Het behaviorisme (2)

In mijn werk gelden enige bekendheid met en kennis van de gedragstherapie en het behaviorisme zo ongeveer als standaard en vereiste. Ik vraag me overigens af of dat inmiddels niet overal het geval is geworden; ik vermoed het haast.
Wie ooit programma’s als Schatjes heeft bekeken moet toch al enigszins ingevoerd raken in de gedragstherapeutische beginselen.
Dat belonen en negeren de voorkeur verdient boven straffen lijkt waar het opvoeding en vorming betreft ook gemeengoed te zijn.
Ook in bestuur en management en in het economisch denken staat het vaak bol van verwijzingen naar the carrot and the stick, incentives en what have you.
De dames en heren politici lijken het ook wel over niets anders meer te kunnen praten dan over maatregelen ter stimulering dan wel ter ontmoediging van het een of ander. En iedereen kan zich vast nog een aantal voorbeelden in deze trant voor de geest halen. Het gemiddelde borreltafelgesprek levert wat dat betreft vaak stof ten over op.
Kortom het behavioristische denken lijkt ons denken en het publieke domein zo goed als veroverd te hebben; of zou de mens wellicht altijd in dergelijke termen gedacht hebben en kun je beter zeggen dat de behavioristen gewoon een aantal ‘common sense’ noties theoretisch onderbouwd hebben?

Het behaviorisme als psychologische school was in de eerste plaats toch een reactie op en een afzetten tegen de duitse bewustzijnspsychologie en de psycho-analyse in een poging om de psychologie op natuurwetenschappelijke leest te schoeien.
In essentie komt dat er op neer dat men zich richt op causale verbanden tussen stimuli en observerbaar gedrag en zich niet met vage dingen als gemoedstoestanden, intenties of onbewuste drijfveren wenst bezig te houden.
Elke gedragstherapeutische interventie is in principe een puur technische aangelegenheid een experiment in de vorm van een N=1 onderzoek.
Voor de nodige nuances en haken en ogen zie Behaviorism en Radical behaviorism.

Zoals eerder betoogd kleeft aan het behaviorisme altijd min of meer het aureool van de kille mechanistische kijk op de mens. Dit hangt veelal samen met de radicale en reductionistische uitgangspunten.
Bovendien werd de representanten van deze richting nogal eens onethisch gedrag verweten wat dan weer afstraalt op de hele beweging.
Zo herinner ik mij vanuit een opleiding veel kritiek en verontwaardiging van medestudenten bij o.a. de behandeling van het nederlandse standaardwerk: Inleiding tot de gerdagstherapie van J.W.G. Orlemans. Daarin werd melding gemaakt van de toepassing van aversietherapie om homoseksueel gedrag af te leren in de V.S..
Nu wil ik ten faveure van de gedragstherapie opmerken dat het bij dit soort ethische kwesties in principe zo is dat de gedragstherapie sec een techniek is en geen verborgen normatieve oordelen over gedrag, de (on)wenselijkheid daarvan of normaliteit in zich draagt hetgeen in iets als bv de psychoanalytische praktijk vaak wel het geval is; welk gedrag er wordt nagestreefd wordt in overeenkomst en samenspraak tussen cliënt en behandelaar bepaald.
Dit lijkt toch haast een ideale situatie in zake de ethische weging en toelaarbaatheid van een therapie en de doelstellingen ervan. Alleen daar waar sprake is van dwang en/of wilsonbekwaamheid worden dergelijke vragen weer problematischer.

Een ander heikel punt is/was de aversietherapie en de electro-aversietherapie (EAT) in het bijzonder. In Nederland kreeg deze behandelingsmethode vooral bekendheid door onderzoek en toepassing door Duker en Seys uit Nijmegen.
Zie EAT. Deze vorm van therapie wordt met de uiterste zorgvuldigheid en terughoudendheid toegepast zoals in het geval van ernstig zelfverwondend gedrag.
Hoewel ik wel degelijk geloof in de effectiviteit van deze therapie zou ik hem zelf niet willen toepassen/uitvoeren. En dat niet omdat ik zo’n goeie vent zou zijn maar eerder omdat ik mezelf niet goed zou vetrouwen met alle vereiste zorgvuldigheidsmaatregelen.
Daarbij vrees ik dat ik mezelf al gauw de nietsvermoedende proefpersoon in een vergelijkbaar experiment als dat van Milgram zou wanen.

Hoe dan ook zijn het behaviorisme en de gedragstherapie vooral in de vorige eeuw bijzonder invloedrijk geweest in de psychologie en op de praktijk van de therapie.
Dat laatste mede door de heldere en concrete toepasbaarheid ervan gecombineerd met goede en zichtbare resultaten.

<vorigevolgende>

Advertenties

Over Dick

What about me?
Dit bericht werd geplaatst in pedagogie, psychobabbel en getagged met , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s