What’s in a name?

Zo’n dertig jaar geleden veranderde ik eens van baan en bedrijfstak. Van productiemedewerker (een mooie naam voor ongeschoold arbeider) in de grootmetaal werd ik leerling Z-verpleegkundige in wat toen nog gemeenlijk werd aangeduid als de ‘zwakzinnigenzorg’. Binnen en rondom die zorg werd de benaming ‘zwakzinnig(heid)’ door velen al als enigszins of ronduit denigrerend ervaren. Er werd naar ‘neutralere’ termen gezocht en die begonnen juist in die tijd ook al wat ingeburgerd te raken.

Zo bijvoorbeeld de term ‘geestelijke handicap’ en toen deze benaming met enige frequentie en in wat ruimere kring zijn intrede deed lag hij al onder vuur van religieuze zijde. Ik weet zo een, twee, drie niet meer uit mijn hoofd of de katholieken of de protestanten nu het meeste bezwaar aantekenden maar in de vocabulaire van één van beider groeperingen lagen de begrippen ‘geest’ en ‘ziel’ dermate dicht bijeen dat voor een juist begrip van het zieleheil gevreesd werd bij een dermate verwarrende terminologie. Een term als ‘mentale retardatie’ zoals in het engels gebezigd werd bekte kennelijk niet zo lekker in het Nederlands. En zo werd het alternatief, het iets nauwgezetter beschrijvende ‘verstandelijke handicap’ gemeengoed en heb ik dus een tijdje in ‘de zorg voor mensen met een verstandelijke handicap’ gewerkt.

Nu kwam ik er op enig moment achter dat ik daar ook al niet meer werk. Of het woord handicap nu ook als kleinerend, gewoon onjuist in zijn betekenis of als niet nederlands genoeg ervaren wordt, weet ik niet (ik heb ooit iets over de gedachte hierachter vernomen doch die is mij even volledig ontschoten), maar ik werk nu in ‘de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking‘.
Weer een mondvol en ik hoor ook steeds vaker spreken over ‘mensen met een beperking’, hetgeen in beschrijvende zin voor mijn soms wat autistiforme (lees: al te letterlijk genomen) begrip een klein propleempje oplevert nl. ik ben nog nooit iemand zonder beperkingen tegengekomen.

Die connotatieve perikelen en die beeldvorming dat houdt toch wat! Ik denk wel eens: als de huidige terminologie om nu nog duistere redenen toch echt niet meer voldoet zou dan iets in de trant van ‘zwakker van zinnen’ niet een mogelijkheid zijn die dan wellicht redelijk neutraal en descriptief overkomt?
De verleiding wordt nu wel erg groot om Brederoo er weer eens bij te slepen.

Voor mijn tijd werden de afnemers van bovengenoemde tak van zorg, als men het netjes hield, wel patiënten genoemd. Toen ik in de zorg kwam heetten ze pupillen of ook bewoners (de mij vertrouwde term). Inmiddels heet men cliënt te zijn.

Over Dick

What about me?
Dit bericht werd geplaatst in een vak apart, in mijn boekie en getagged met , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s