Gedragsmodificatie, hoe gaat dat dan in de praktijk?(5)

De vraag wordt dan uiteraard hoe de hiervoor globaal aangestipte theorie zich verhoudt tot de praktijk. Ik zou dat zo niet weten en ben benieuwd of er mensen zijn die menen zicht te hebben op of uitgesproken ideeën hebben over de actuele stand van zaken in de gehandicaptenzorg wat betreft de toepassing van gedragsmodificerende technieken en de aard daarvan.
Ik heb daar natuurlijk wel wat gedachten over en wat vragen bij; hier een paar losse flarden daarvan.

Zoals ik al opmerkte (4) hoor ik in tegenstelling tot bv. 25 jaar geleden de term gedragsmodificatie of aanverwante termen uit het behavioristische vocabulair, zoals bekrachtiger, extinctie of vermijdingsgedrag om maar een paar dwarsstraten te noemen, nauwelijks meer vallen. Wel hoor ik met enige regelmaat over beloningen en/of beloningsystemen spreken.
Een geformaliseerd beloningsysteem staat dan wel bekend als Token Economy.

Het onderwerp gedragsmodificatie lijkt zo op het eerste gezicht toch niet gebukt te gaan onder een ernstig gebrek aan belangstelling. Als je ‘googled’ op behavioural therapy of behavioral therapy krijg je zo’n 10 en 14 miljoen hits en gedragstherapie en gedrags modificatie leveren er zo’n 140 en 260 duizend op.
De betreffende zoekresultaten verwijzen dan merendeels naar websites over psychotherapie en boeken of artikelen over het onderwerp en in wat mindere mate gaat het over onderwijs en opvoeding, management en organisatie, gehandicaptenzorg en nog wat andere zaken.
Op veel van dergelijke sites worden de zegeningen en de effectiviteit van met name de cognitieve gedragstherapie in vele toonaarden bezongen.

Het bevreemd mij dan toch enigszins dat ik binnen mijn werkveld, de zorg aan mensen met een verstandelijke beperking, zo weinig hoor over of merk van een gestructureerde, methodische toepassing van gedragsmodificerende technieken. Of van gesprek of discussie daarover of bijscholing cq instructie daarin.

Als ik eens tracht te bedenken wat de oorzaak van een dergelijke radiostilte over dit onderwerp kan zijn, ben ik geneigd te denken aan veranderende visies op de verstandelijk gehandicapte mens en op de zorg aan en bejegening van die mens. De vigerende mensbeelden zijn mede onder invloed van de humanistische psychologie en het denken in termen van universele mensenrechten de laatste decennia toch duidelijk veranderd en daarmee ook opvattingen over hoe met elkaar om te gaan.
Het lijkt me niet onwaarschijnlijk dat deze recentere mensbeelden en opvattingen, die zich misschien wel laten vangen in de kreet ‘recht op ontplooiing en eigen keuzes’, zich in de hoofden van mensen wat moeilijk laten vereningen met het aureool van reductionisme en/of kille afstandelijkheid dat het behaviorisme aankleeft (2) en de vaak wat ongemakkelijke ethische vragen die het pleegt op te roepen. Dat het zogezegd een vorm van cognitieve dissonantie oproept waarbij we de minder makkelijke kant van het verhaal liever niet zien en onder het tapijt vegen.
Zie in dit verband ook met name blz. 116 en 117 van deze verder overigens ook zeer lezenswaardige these: Buigen of barsten van Henk Beltman.

Mocht bovenstaande daadwerkelijk (deels) de verklaring vormen voor de minieme ruchtbaarheid die aan het fenomeen gedragsmodificatie wordt gegeven in ons werkveld, dan lijkt me dat een weinig gelukkige toestand.
Omdat ik zoals eerder betoogd (2) meen dat veel ideeën en noties uit de theorie van de gedragsmodificatie inmiddels hoe dan ook eigen zijn aan onze ‘common sense’- of onze huis-tuin-en-keuken opvattingen.
Omdat we in dit werk nu eenmaal per definitie bezig zijn met vragen als: wat zien we als gewenst gedrag en wat als ongewenst gedrag en hoe kunnen we en/of willen we dat in een bepaalde richting sturen.
Kortom wij hanteren in ons werk sowieso allerlei vormen van gedragsmodificatie of we ons dat nu bewust zijn of leuk vinden of niet. Zoals mooi verwoord in deze beschrijving bij dit boek van M.Baadsgaard.
En dan denk ik laten we ons daar dan ook van bewust zijn en weten wat we doen zodat we het zo goed mogelijk kunnen doen.

Bovendien denk ik dat iets als een ontplooiingsgedachte, ondersteuningsidee of ontwikkelingsmodel en toepassingen van gedragsmodificatie elkaar niet per definitie hoeven te bijten maar elkaar wel degelijk kunnen aanvullen.

<vorigevolgende>

Over Dick

What about me?
Dit bericht werd geplaatst in een vak apart, pedagogie, psychobabbel en getagged met , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s