Mijn voetbalverleden zonder oranjeperikelen

Dan laat ik het oranje zonnetje maar weer eens ondergaan om eens wat over voetbal te praten.
Niet dat ik veel zinnigs zou kunnen vertellen over dat spelletje waarvan oplettende commentatoren maar blijven benadrukken dat de bal rond is. Eerder liet ik me al eens ontvallen, evenals Louis Davids, absoluut geen verstand van voetbal te hebben en dat is nog steeds het geval. Maar ja we krijgen op de een of andere manier toch allemaal iets met die sport te maken; daar kom je gewoon niet onderuit. Dus al staan mensen die mij kennen daar wellicht versteld van, ook ik heb een voetbalverleden.
Dan nu maar eens op de proppen daarmee:

In de tweede of derde klas lagere school gingen veel van mijn klasgenootjes op voetbal, want dat was het helemaal. Ik dus ook op voetbal maar na een week of wat, nog voor de aanschaf van kleding en schoenen, had ik het wel bekeken; dit spelletje kon mij niet boeien. Dus Dickie maar weer gauw terug naar de padvinderij, waar we tenminste niet iedere week hetzelfde deden. Verder voetbalde ik op de trapveldjes als er niets anders te doen viel natuurlijk gewoon met mijn klasgenootjes mee zonder ooit de sterspeler te zijn.

Op het wat uitgebreidere lagere onderwijs hadden we een leraar die het betreffende spelletje als volgt placht samen te vatten: 22 verdwaasde lieden die op een grasveldje zich het schompes achter een bal aan rennen om die te bemachtigen en als ze hem dan eindelijk hebben, schieten ze hem zo hard mogelijk weer weg! Hij vergeleek dat merkwaardige gedrag wel eens met dat van bergbeklimmers die hun leven wagen om de top te bereiken en eenmaal boven elkaar aanstoten, naar beneden wijzen en zeggen: wat mooi hè, daar beneden? Of de grappen van meester Elzinga nu zo’n indruk op mij gemaakt hebben, ik weet het niet, maar ik heb in die schoolperiode in ieder geval niet meer gevoetbald.

Voetbal en ik waren blijkbaar geen goeie match om even in Scheringa-termen te spreken. Dat zal toch niet aan mijn genen liggen? Mijn opa van moederskant leefde zo ongeveer voor de voetbal, was jarenlang penningmeester van voetbalvereniging Beverwijk alwaar ooit het Simon Rumping toernooi nog naar hem vernoemd werd.
Mijn vader volgde met meer dan gemiddelde geestdrift de voetbalwedstrijden op de televisie en als de bal naar één kant uit beeld verdween zag je hem met zijn hoofd en hele lijf naar voren en de tegenovergestelde richting uit neigen alsof hij om het hoekje wilde kijken waar die bal nu bleef. Dat laatste is hem ondanks het volharden in zijn pogingen nooit echt gelukt, maar het illustreerde wel mooi hoe hij volledig opging in het spel.
Aan mijn genen kan het dus niet liggen; hoewel ik mij wel mijn hele leven al afvraag of ik niet een bepaald mannelijk gen mis. Als ik zie hoe allesoverheersend de mannelijke fascinatie voor auto’s, voetbal en vrouwen is en welke vormen dat aan kan nemen, voel ik me al gauw een vreemde eend in de bijt omdat ik die eerste twee volkomen mis. De fascinatie voor vrouwelijk schoon deel ik dan wel weer volledig met mijn soortgenoten, maar daar kan ik echt niets aan doen; dat schijnt door de hormonen te komen. Voor eventuele klachten daarover dient men zich bij Onze Lieve Heer te vervoegen zeg ik altijd maar.

Mijn moeder hield ooit een kleuterschool schoon, hetgeen natuurlijk niets met voetbal van doen heeft maar daar werkten wel leuke jonge vrouwen cq. meiden als kleuterleidster. Een van hen heette Annet, was daar recent komen werken en woonde op kamers. Nu had Annet een oogje (van amoureuze aard) op mij laten vallen en vroeg zich af hoe zoiets aan te pakken. Een vriendin had wel een goed idee en zei: dan zeg je toch dat wij van voetbal houden en vraag je of we bij hen deze of gene belangrijke wedstrijd mogen kijken; dan ga ik wel met je mee. Gewiekst, hè?
Toen de beide dames de bewuste avond TV kwamen kijken hebben we gezellig een eerste kopje koffie gedronken en toen de voetbaluitzending op punt van beginnen stond, stond Dick op, wenste een ieder een prettige avond en een spannende wedstrijd, verdween naar zijn kamer en iets later op de avond naar de kroeg. Zoals het een echte vent in zijn naïviteit betaamt had ik niet het minste benul van de ware reden van dit vrouwelijk bezoek en verkeerde ik in de veronderstelling dat ze wel heuse voetbalfans zouden zijn. Mijn vader was overigens zeer verguld met het bezoek van twee leuke meiden die het nobele spel om de bal tenminste leken te waarderen en aan wie hij zijn kennis van het spel en zijn mening over deze wedstrijd onbelemmerd kon slijten.
Hoe ik dit weet? Jaren later kwam ik Annet, die toen inmiddels getrouwd was, nog eens tegen in de kroeg en zijzelf vertelde mij dit verhaal waar we toen samen flink om gelachen hebben!

Later heb ik nog weleens meegespeeld in gelegenheidsteams van kroeg of werk waarbij je voetbalkwaliteiten van secundair of geheel niet van belang waren. Ik werkte toen bij Hoogovens en het leeuwendeel van de collega’s was behoorlijk voetbal-enthousiast en volgden nauwgezet de verrichtingen in de competities van ere- en eerste en soms nog wel meer divisies.
In die tijd wilde het wel eens gebeuren dat één der collega’s mij benaderde met: zeg, jij weet nogal veel, hè; op een toon die niet helemaal duidelijk maakte of het nu een vraag of een bewering betrof. Op zo’n moment waren er meestal twee mogelijkheden, of de ander kwam serieus om raad of informatie vragen of stond op het punt om je in de maling te nemen. Dat laatste lukte in mijn geval vaak niet; ik was een erg flauwe vent wat dat betreft waar met een bepaald type grappen weinig eer aan te behalen viel, maar dat terzijde. Hoewel dat bij retorische vragen geheel en al niet de bedoeling is ging ik wel eens in op het: zeg, jij weet nogal veel, hè; met de mededeling dat ik ws. niet erg veel meer wist dan de vraagsteller, maar gewoon andere dingen wist, want waar het één zit kan het ander niet zitten luidde mijn motto destijds. Doorgaans had ik de indruk dat mijn kijk in deze niet helemaal geloofwaardig overkwam. Maar als ik dan bv. vroeg tegen wie Fortuna Sittard of AGOVV afgelopen zondag gespeeld had, wat de uitslag was, of het uit of thuis was, wie er gescoord hadden en in welke minuut, wat voor kleur shirtjes ze aanhadden, op welke plaats en op hoeveel punten ze inmiddels in de competitie staan enzovoorts dan rolden de antwoorden er vaak zonder aarzelen uit. Daarbij wist men in de onvermijdelijke en eindeloze gesprekken over dit doodsaaie onderwerp ook niet zelden te memoreren hoe vergelijkbaar of hoe heel anders de kaarten geschud waren halverwege het vorige seizoen en het seizoen daarvoor. En weet je nog vijf jaar geleden hoe Neeskens toen Ajax uitspeelde tegen Feyenoord die ene tekkel van de Kromme pareerde en blablabla….bla bla etcetera.
Ja wie weet hier nou veel?

Op enig moment in de 70tiger jaren was er een belangrijk WK of EK toernooi in Duitsland waar Oranje het in de finale moest afleggen tegen die Mannschaft. Als ik het goed begrepen heb was dit een licht traumatische ervaring voor de Nederlandse voetbalwereld. Tijdens dit toernooi deed, bij mijn weten, het fenomeen zijn intrede dat men grote TV-schermen in kroegen plaatsten alwaar de bezoekers gezellig met z’n allen en onder het genot van de nodige blonde rakkers de wedstrijden in gepaste jolijt konden volgen. Tijdens dat toernooi heb ik in genoemde entourage nog wel eens een paar wedstrijden gevolgd. Dat is ook de enige episode die ik mij zo voor de geest kan halen dat ik weleens voetbal keek. Vraag me niet welke wedstrijden en vraag me niet naar uitslagen; ik moet het antwoord schuldig blijven. Wat ik me nog wel herinner is dat een quasi-komisch duo hun commentaar over en rond de wedstrijdperikelen placht te geven en dat ik dat altijd leuker vond dan de wedstrijden zelf.
Hier merk ik toch weer even dat mijn geheugen mij soms ernstig in de steek dreigt te laten want dat geheugen zegt mij dat het om het duo Ruud Krol en Arie Haan zou gaan dat zich Knabbel en Babbel noemde maar enig gegoogel vertelt me dat het om het duo Krol en Suurbier ging dat zich Snabbel en Babbel noemde.

Het was als ik mij niet vergis ergens midden 80tiger jaren dat vrienden mij ervan trachtten te overtuigen dat voetbal toch echt een leuk, onderhoudend en spannend spel kon zijn als je er maar goed voor ging zitten en iets van de regels begreep. Ik was er zo goed als van overtuigd dat het wel nooit wat zou worden tussen het voetbal en mij, maar zij meenden mij nog wel te kunnen bekeren en het licht te laten zien. Ik moest maar eens een spannende wedstrijd tussen twee topclubs bij hen komen kijken, dan zou ik wel zien hoe leuk dat zou zijn met de juiste uitleg erbij. Zogezegd, zo een naar het zich liet aanzien spannende wedstrijd tussen een engelse- en een italiaanse topclub en gespeeld in België uitgekozen. Omdat ik van een opleiding uit Amsterdam kwam op die bewuste avond, kwam ik iets later en zou de wedstrijd al in volle gang zijn. Maar toen ik aankwam toonde het televisiescherm continu naargeestige beelden van een stadion waar tegelijkertijd een bedompte grafstemming en een agressieve spanning en dreiging hing. We waren via de televisie live getuige van het Heizeldrama, geleidelijk aan werd duidelijk wat zich daar afgespeeld moest hebben en treurnis.. oh treurnis… de wedstrijd werd alsnog gespeeld uit angst voor ongeregeldheden en nog meer rampspoed.

Waarschijnlijk overbodig te zeggen dat ik niet tot voetbalfan bekeerd werd. De lijfspreuk van Brederoo ten spijt.
Het moest zo zijn en het zal vast voorbestemd zijn. Het voetbal en ik zijn niet voor elkaar geschapen. Ik heb me er inmiddels bij neergelegd. Het zij zo!

<< vorige

Over Dick

What about me?
Dit bericht werd geplaatst in in mijn boekie, Varia en getagged met , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

2 reacties op Mijn voetbalverleden zonder oranjeperikelen

  1. Henk Algra zegt:

    Een tijdje heb ik gedacht dat ik de enige man ben die weinig met voetballen heeft. Maar inmiddels heb ik meerdere mannen gespot die ook niet thuis blijven om naar 22 heen en weer rennende mannen te kijken.

    Overigens vind ik het ook discriminatie. De voetballers verdienen boven de Balkenende-norm en het zijn teams die alleen uit mannen bestaan. Dat daar nog geen Kamervragen over gesteld zijn!

    Op de (voorheen) lagere school heb ik jaren lang gevoetbald. Er waren maar 10 jongens in de klas, vijf tegen vijf, dus ik deed braaf mee. Meestal als keeper, een enkele keer als back. Dat gaf nog het meeste overzicht. Toen ik een keer door kon breken en voor het lege doel van de tegenstander stond schopte ik van de zenuwen toch nog mis…

    Het is dus nooit meer wat geworden….

  2. Ximaar zegt:

    Zelf heb ik nooit op voetbal gezeten en veel van mijn lagere school klasgenoten evenmin. Bij een aantal ouders, waaronder de mijne, was daar simpelweg geen geld voor. Daarbij had ons dorp geen voetbalclub. Een dorp ten noorden had een openbare goddeloze club, die in een dorp ten zuiden was Rooms en dus ook fout. Ik had dus nog een dorp zuidelijke gemoeten voor een echte ‘fijne’ Gereformeerde zaterdagclub. Iets dat mijn veel jongere broer later wel deed op het moment toen mijn ouders hun schulden hadden weggewerkt. Aan padvinderij deed ik overigens evenmin.

    Mijn (voor-)ouders hadden ook niets met voetbal of sport in het algemeen. Sport in beeld en studio sport of dergelijk stond bij ons nooit aan en ik kijk er nog steeds niet naar. Inmiddels kijk ik wel eens een kwartiertje voetbal. Dat is o.a. door een fietsvakantie in 1998 gekomen. ’s Avonds bezocht ik de kroeg en daar stond iedereen naar het WK te kijken, waarbij de inwoners van Wales en Ierland duidelijk voor Nederland waren, de Engelsen moesten ze niet. Ze wisten doorgaans niet dat ik uit Nederland kwam en vaak liet ik dat maar zo.

    Toen ik overstak naar het westpuntje van Frankrijk begon men zich daar ook te interesseren voor voetbal, omdat toen duidelijk werd dat Frankrijk het ver ging schoppen. Halverwege Frankrijk had Frankrijk gewonnen en maakte ik dat mee in een klein stadje.

    Mij maakt het niet veel uit, als mensen maar plezier hebben en gemoedelijk met elkaar omgaan. Als het om het spelletje gaat, dan graag een gelijkwaardige wedstrijd met aanvallend spel. Zelf zou ik de buitenspelregel afschaffen en tijdstraffen geven zoals bij ijshockey. Ofwel direct straffen en niet pas een wedstrijd later. Voor de puntentelling zou ik meer voor de tennisaanpak zijn. Dus geen vaste tijd en pas stoppen als duidelijk is wie de beste is.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s