Ik zie, ik zie ….., wat jij niet …..?

Onlangs las ik een interessant stukje op de blog van Henk50 over het Charles Bonnet-syndroom. Dit specifieke syndroom was mij niet bekend maar de een van de zegeningen van het internet is dat je desgewenst gezochte informatie even tevoorschijngoogelt. Dus ook over onderhavig syndroom en de naamgever Bonnet.
De bottomline van dit en vergelijkbare verschijnselen lijkt te zijn dat als het brein last heeft van onderstimulatie of een bepaalde verwachte input uitblijft, ons brein dat gat zelf wel gaat opvullen. Met als resultaat dat schijn en werkelijkheid bijzonder verrassende dansjes met elkaar en met ons besef van een en ander kunnen gaan uitvoeren.

In een praktijkvoorbeeld waarmee ik een eerder stukje besloot maakte ik al eens gewag van zo’n ondergrens aan stimulatie en merkte daarbij op dat het menselijk brein op een basaal niveau toch altijd chocola van zijn omgeving en situatie wil maken door sensorische gewaarwording. Toen ik dat schreef bedacht ik nog dat het nauwelijks bevreemding hoeft te wekken dat er ook zoveel griezel- en/of spookverhalen uit Engeland afkomstig zijn. Wie zich ooit bij het invallen van de schemer zich door het landschap van Cornwall bewogen heeft of bij redelijk dichte mist over de ‘moors’ gewandeld heeft kan die fascinatie voor het horror-genre van onze westerburen op zijn klompen aanvoelen. Een fascinatie die overigens tot fraaie stukjes wereldliteratuur kan leiden.

Bij mijn weten werden de eerste systematische experimenten naar sensorische deprivatie uitgevoerd onder leiding van de Canadees Donald O. Hebb; en wel tussen 1951 en 1954 aan de McGillUniversity. Een wat minder fraai kantje aan het onderzoek naar sensorische deprivatie is dat de resultaten ook aangewend worden om martel- en verhoortechnieken te verfijnen en zo tot de zogenaamde ‘innovatieve verhoormethoden’ of ‘clean torture’ kan leiden. Een en hetzelfde verschijnsel kan dus enerzijds in verband worden gebracht met ‘torture’ en anderzijds met ‘therapy’, ontspanning, meditatie, literatuur en hallucinaties zoals door drugs teweeggebracht.
Dat vraag nu typisch om wat commentaar van ene Brederoo.
En dan wordt er ook nog een scala aan apparaten en opstellingen uitgedokterd om je desgewenst van prikkels te vrijwaren!

Maar veel mensen hoeven het niet zo ver van huis te zoeken om kennis te maken, om met Vilayanur Ramachandran te spreken, met de fantomen in het brein. Voor veel mensen zijn die fantomen of fantoompjes veel meer met de dagelijkse ervaring vervlochten dan ze lief is. Zo mag ik zelf bijvoorbeeld al zo’n drie jaar van een vervelende fluittoon genieten terwijl er niemand op een fluitje lijkt te blazen of het zou al dat mannetje in mijn brein moeten zijn. Dit verschijnsel staat bekend onder de naam tinnitus of oorsuizen en naar ik begrepen heb, ben ik bepaald niet de enige die daar last van heeft. De medische wetenschap raadt ons in deze aan ermee te leren leven.

We hebben het hier steeds over dingen horen, zien, voelen, ruiken of proeven die er klaarblijkelijk niet zijn. Een nauw daaraan verwant verschijnsel is het niet, niet juist of nauwkeurig genoeg waarnemen van wat er evident wel is. Met name m.b.t. ons bewegingsapparaat en onze proprioceptie zijn we daar allemaal in zekere mate aan onderhevig. In de Alexandertechniek wordt dit ‘faulty sensory percerption’ of ‘onjuiste zintuigelijke waarneming’ genoemd. Hier is niet onderstimulatie (nog eerder overstimulatie) maar gewenning de oorzaak.

Een nauw aan de Alexandertechniek verwante benaderingswijze (in de zin dat beiden uitgaan van de eenheid lichaam-geest en daarbij zeer praktisch gericht zijn) is die van Feldenkrais.
De amerikaanse Feldenkrais-leraar Ralph Strauch is de auteur van het interessante boekwerkje ‘The Reality Illusion’ met als ondertitel: How you make the world you experience. Het eerste hoofdstuk van dit boek gaat over de aard van onze waarneming daarin geeft Strauch om een aantal zaken te illustreren een ervaringsoefening die ik hier niet tot in de finesses uit de doeken zal doen maar waarvan de ‘bottomline amounts to’: hou je rechterarm, met de handpalm omhoog zodat je daarin kijkt en met de elleboog in een hoek van ongeveer 90 graden, voor je; als je nu langzaam aan de biceps aanspant zal je hand omhoog komen tot aan de schouder; als je dat nog eens doet maar nu met je linkerhand je rechterpols omvat en tegenhoudt en geleidelijk aan met volle kracht en inspanning zowel de biceps aanspant en ook de pols tegenhoudt; als je nu plotseling de pols loslaat is de kans groot dat de rechter onderarm luttele centimeters omhoog schiet om vervolgens in die stand te blijven staan. Je meende uitsluitend de buigspieren van de rechterarm aan te spannen maar blijkbaar spande je ongemerkt evenzeer de strekspieren van die arm, want anders zou je rechterhand met een reuzevaart tegen je schouder of gezicht zijn geslagen; blijkbaar hield je je rechterarm niet alleen met je linkerhand tegen maar vooral met de rechterarm zelf door die onbewust schrap te zetten en te verkrampen.

Wij mensen zitten toch wonderlijk gecompliceerd in elkaar en niet in het minst wanneer we de rol en de werking van de waarneming in de dans van schijn en werkelijkheid eens wat nader beschouwen.

Meer brein op dit blog >>

Over Dick

What about me?
Dit bericht werd geplaatst in neuropraat, psychobabbel, van schijn en werkelijkheid en getagged met , , , , , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s