Wederkerigheid en gelijkwaardigheid in de zorg; enkele gedachten

In de literatuur over Gentle Teaching vallen bij voortduring termen als gelijkwaardigheid en wederkerigheid. Begrippen die niet altijd eenduidig begrepen of uitgelegd zullen worden. Ik veronderstel dat de agogische literatuur wel bol zal staan van de verhandelingen vanuit verschillende gezichtspunten over deze begrippen. Verder lijkt het me dat we, ondanks de veelgehoorde roep om deregulering, deze termen ook in de zorg voorlopig nog wel steeds vaker in juridisch jargon omschreven zullen aantreffen.

Als die juridische of anderszins formele omschrijvingen zich aan één kant van een continuüm bevinden, dan vind je de betekenissen zoals in Gentle Teaching gebezigd ergens ver aan de andere kant daarvan. Tussen die uitersten komen we van alles en nog wat tegen, waaronder ook onze alledaagse en min of meer gangbare huis-, tuin- en keukenopvattingen daarover. Hier wat flarden van die laatste soort uit eigen koker:

In het huidige walhalla van het neo-liberalisme, consumentisme en vrije marktdenken is het misschien verleidelijk om de trits consument-product-producent/leverancier als prototypisch basismodel voor de zorg te hanteren. Dat zou een welhaast ideale mate van gelijkwaardigheid en wederkerigheid tussen zorgvrager en zorgleverancier suggereren. Ik meen te weten dat een dergelijke voorstelling van zaken vaak ver bezijden de waarheid ligt, al zullen zorgverzekeraars ons deze illusie graag willen verkopen in hun propaganda.
Toch kan een dergelijke formele koopmanskijk op de dingen, mits goed gericht en toegepast, heel nuttige inzichten opleveren:

Toen ik zo’n 28 jaar geleden leerling Z-verpleegkundige was, vroeg een collega en toenmalig groepshoofd tijdens een overleg eens wie wij dachten dat onze baas zou zijn. Waarna hij betoogde dat ondanks de mogelijke schijn van het tegendeel het bij nader inzien toch echt niet het paviljoenshoofd of de directeur waren maar onze cliënten (die toen nog bewoners heetten). Zij zijn het namelijk die rechtmatig een uitkering ontvangen en van dat geld (plus aanvullende gelden, echter ook rechtmatig de cliënt toekomend) worden wij alle betaald, van directeur tot mijn persoon aan toe. Dus welbeschouwd worden wij allen door hen ingehuurd en zijn zij onze baas. Dat vond ik een logische en quasi-geniale redenering die er bij mij direct inging als koek.
Ik heb die les nooit vergeten en tot op de dag van vandaag geldt voor mij als ultieme leidraad in het werk dat ik in principe en uiteindelijk morele verantwoording schuldig ben en blijf aan de cliënt. Ondanks het feit dat als ik al ter verantwoording geroepen word, dat nagenoeg altijd door anderen zal gebeuren.

Dat dergelijke ideaaltypische voorstellingen in de praktijk door allerlei haken en ogen en schoonheidsfoutjes van diverse oorsprong opeens een heel ander gezicht kunnen krijgen zal een ieder bekend zijn. (ik zou haast geneigd zijn om Bredero er weer eens bij te slepen) Redenen voor die discrepantie hebben vaak van doen met scheve machtsverhoudingen en verborgen machtsmisbruik of laten zich anders vatten onder noemers als te grote werkdruk, onkunde, te veel bureaucratische regels of een te technocratische benadering gegarneerd met de nodige domheid en onvermogen. Zelden of nooit zullen kwaaie bedoelingen of onwil aan de oorsprong van wantoestanden liggen. (of het moet al de onwil zijn om verder te kijken dan onze neuzen lang zijn want dat blijft toch een wijdverbreide kwaal)

Voorbeelden van wantoestanden of schrijnende situaties zijn er ten over en lijken alle goede bedoelingen ten spijt maar niet echt zeldzaam te willen worden. In mijn werkveld veroorzaakte het geval van Jolanda Venema landelijk nogal wat opschudding en verontwaardiging.
Als u de kranten van de afgelopen jaren er eens op na zou pluizen zult u ws. versteld staan van het aantal schrijnende gevallen dat er vanuit de jeugdzorg gemeld werd.
En recent kwamen er berichten over ouderenmishandeling in het nieuws met vrij schokkende cijfers (hoewel; wat schokt ons nog?) hierover. Zie Gerda Krediet over dit onderwerp of lees: Alleen de werkelijkheid is erger van Gonny van Werkhoven. Die alom geroemde gelijkwaardigheid en wederkerigheid blijken dan niet zelden nauwelijks aanwezig of totaal zoek.

Ik veronderstel dat je in mijn werkveld, de zorg aan verstandelijk gehandicapten, niet zo maar meer cliënten zult aantreffen in de omstandigheden zoals de ouders van Jolanda Venema die destijds met pijn in het hart wereldkundig maakten. Maar bekend met hoe moeilijk en moeizaam dit werk soms kan zijn ga ik er ook van uit dat er toch nog genoeg cliënten te vinden zullen zijn die een niet erg veel rijker of zinvoller leven ten deel valt. Benaderingen als de methode van Jacques Heijkoop of Gentle Teaching lijken me dan bij uitstek geschikt om iets van die menselijke waarden die achter de woorden wederkerigheid en gelijkwaardigheid schuilgaan weer terug te winnen en vorm te geven.

Als je de visies en mission statements van diverse instellingen in de gehandicaptenzorg eens onder de loep neemt dan zie je opeens een wel weer erg rooskleurig beeld geschetst. Veel intentieverklaringen over volwaardig burgerschap waarbij de keuzen en de wensen van de cliënt centraal staan en en van alles in het werk gesteld wordt om die toch maar te verwezenlijken en daaraan te voldoen en weinig anders.
Dat leest mij dan weer iets teveel als een reclamefolder (hetgeen het natuurlijk deels ook is) en een uitsluitend mooi-weer-praatje. Maar iedere ouder of opvoeder weet natuurlijk dat een pedagogische relatie er niet een is van ‘roept u maar’ of van ‘u vraagt en wij draaien’. Hier krijgen gelijkwaardigheid en wederkerigheid toch een fundamenteel andere invulling dan elders en laten zich daarbij wat minder gemakkelijk in juridische of formele termen vatten. En ik zou toch in visies, mission statements en discussies graag iets meer van de paradoxen en knelpunten, die daar nu eenmaal eigen aan zijn, weerspiegeld zien en horen. Volgens mij worden het dan wat minder gratuite en zouteloze mooi-weer-praatjes. Pas als we aangeven waar en waarom we grenzen trekken of directief en beperkend willen zijn en juist willen sturen i.p.v. volgen en met welk doel danwel, dan pas kan een verhaal gaan leven en gaat het ergens over. Althans in mijn boekie geldt dat zo!

Over Dick

What about me?
Dit bericht werd geplaatst in een vak apart, in mijn boekie, tegeltjes- en andere wijsheden, van schijn en werkelijkheid en getagged met , , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s