Gedragstherapie, theorie in beweging (4)

Modes en rages komen en gaan en blijven elkaar steeds maar opvolgen. Zo gaat het ook met wetenschappelijke modes, modellen en paradigma’s. Zij het dat de aflossing van de wacht daar doorgaans gelukkig wat minder snel plaatsgrijpt dan in de kledingbranche.
Nu is het in de sociale wetenschappen natuurlijk zo dat de theorieën en modellen verondersteld worden de werkelijkheid zodanig te beschrijven en te verhelderen dat ze aanwijzingen en richtlijnen voor ons handelen in de praktijk opleveren.
Hoe sterk en strak die relatie theorie-praktisch handelen in geval van de gedragstherapie is daar zouden de meningen wel eens over kunnen verschillen. (misschien moet iemand daar eens een functionele analyse van het type S-R op los laten)

De theorie achter de gedragstherapie lijkt aan nogal wat variatie, beweging en perspectiefwisselingen onderhevig te zijn geweest.
Bij mijn weten zijn nogal altijd de handboeken bij uitstek voor het nederlandse taalgebied over gedragstherapie en de ontwikkeling ervan:
Inleiding tot de gedragstherapie door J.W.G. Orlemans e.a. (zie boekbespreking)
en
Gedragstherapie met kinderen en jeugdigen door J. M. Cladder
waarin naast de nodige theoretisch uiteenzettingen ook de actuele praktijk hier ter lande belicht wordt. Ik moet me behelpen met de edities van een kwart eeuw terug en ben dus niet meer up-to-date.

Het theoretische basisschema van de aanstichters van de gedragstherapie nl. de behavioristen was: S-R waarbij S voor stimulus en R voor respons staat. Vervolgens wordt dit schema door sommigen uitgebreid tot S-O-R waarbij O aanvankelijk staat voor organisme en veelal als een ‘black box‘ beschouwd wordt.
Thorndike, die geldt als de ontdekker van het operante conditioneren, poneert zijn ‘law of effect’ en daarmee komt de aandacht op de technieken van ‘shaping’ van gedrag. Drie andere belangrijke namen m.b.t. de ontwikkeling en de verspreiding van de gedragstherapie zijn B.F. Skinner, Joseph Wolpe en Hans Eysenck.
De O gaat mettertijd geleidelijk aan ook voor mentale processen staan. Met dat het cognitivisme het leidende paradigma in de psychologie wordt dit ook theoretisch onderbouwd en voorgeschreven.
Gedragstherapie gaat nu veelal cognitieve gedragstherapie heten.
Google maar eens op ‘gedragstherapie‘ en zie hoe vaak je ‘cognitieve‘ leest; de naam van de beroepsvereniging van gedragstherapeuten spreekt wat dat betreft voor zich.
Wat ooit Radical behaviorism heette heeft zich inmiddels ontwikkeld en is omgedoopt tot ‘Behavior analysis’.

In ons land was het vooral René Diekstra die hier de Rationeel-Emotieve-Therapie (RET) van Albert Ellis introduceerde en bekendheid gaf.

De grondgedachte van RET is dat het meestal niet de aard van de problemen die we ondervinden zelf is die ons psychisch ontregelt maar het vaak onze irrationele opvattingen over en onrealistische kijk op het een en ander zijn die ons in de weg zitten.
Het basisschema is hier ABC waarbij A voor activating event staat, B voor belief en C voor consequenties.
Naast een functie- en/of betekenisanalyse van het probleem stelt men ook vaak een zgn. holistische theorie op om het probleem in een bredere context met andere probleemgebieden, persoonlijke geschiedenis, persoonlijkheidskenmerken e.d. te plaatsen.
De cognitieve gedragstherapie wordt wel de tweede generatie gedragstherapie genoemd om het te onderscheiden van de puur behavioristisch geïnspireerde stroming.
CGT is meest verspreide therapierichting in ons land, wordt alom aangeprezen om de effectiviteit en wetenschappelijke status en is nu zelfs beschikbaar voor dummies.

Een en ander bij elkaar googlelend en lezend stuit ik lichtelijk verbaasd op de zgn. derde generatie gedragstherapie.
Deze kan vanwege de inherente wijsheid ervan al bijna ongezien op enige sympathie van mijn kant rekenen, maar ik vrees dat ik er in mijn werk weinig mee zal kunnen aanvangen.
Hier vormt mindfulness waar ik in een ander verband al eens eerder melding van maakte een hoofdrol. Het was mij bekend dat GGZ cursussen op dit terrein aanbood, maar niet dat het al als een volwaardige stroming in of vorm van gedragstherapie wordt aangemerkt.
Wie had ooit kunnen denken dat de gedragstherapie zich in een dergelijke richting zou kunnen ontwikkelen en bij het boeddhisme te rade zou moeten gaan om het raadsel mens te doorgronden. En dat meditatie ooit de functionele analyse zou kunnen vervangen.
Ik zou dat nooit zomaar bedacht kunnen hebben en volgens mij ene Watson al zeker niet.

Tja, Brederoo zei het altijd al: ’t kan verkeren!

De theorie achter wat gedragstherapie heet geeft zo toch in de loop der tijd aardig wat verschuiving en variatie te zien. In de praktijk zal de soep vast wel wat minder heet gegeten worden dan hij theoretisch opgediend wordt.
Toen ik in 1980 in de gehandicaptenzorg (die toen ook nog vaak de zwakzinnigenzorg genoemd werd) ging werken hoorde je daar alom de term ‘gedragsmodificatie’ vallen.
Een woord dat ik zelden of nooit meer op het werk of door collega’s gebruiken; ik kan me althans zo niet heugen wanneer dat voor het laatst het geval was.

<vorigevolgende>

Advertenties

Over Dick

What about me?
Dit bericht werd geplaatst in pedagogie, psychobabbel en getagged met , , , , , , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s