Gentle Teaching; onvoorwaardelijke liefde en acceptatie? (5)

In de eerder genoemde GT geschriften Mending broken hearts en Feeling at home is where the heart must be legt John McGee steeds grote nadruk op het tonen van onvoorwaardelijke liefde voor en onvoorwaardelijke acceptatie van de hele persoon, dus ook van diens negatieve, agressieve of destructieve gedragsuitingen, als noodzakelijke voorwaarde voor het doen ontluiken van een basaal gevoel van vertrouwen en het ontstaan van een dialoog.

Dat roept bij mij wat vragen op over hoe die onvoorwaardelijkheid te interpreteren en zo mogelijk in de praktijk gestalte te geven.

Neem het volgende geval zoals ik dat in mijn werk met enige regelmaat tegenkom:
Een bepaalde cliënt lijkt overduidelijk zoekende in de zin dat hij in zijn gedrag bij voortduring de grenzen van het toelaatbare opzoekt en daar tegenaan blijft schuren, er af en toe stapjes overheen doet en soms verbaal dreigt zich zeer agressief of destructief te zullen gedragen. Enerzijds lijkt hij mij te (willen) negeren en anderzijds houdt hij mij strak in de gaten speurend naar mijn reacties. Op het moment dat ik een afkeurende opmerking over zijn gedrag maak als bv. ‘dat mag niet’, ‘dat wil ik niet hebben’, ‘dat vind ik niet leuk’ of ‘waarom doe je dat nu?’, reageert hij met de vraag: ‘ben je boos?’, waarop mijn antwoord luidt: nou als je dit of dat doet wel en dat weet je heel goed!
Op dat moment geef ik dus expliciet een voorwaardelijkheid aan. Weliswaar een waarvan ik denk dat de cliënt er naartoe gewerkt heeft en er juist om vraagt als grens of duidelijkheid, maar toch ik ben degeen die het expliciet zo benoemt. Deze specifieke cliënt wil dan ook nog wel eens ogenschijnlijk de verdere mogelijkheden nog wat aftasten met vragen als: en als ik nu dit of dat of zus en zo doe , word je dan ook boos? En of ik dan heel erg boos wordt of een beetje boos? In dat geval lijken we dus wel samen in onderhandeling over grenzen en voorwaardelijkheid; in werkelijkheid, denk ik, biedt dat hem de ruimte om zonder gezichtsverlies of escalerende spanning terug te keren van zijn schreden. En dat laatste werkt dan ook acht of negen van de tien keer zo.

De bottom-line is voor mij dan dat de voorwaardelijkheid hier heel expliciet benoemd wordt als: ik wordt boos (of doe althans alsof) als jij zus of zo doet en in de beleving van de cliënt betekent dat dat hij niet meer lief en aardig gevonden wordt in dat geval. Daar gaat de onvoorwaardelijke acceptatie!
Maar het werkt hier als een grens en een zekerheid waar deze cliënt naar zoekt en om vraagt.
Buiten van wat er dan tussen ons gezegd of anderszins uitgewisseld wordt staat dat wij elkaar al vrij lang kennen en ik hem voor mijn gevoel wel degelijk accepteer zoals hij is en zo goed en zo kwaad als dat gaat ook zijn onhebbelijkheden en destructieve neigingen daarin probeer mee te nemen; maar dat is iets dat ik, terwijl ik dat anders wel met enige regelmaat doe, in bovengenoemde situatie even niet ter sprake zal brengen.

Nu vraag ik mij af of een ingewijde en door de wol geverfde gentle teacher daar net zo tegen aankijkt als ik of daar toch een duidelijk andere positie zou innemen; welke GT-er helpt mij even uit de brand in deze?

<< vorigevolgende >>

Over Dick

What about me?
Dit bericht werd geplaatst in een vak apart, pedagogie, psychobabbel en getagged met , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s