfs obligaat wordt of het wel wijs is zo’n benadering instellingsbreed in te voeren en of het niet beter zou zijn om te zien voor welke personen in welke omstandigheden deze benadering het meest geëigend is.

Mijn redenering luidt dat als GT ons begeleiders leert om beter naar onszelf en de effecten van onze houding en ons handelen te kijken en onze menselijkheid en morele integriteit ten goede komt (en daar wil en kan ik het verhaal van John McGee een heel eind in volgen), dan moet dat ook zijn weerslag krijgen op het welzijn en welbevinden van onze cliënten en dat moet dan op enig moment ook weer simpelweg zichtbaar en meetbaar worden in gedrag.
In het algemeen en zachtjes gezegd vind ik de houding van GT inzake openheid over en medewerking aan gangbaar onderzoek bepaald geen sterke indruk maken.

Als ik het goed begrepen heb zal de Gentle Teaching zoals hij op mijn werk geïnstrueerd en toegepast gaat worden er ook niet een van de streng orthodoxe richting zijn, maar meer een aan cultuur en omstandigheden behoedzaam in- en aangepaste vorm betreffen.
Met inachtneming van enige kanttekeningen zie ik daar wel enig heil in.
Maar de proof of the pudding blijft natuurlijk altijd in the eating en dat kan, als ik het wel heb, nog een klein jaartje duren. Misschien is het wel zoals mijn collega Aly reeds opmerkte, dat wij dit voor een belangrijk deel al trachten toe te passen.

De 11de internationale gentle teaching conferentie zal op 3, 4 en 5 november in
ons land gehouden worden en wel in Haarlem; John McGee zal daar acte de prescence geven.

<< vorigenaar John McGee >>

Over(zicht) Gentle Teaching >>

Over Dick

What about me?
Dit bericht werd geplaatst in een vak apart, in mijn boekie, pedagogie, psychobabbel en getagged met , , , . Maak dit favoriet permalink.

2 reacties op Gentle Teaching; mijn voorlopige kijk op (6)

  1. Henk Algra zegt:

    Een bezwaar van Jacques Heijkoop tegen de Gentle Teaching is dat hij vindt dat deze manier van werken door McGee te exclusief wordt geannexeerd. Heijkoop vindt dat je gewoon zo moet zou moeten werken. Hij vindt ook dat veel medewerkers al lang al zo werken.

    Ik zie op ons werk dat veel medewerkers aspecten van Gentle Teaching in hun handelen geïntegreerd hebben. Ik ben daar soms zelfs ontroerd door. Het is niet allemaal zo nieuw. Het aardige is wel dat je het je meer bewust wordt. En dat geeft weer ruimte voor nieuwe groei en nog meer nieuwe mogelijkheden.

    Wat betreft het onderzoek dat je noemt (waarschijnlijk een onderzoek dat gepubliceerd werd in het NtZ): één van de aspecten die meespeelt in het ‘doen landen’ van Gentle Teaching is dat het door de hele organisatie gedragen moet worden. Waar dat niet gebeurt is ook het effect minder.

    Daarnaast duurt het vaak erg lang voordat je werkelijk veranderingen ziet. De DVD die jij hebt bekeken beslaat een periode van tien jaar!

    Volgende week hoop ik weer iets te schrijven over Gentle Teaching.

  2. dimasplace zegt:

    Ik kan me wel iets voorstellen bij het argument van het te exclusief naar je toetrekken van een redelijk breed geaccepteerd uitgangspunt. Wat betreft het onderzoek waar ik hier aan refereerde, dat is niet het onderzoek uit het NtZ. Ik heb dat toen wel onder ogen gehad, maar meen me te herinneren dat ik het weinig overtuigend of solide vond. Daarom wilde ik het niet aanhalen. Ik vind wel dat we behoefte hebben aan goed en solide kwalitatief onderzoek. Het N=9 onderzoek waar ik wel op doelde was een onderzoek uit de angelsaksiche wereld waar ik al googelend op stuitte. Helaas heb ik de link niet direct gesaved en later kon ik het niet meer terugvinden. Jammer want ik hecht wel aan goede verwijzing en bronvermelding.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s